NJB 2008, 1575
HR, 11-07-2008, nr. C07/010HR: Bakkum/Achmea
HR 11-07-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9365 (Bakkum/Achmea)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
11 juli 2008
- Magistraten
Mrs. O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk
- Zaaknummer
C07/010HR
- Conclusie
A-G mr. F.F. Langemeijer
- LJN
BC9365
- Roepnaam
Bakkum/Achmea
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BC9365, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑07‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BC9365, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 11‑07‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑12‑2006
- Wetingang
BW art. 6:108 lid 1 aanhef en onder d
Essentie
Schadevergoeding nabestaanden in verband met kosten van huishoudelijke hulp. HR:
‘Indien een van de ouders in een gezin met kinderen door een ongeval is overleden (in dit geval: de moeder), ligt het voor de hand om bij de vaststelling van de behoefte van de kinderen aan een voorziening voor vervangende huishoudelijke hulp uit te gaan van de na het ongeval bekende concrete omstandigheden waarin zij tot aan hun meerderjarigheid zullen verkeren, en daarbij geen rekening te houden met het antwoord op de vraag of reeds daadwerkelijk is voorzien in professionele huishoudelijke hulp dan wel of de mogelijkheid bestaat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.