NJB 2009, 2083
HR, 06-11-2009, nr. 08/03149
HR 06-11-2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6017
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 november 2009
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels
- Zaaknummer
08/03149
- Conclusie
A‑G mr. J. Spier
- LJN
BJ6017
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Horecarecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2009:BJ6017, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑11‑2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ6017, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑08‑2009
- Wetingang
Essentie
Subsidiaire grondslag. HR:
‘Het hof diende ook de subsidiaire grondslag van de vordering te beoordelen.’
Partij(en)
A, adv. mr. M.E.M.G. Peletier,
tegen
B, niet verschenen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
B heeft in opdracht van A diensten verricht, onder meer op het gebied van de boekhouding. In 1995 heeft A ƒ 150 000 overgemaakt aan B.
A heeft (terug)betaling van dit bedrag gevorderd, stellende dat de overmaking een geldlening behelsde. B heeft aangevoerd dat het overgemaakte bedrag was bestemd voor de aankoop van een partij goud, en dat B als tussenpersoon de koopprijs heeft betaald door het bedrag over te maken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.