NJB 2008, 1757
HR, 19-09-2008, nr. C07/064HR
HR 19-09-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD3124
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
19 september 2008
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, E.J. Numann, J.C. van Oven, C.A. Streekkerk en W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C07/064HR
- Conclusie
A-G mr. J.L.R.A. Huydecoper
- LJN
BD3124
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BD3124, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑09‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD3124, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑09‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑01‑2007
- Wetingang
GWW art. 35; GWW art. 37; BW art. 6:83; BW art. 6:119
Essentie
Wettelijke rente. Ingangsdatum. HR: 1. Op de verbintenis tot schadevergoeding ex art. 35 Grondwaterwet is art. 6:119 jo. 6:83 BW van toepassing. 2. Onbegrijpelijke uitleg van de gedingstukken.
Partij(en)
Eiser (de schadelijdende partij), adv. mr. P.J.L.J. Duijsens
tegen
Vitens N.V. (de aansprakelijke partij), adv. mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk.
Uitspraak
Procesverloop
Eiser heeft op de voet van art. 35 Grondwaterwet betaling gevorderd van € 36 553, met wettelijke rente, als vergoeding van schade die hij in 2001–2003 heeft geleden doordat Vitens grondwater heeft onttrokken ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.