Einde inhoudsopgave
Beleidsregel nadeelcompensatie Spoorzone Delft
Artikel 2 Het recht op schadevergoeding
Geldend
Geldend vanaf 09-01-2010. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-09-2009
- Bronpublicatie:
18-12-2009, Stcrt. 2010, 355 (uitgifte: 08-01-2010, regelingnummer: CEND/HDJZ-2009/1573)
- Inwerkingtreding
09-01-2010, terugwerkend tot: 01-09-2009
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
18-12-2009, Stcrt. 2010, 355 (uitgifte: 08-01-2010, regelingnummer: CEND/HDJZ-2009/1573)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Railvervoer
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
1.
De minister kent op aanvraag van degene die schade lijdt of zal lijden als gevolg van:
- a.
de rechtmatige uitvoering door of namens ProRail B.V. van het ‘spoorse deel’ van het project Spoorzone Delft;
- b.
besluiten van bestuursorganen op grond of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 genomen, die ertoe strekken werkzaamheden ten behoeve van de realisering van het ‘spoorse deel’ van het project Spoorzone Delft mogelijk te maken;
- c.
andere besluiten of handelingen waarop deze beleidsregel door of namens de minister van toepassing is verklaard, voor zover deze uitvoering, besluiten, dan wel handelingen naar het oordeel van de minister aan het spoorse deel van het Project Spoorzone kunnen worden toegerekend,
een vergoeding toe van de schade, overeenkomstig de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999.
2.
Indien de aanvraag in gevallen als bedoeld in lid 1 betrekking heeft op schade verband houdend met de verlegging van kabels en leidingen in verband met de uitvoering van werken binnen het beheersgebied van de minister, of binnen het beheersgebied van een ander bestuursorgaan dat bevoegd is besluiten als bedoeld in lid 1 te nemen, kent de minister een vergoeding toe van schade overeenkomstig de NKL 1999. Bij verlegging van kabels en leidingen buiten vorenbedoeld beheersgebied kent de minister een vergoeding toe overeenkomstig de Overeenkomst.
3.
Indien de schade beweerdelijk is veroorzaakt door een besluit, is de datum waarop het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit rechtskracht verkrijgt beslissend voor het antwoord op de vraag of tengevolge van dit besluit schade is geleden.