Rb. Den Haag, 12-06-2013, nr. C/09/431165 / HA ZA 12-1342
ECLI:NL:RBDHA:2013:8257
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
12-06-2013
- Magistraten
Mr. Von Maltzahn
- Zaaknummer
C/09/431165 / HA ZA 12-1342
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2013:8257, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 12‑06‑2013
Uitspraak 12‑06‑2013
Mr. Von Maltzahn
Partij(en)
Vonnis van 12 juni 2013
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUTCH GREEN B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. M.W. Renzen te Rotterdam,
tegen
- 1.
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats], gemeente [gemeente],
- 2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. P. Quist te Naaldwijk.
Partijen zullen hierna Dutch Green, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- —
de dagvaarding van 29 oktober 2012;
- —
de akte houdende overlegging producties van 14 november 2012;
- —
de provisionele eis in het incident ex artikel 223 Rv, tevens conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie van 9 januari 2013;
- —
de conclusie van antwoord in het incident van 23 januari 2012;
- —
het vonnis in het incident tot voorlopige voorziening van 20 februari 2013;
- —
de conclusie van antwoord in reconventie van 24 april 2013, met productie;
- —
het proces-verbaal van comparitie van 24 april 2013.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Dutch Green drijft een groothandel in groenten en fruit. Haar activiteiten richten zich met name op de Europese markt. Zij verbindt daarbij voornamelijk Nederlandse telers met potentiële afnemers in binnen- en buitenland.
2.2.
[gedaagde 2] is per 1 april 2010 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden van Dutch Green in de functie van commercieel directeur. In de arbeidsovereenkomst is geen concurrentiebeding of een relatiebeding opgenomen. [gedaagde 2] had als commercieel directeur de taak om de teler(s) en afnemer(s) bij elkaar te brengen.
2.3.
In deze arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende vermeld:
Artikel 10. Geheimhoudingsplicht
Werknemer verklaart dat hij, zowel gedurende de dienstbetrekking als daarna, volledige geheimhouding zal betrachten ten aanzien van al hetgeen de werknemer in het kader van de onderhavige overeenkomst en daarna ter kennis is gekomen betreffende de organisatie van de werkgever (…) alsmede betreffende relaties van werkgever.
Artikel 11. Documenten en bedrijfsmiddelen
Het is de werknemer niet toegestaan op welke wijze dan ook documenten en/of informatiedragers en/of bedrijfsmiddelen, die hij in verband met zijn werkzaamheden bij werkgever onder zich heeft gekregen, in zijn bezit te hebben of te houden, uitgezonderd voor zover en voor zolang dit voor de uitoefening van zijn werkzaamheden voor werkgever is vereist. (…)
Artikel 13. Nevenwerkzaamheden
Het is werknemer verboden zonder schriftelijke toestemming van werkgever, gedurende de dienstbetrekking, direct of indirect, betrokken te zijn, onderzoek of (neven)werkzaamheden te verrichten voor of een financieel belang te hebben bij, dan wel advies te geven of diensten te verlenen aan een onderneming die werkzaamheden verricht, adviezen geeft en/of diensten verleent, soortgelijk of aanverwant aan de activiteiten van de werkgever.
2.4.
Eén van de afnemers die via [gedaagde 2] van Dutch Green heeft afgenomen is de in Groot-Brittanië gevestigde vennootschap [A] Ltd ([A]), die groenten en fruit aan supermarktketen Tesco levert.
2.5.
[gedaagde 2] heeft omstreeks april/mei 2010 contact gelegd met de firma [A] Ltd., met welk bedrijf hij al bekend was via zijn voormalige werkgever. [gedaagde 2] slaagde er in Dutch Green leverancier van [A] te laten worden.
2.6.
Vanaf juni 2010 heeft Dutch Green onder meer paprika's en (tros)tomaten aan [A] geleverd. Medio november 2010 heeft [A] [gedaagde 2] uitgenodigd voor een bespreking over het seizoen 2011, waarbij besproken is welk programma Dutch Green voor [A] zou mogen gaan verzorgen.
2.7.
Bij e-mail van 17 januari 2011 heeft Dutch Green aan [A] een aanbieding gedaan voor de levering van tomaten (week 18 tot week 44), welke per e-mail van 3 februari 2011 door [A] is aanvaard (zie onder 2.9). In de bevestiging is vastgelegd welke hoeveelheden van welke kwekers wekelijks worden aangevoerd.
2.8.
Naast het programma voor het seizoen 2011 (seizoenscontract) zijn er tussen Dutch Green en [A] individuele opdrachten uitgevoerd.
2.9.
