NJB 2009, 2153
HR, 20-11-2009, nr. 07/13366
HR 20-11-2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ8340
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
20 november 2009
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels
- Zaaknummer
07/13366
- Conclusie
A‑G mr. E.B. Rank-Berenschot
- LJN
BJ8340
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Horecarecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2009:BJ8340, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 20‑11‑2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ8340, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑09‑2009
- Wetingang
Rv art. 22; Rv art. 88 lid 2; Rv art. 149
Essentie
Grievenstelsel. Feitelijke grondslag. Ondervraging door de rechter. HR:
‘Appellant heeft geen grief gericht tegen de feitenvaststelling door de rechtbank. Hij heeft in hoger beroep twee keer uitdrukkelijk verklaard dat de rechtbank de feiten juist heeft vastgesteld. Desondanks heeft het hof ambtshalve de juistheid aan de orde gesteld van de door de rechtbank onbestreden vastgestelde identiteit van de verkopende partij. Dusdoende heeft het hof de grenzen van de rechtsstrijd overschreden.’
Partij(en)
X, adv. mr. R.A.A. Duk,
tegen
mr. Ph.W. Schreurs q.q., curator in het faillissement van Vekoma Manufacturing B.V., adv. mr. B.T.M. van der Wiel.