Einde inhoudsopgave
RvdW 2008, 1032
HR, 14-11-2008, nr. C07/191HR
HR 14-11-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF0375
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
14 november 2008
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C07/191HR
- Conclusie
A-G Spier
- LJN
BF0375
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BF0375, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑11‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BF0375, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑11‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑06‑2007
- Wetingang
OwË™. art. 3
Essentie
Onteigening. Verzoek tussenkomst in onteigeningsgeding; maatstaf; strekking art. 3 lid 3 Ow.
Art. 3 lid 3 Ow heeft de strekking vertraging van de onteigeningsprocedure te voorkomen en laat daarom tussenkomst in deze procedure alleen toe als de hoedanigheid van de tussenkomende partij onweersproken is. Het oordeel over de vraag of dit laatste het geval is, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt.
Samenvatting
Eisers in cassatie zijn eigenaren van percelen die grenzen aan percelen waarvan de rechtbank op vordering van de Gemeente de onteigening heeft uitgesproken. Zij hebben verzocht te mogen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.