Op 25 oktober 2011 heeft [gedaagde 2] een e-mail aan [A] gestuurd met als onderwerp ‘Agreement Dutch Green B.V. v.s. [A] concerning program season 2012’ en met daarin opgenomen het programma voor 2012. [gedaagde 2] heeft [A] verzocht dit programma te bevestigen, hetgeen is gebeurd via een e-mail van diezelfde datum met daarin vermeld ‘confirmed’. In het programma 2012 is het volgende opgenomen:
GROWER | [naam 1] | [naam 2] | [naam 2] | [naam 2] |
PRODUCT | JUANITA | SWEETELLE | SUMMERSUN | ORANGE BABY |
Period season 2012 | wk 18–44 | wk 18–44 | wk 18–44 | start harvest tot end |
Kilo's devided over the week | 13000 kg | 3000 kg | 3000 kg | 3000 kg |
Calculation based on box weight | 7 kg | 7 kg | 7 kg | 7 kg |
Calculation based on amount per palet | 100 boxes | 100 boxes | 100 boxes | 100 boxes |
PRICE DELIVERED PER KG | £ 2,79 | £ 2,65 | £ 2,65 | £ 3,14 |
2.10.
Op 1 december 2011 schrijft [gedaagde 2] per e-mail aan onder meer [directeur Dutch Green], directeur van Dutch Green:
Hierbij een prognose /target wat betreft export UK 2012 met de bestaande en nieuwe klanten.
[A]
Ter info, hierbij de prognose wat betreft contracten [A] voor het seizoen 2012. Het product vleestomaten is hier niet meegenomen aangezien ik hier nog geen concrete uitspraken over heb gekregen.
2.11.
Op 5 december 2011 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [A] en [gedaagde 2], waarbij eveneens afspraken zijn gemaakt met betrekking tot het seizoen 2012. Deze afspraken heeft [A] bij e-mail van dezelfde datum bevestigd.
2.12.
Bij e-mail van 28 maart 2012 heeft [gedaagde 2] zijn dienstverband met Dutch Green opgezegd. Kort daarvoor had [gedaagde 2] aan Dutch Green bekend gemaakt dat hij een eigen onderneming zou beginnen. Bij brief van 26 april 2012 heeft Dutch Green aan [gedaagde 2] bevestigd dat zijn dienstverband bij Dutch Green zal eindigen op 1 mei 2012.
2.13.
Uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat [gedaagde 1] op 4 mei 2012 is opgericht en dat [gedaagde 2] en [bestuurder] bestuurders zijn van de vennootschap. [gedaagde 1] houdt zich bezig met groothandel in en de import en export van groenten en fruit.
2.14.
Vanaf mei 2012 zijn Zon fruit & vegetables en [kweker] hun producten aan [gedaagde 1] gaan leveren en is [gedaagde 1] aan [A] gaan leveren.
2.15.
Op 15 oktober 2012 heeft Dutch Green ten laste van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] conservatoir (derden)beslag laten leggen op de bankrekening bij de Coöperatieve Rabobank Westland U.A. en ten laste van [gedaagde 2] op de onverdeelde helft van de aan [gedaagde 2] in (mede)eigendom toebehorende onroerende zaak aan de [a-straat] [1] te [a-plaats] zulks tot verzekering van verhaal van een op € 1.600.000,-- incl. rente en kosten begrote vordering.
2.16.
Bij brief van 17 oktober 2012 heeft [gedaagde 2] via zijn advocaat betwist dat hij dan wel [gedaagde 1] onrechtmatig heeft geconcurreerd. Daarbij is Dutch Green gesommeerd de beslagen op te heffen en is zij aansprakelijk gesteld voor de door [gedaagde 2] en [gedaagde 1] geleden en te lijden schade. Dutch Green heeft aan deze sommatie geen gevolg gegeven.
2.17.
Bij kortgedingvonnis van deze rechtbank van 31 oktober 2012 is de door [gedaagde 2] en [gedaagde 1] gevorderde opheffing van de beslagen afgewezen.
3. Het geschil
in conventie
3.1.
Dutch Green vordert — zakelijk weergegeven — [gedaagde 1]:
- (a)
een verklaring voor recht dat [gedaagde 2] een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens Dutch Green althans toerekenbaar tekortgeschoten is door tijdens het dienstverband met Dutch Green voorbereidingen te treffen voor het opstarten van een eigen concurrerende onderneming en kort na beëindiging van het dienstverband de seizoencontracten met [A] en de kwekers Zon fruit & vegetables en [kweker] over te nemen en voor rekening en risico van [gedaagde 1] na te komen;
- (b)
een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens Dutch Green door te profiteren van de onrechtmatige daad althans wanprestatie van [gedaagde 2] jegens [gedaagde 1];
- (c)
[gedaagde 2] en [gedaagde 1] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 1.392.760,01 met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding;
- (d)
hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van de proceskosten, waaronder die van de beslagen.
