RAV 2008, 104
Wettelijke rente. Hoe moet de ingangsdatum worden bepaald van de wettelijke rente over schadevergoeding uit hoofde van de Grondwaterwet?
HR 19-09-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD3124
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 september 2008
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, E.J. Numann, J.C. van Oven, J.C. Streefkerk, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C07/064HR
- Conclusie
A-G Huydecoper
- LJN
BD3124
- JCDI
JCDI:ADS870885:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensrecht (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BD3124, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑09‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD3124, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑01‑2007
- Wetingang
BW art. 6:83; BW art. 6:119; Grondwaterwet art. 35
Essentie
Hoe moet de ingangsdatum worden bepaald van de wettelijke rente over schadevergoeding uit hoofde van de Grondwaterwet?
Samenvatting
Vitens onttrekt krachtens een vergunning op grond van art. 14 lid 1 van de Grondwaterwet grondwater in de omgeving van het landbouwbedrijf van eiser. Eiser vordert van Vitens vergoeding van de schade die aan zijn onroerende zaak is ontstaan over de periode 2001 tot en met 2003, op grond van art. 35 lid 2 van de Grondwaterwet. De met toepassing van art. 37 van die wet benoemde commissie van deskundigen (CDG) heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.