Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/4.5.1
4.5.1 Inleiding
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS493892:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor Warringa/Van der Stam, FR 2005, p. 240-247. Zie tevens Grundmann-van de Krol, Koersen door de Wet op het financieel toezicht (2010), p. 309 e.v.
Indien de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie mede zou gelden voor afgeleide financiële instrumenten (zie hiervoor § 4.6), dient bovendien nog gewezen te worden op hoofdstuk 5 van Rule Book 1 (waarvan het opschrift luidt: 'Rules voor de verhandeling van derivaten').
Zie art. A-2701/1 van het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book II).
Zie art. A-2.0 van het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book
Zie de Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten toezicht effectenverkeer (Regeling van 21 december 1995 (Sten. 1995, 250), zoals deze regeling laatstelijk is gewijzigd bij de Regeling van 1 juni 2010 (Stcrt. 2010, 8678)). Opmerkelijk is dat in art. 2 van de Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten toezicht effectenverkeer nog steeds bepaald wordt dat het Fondsenreglement van Euronext Amsterdam (en dus niet de Rule Books), tezamen met deze regeling, uitvoering geeft aan de Noteringsrichtlijn.
Zie art. A-2.0 van het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book
Deze juristen zouden aan D.H. Cross een voorbeeld kunnen nemen. Cross — thans bestuurssecretaris van de Robeco Groep — schreef onvermoeibaar jarenlang ten behoeve van de juridische gemeenschap zeer lezenswaardige artikelen over de regelgeving van de Amsterdamse Effectenbeurs.
In het voorgaande is het wettelijk kader geschetst van de werkingssfeer van de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie. Daartoe zijn drie in art. 5:25i lid 1 Wft voorkomende effectenrechtelijke kernbegrippen aan een nader onderzoek onderworpen. Na een analyse van de begrippen: (i) uitgevende instelling, (ii) financiële instrumenten en (iii) toelating tot de handel op een gereglementeerde markt (of een multilaterale handelsfaciliteit) is gebleken dat met de schets van het wettelijk kader nog niet het laatste woord is gezegd over de werkingssfeer van de openbaarmakingsplicht. Minstens zo belangrijk als het wettelijk kader zijn de door een marktexploitant van een gereglementeerde markt opgestelde regels over de toelating van door uitgevende instellingen uitgegeven fmanciële instrumenten tot de handel op die markt.
Voor de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen zullen vooral de voor Euronext Amsterdam Stock Market geldende marktreglementen relevant zijn. Ingeval de openbaarmakingsplicht mede zou gelden voor afgeleide fmanciële instrumenten, dan wordt ook de voor Euronext Amsterdam Derivatives Market geldende marktreglementering relevant. Het gaat om: (i) Rule Book I (versie van 23 augustus 2010), dat de geharmoniseerde regels voor de beurzen van Amsterdam, Brussel, Lissabon, Londen en Parijs bevat en (ii) Rule Book II (versie van 1 juli 2009) met marktgebonden regels die uitsluitend gelden voor Euronext Amsterdam.1 Voor wat betreft de werkingssfeer van de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie zijn de meest relevante bepalingen2 te vinden in hoofdstuk 6 van Rule Book I (waarvan het opschrift luidt: "Toelating tot de notering en doorlopende verplichtingen voor issuers") en hoofdstuk A-2.7 van Rule Book II (waarvan het opschrift luidt: "Lokale regels met betrekking tot de handel en de toelating tot de notering"). In geval van strijdigheid tussen deze bepalingen van de beide Rule Books prevaleren de lokale bepalingen van Rule Book H.3
Ik plaats nog een enkele kanttekening bij deze Rule Books. In de eerste plaats signaleer ik dat Euronext Amsterdam, ondanks de in de Wet op het financieel toezicht gewijzigde terminologie, opvallend gehecht lijkt aan een voortgezet gebruik van het begrip 'toelating tot de notering'. Gelet op het feit dat hieronder de toelating tot de officiële notering verstaan moet worden, is dit minder verrassend.4 Voor de marktreglementering van Euronext Amsterdam geldt immers dat deze blijkens de Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten toezicht effectenverkeer uitvoering geeft aan de Notering srichtlijn.5 Op grond van deze regeling is Euronext Amsterdam aangewezen als de bevoegde autoriteit als bedoeld in art. 105 lid 1 van de Noteringsrichtlijn. In de tweede plaats signaleer ik dat in de marktieglementering afwisselend gebruik wordt gemaakt van de begrippen 'effect' en 'fonds'. Onder een fonds worden verstaan alle effecten van een bepaalde soort, die zijn uitgegeven door eenzelfde uitgevende instelling en die aan alle houders ervan naar verhouding van hun belang in het fonds onderling gelijke rechten verschaffen.6 In de derde plaats veroorloof ik mij ten slotte nog op te merken dat de Rule Books van Euronext Amsterdam niet uitblinken in helderheid en toegankelijkheid. Het zou geen overbodige luxe zijn indien door de bij Euronext Amsterdam werkzame juristen nog eens ten behoeve van degenen die niet elke dag met deze marktieglementering te maken hebben een heldere toelichting op deze Rule Books zou worden geschreven.7