NJB 2008, 182
Wegens (1) en (2) overtreding van een voorschrift gesteld krachtens art. 60 lid 1 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren werd de verdachte veroordeeld tot twee geldboetes van elk € 750. Varkens en hun recht op, onder meer, vrije lig- en staanplaats (tijdens vervoer). Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat op het vervoer van varkens de beladingsnorm van art. 7 lid 1 van het Besluit dierenvervoer 1994 in verbinding met de Richtlijn van de Raad inzake bescherming van dieren tijdens het vervoer en hoofdstuk VI onder D van de Bijlage bij genoemde Richtlijn van toepassing zijn. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het vervoer van varkens in het geval onder (1) over een afstand van minder dan 50 kilometer plaatsvond in welk geval de hiervoor genoemde Richtlijn volgens haar art. 1 lid twee onder b niet van toepassing is. Dit artikellid luidt: ‘2. Deze richtlijn is niet van toepassing: a) (...) b) onverminderd de ter zake toepasselijke nationale voorschriften, op vervoer van dieren: – over een afstand van maximaal 50 kilometer gerekend vanaf het begin van het vervoer van de dieren tot de plaats van bestemming (...).’ De stelling als namens de verdachte voorgesteld is dat nu de Richtlijn op dit vervoer niet van toepassing is ook geen nationale voorschriften met betrekking tot de beladingsdichtheid toepasselijk zijn omdat art. 7 van eerdergenoemd Besluit verwijst naar de Richtlijn en die Richtlijn en haar bijlage niet van toepassing zijn op transporten over een afstand van 50 kilometer of minder. De Hoge Raad zet uiteen waarom die opvatting onjuist is, waaruit dan volgt dat de nationale bepalingen als neergelegd in art. 7 van het besluit onverminderd van toepassing zijn, óók als het betreft vervoer over een afstand van 50 km of minder. Dat artikel 7 van het Besluit stelt als minimumeisen dat bij elk vervoer alle varkens ten minste gelijktijdig kunnen gaan liggen en in hun natuurlijke houding kunnen staan. Het middel faalt daarom.
HR 04-12-2007, ECLI:NL:HR:2007:BB5377
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
4 december 2007
- Magistraten
Mrs. Davids, Van Schendel en Ilsink
- Zaaknummer
02612/06 E
- Conclusie
A-G Wortel
- LJN
BB5377
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:BB5377, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑12‑2007
ECLI:NL:HR:2007:BB5377, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 04‑12‑2007
- Wetingang
Richtlijn 91/628/EEG van 19 november 1991 (gewijzigd), art. 1 en 3; Bijlage bij de Richtlijn hoofdstuk 1 onder A en hoofdstuk VI onder D; GWD art. 60 (oud); Besluit dierenvervoer 1994 art. 7
Essentie
Wegens (1) en (2) overtreding van een voorschrift gesteld krachtens art. 60 lid 1 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren werd de verdachte veroordeeld tot twee geldboetes van elk € 750. Varkens en hun recht op, onder meer, vrije lig- en staanplaats (tijdens vervoer). Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat op het vervoer van varkens de beladingsnorm van art. 7 lid 1 van het Besluit dierenvervoer 1994 in verbinding met de Richtlijn van de Raad inzake bescherming van dieren tijdens het vervoer en hoofdstuk VI onder D van de Bijlage bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.