JOL 2008, 451
HR, 06-06-2008, nr. 08/01527
HR 06-06-2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2005
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 juni 2008
- Magistraten
Mrs. P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser
- Zaaknummer
08/01527
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
BD2005
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BD2005, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑06‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BD2005, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑06‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑04‑2008
Essentie
Wet Bopz. Verlenen voorlopige machtiging; maatstaf art. 2.
Een inleidend verzoek dat strekt tot het verlenen van een voorlopige machtiging dient te worden beoordeeld op de voet van art. 2 Wet Bopz, dat onder meer bepaalt dat een voorlopige machtiging slechts kan worden verleend indien de stoornis van de geestvermogens de betrokkene gevaar doet veroorzaken.
Partij(en)
Beschikking
in de zaak van:
De officier van Justitie in het arrondissement Rotterdam,
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,
tegen
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
verweerster in cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later.
Uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instantie
De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.