NJB 2023/600
Toetsing door de feitenrechter van door de R-C verstrekte tapmachtigingen, art. 126m Sv: aan de zittingsrechter staat de rechtmatigheid van de toepassing van de bevoegdheid ter beoordeling, waarbij het gaat om de vraag of de R-C in redelijkheid tot zijn oordeel omtrent de machtiging heeft kunnen komen. Het gaat dus om een marginale toetsing. Aldus conclusie A-G.
HR 14-02-2023, ECLI:NL:HR:2023:219
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 februari 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, A.E.M. Röttgering, C. Caminada
- Zaaknummer
20/04067
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:219, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑02‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1186, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑12‑2022
- Wetingang
(art. 126m Sv)
Essentie
Toetsing door de feitenrechter van door de R-C verstrekte tapmachtigingen, art. 126m Sv: aan de zittingsrechter staat de rechtmatigheid van de toepassing van de bevoegdheid ter beoordeling, waarbij het gaat om de vraag of de R-C in redelijkheid tot zijn oordeel omtrent de machtiging heeft kunnen komen. Het gaat dus om een marginale toetsing. Aldus conclusie A-G.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.