NJB 2025/2465
Levensgezel in de zin van art. 304 Sr: in casu is het oordeel van het hof dat het slachtoffer als ‘levensgezel’ kan worden aangemerkt ontoereikend gemotiveerd omdat de gebruikte bewijsmiddelen onvoldoende inhouden over ‘de aard en hechtheid van de betrekking’ tussen de verdachte en het slachtoffer.
HR 07-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1445
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/04450
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1445, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:834, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
- Wetingang
(art. 304 Sr)
Essentie
Levensgezel in de zin van art. 304 Sr: in casu is het oordeel van het hof dat het slachtoffer als ‘levensgezel’ kan worden aangemerkt ontoereikend gemotiveerd omdat de gebruikte bewijsmiddelen onvoldoende inhouden over ‘de aard en hechtheid van de betrekking’ tussen de verdachte en het slachtoffer.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘zijn levensgezel, genaamd [slachtoffer], heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, (met kracht) in het gezicht/tegen het hoofd te slaan en die [slachtoffer] (met kracht) bij de (boven) arm(en) te pakken.’ Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsmiddelen: 1. Procesverbaal ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.