3.2.
Dutch Green heeft aan haar vorderingen — samengevat — het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagde 2] heeft jegens Dutch Green onrechtmatig gehandeld en concurreert onrechtmatig. Daarnaast is [gedaagde 2] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de arbeidsovereenkomst met Dutch Green. Hij heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door aan [gedaagde 1] kenbaar te maken welke afspraken er zijn gemaakt met [A] en met de kwekers. [gedaagde 2] heeft documenten van Dutch Green meegenomen en gebruikt in het kader van de door [gedaagde 1] gedreven onderneming. Ook heeft hij het verbod op nevenwerkzaamheden geschonden door in de tijd dat hij bij Dutch Green werkzaam was in overleg te treden met [A] over de oprichting van een nieuwe onderneming die dezelfde activiteiten zou gaan uitvoeren als Dutch Green. [gedaagde 1] profiteert van het onrechtmatig handelen van [A] en [gedaagde 2] althans van hun wanprestatie. [gedaagde 1] heeft overeenkomsten uitgevoerd waarvan zij wist dat deze door Dutch Green met derden waren gesloten, waarmee zij onrechtmatig heeft gehandeld. Als gevolg van het onrechtmatig handelen dan wel de wanprestatie van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] heeft Dutch Green schade geleden.
3.3.
[gedaagde 2] en [gedaagde 1] voeren verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader wordt ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde 2] en [gedaagde 1] vorderen — zakelijk weergegeven —:
- (a)
de gelegde beslagen op te heffen;
- (b)
Dutch Green te veroordelen tot betaling aan [gedaagde 2] en [gedaagde 1] van € 200.000,-- althans een in goede justitie te bepalen bedrag ter zake van de door [gedaagde 2] en [gedaagde 1] als voorschot op de als gevolg van onrechtmatige beslaglegging geleden schade;
- (c)
Dutch Green te veroordelen tot vergoeding van de door [gedaagde 2] en [gedaagde 1] ten gevolge van de onrechtmatig gelegde beslagen geleden schade nader op te maken bij staat, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
- (d)
Dutch Green te veroordelen in de proces- en nakosten.
3.5.
Aan deze vordering leggen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ten grondslag dat zij belang hebben bij opheffing van de beslagen, nu door het voortduren daarvan de continuïteit van [gedaagde 1] in gevaar komt, waardoor zij zal worden gedwongen haar bedrijfsactiviteiten te beëindigen. Dutch Green handelt onrechtmatig door te weigeren de beslagen op te heffen als gevolg waarvan [gedaagde 2] en [gedaagde 1] schade lijden en hebben geleden.
3.6.
Dutch Green voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader wordt ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie
Onrechtmatige concurrentie?
4.1.
In geschil is of sprake is van onrechtmatige concurrentie door [gedaagde 2] jegens zijn voormalige werkgever Dutch Green. De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat het een voormalige werknemer, die in zijn handelen niet beperkt wordt door een relatie- of concurrentiebeding, zoals in de onderhavige zaak, in beginsel vrijstaat zijn voormalige werkgever te beconcurreren. Volgens vaste rechtspraak is van ongeoorloofde concurrentie in beginsel dan ook eerst sprake wanneer voldaan is aan drie vereisten, te weten
- a)
het stelselmatig en substantieel afbreken van
- b)
het duurzame bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever, dat de voormalige werknemer in het kader van de arbeidsovereenkomst mee heeft helpen opbouwen
- c)
met de hulpmiddelen die hij daartoe vertrouwelijk van zijn werkgever ter beschikking kreeg (HR 9 december 1955, NJ 1956, 157 Boogaard/Vesta).
4.2.
Dutch Green heeft onder meer de navolgende omstandigheden naar voren gebracht:
- —
[gedaagde 2] heeft als werknemer van Dutch Green het contact met [A] gelegd en heeft voor en namens Dutch Green contracten met [A] en de kwekers gesloten;
- —
[gedaagde 2] heeft in de periode dat hij werknemer was van Dutch Green (eerste helft van 2012) gesprekken aangeknoopt met [A] en is tot afspraken gekomen om de contracten die met Dutch Green waren gesloten onder te brengen in een nieuwe gezamenlijk op te richten besloten vennootschap;
- —
[gedaagde 2] heeft met gebruikmaking van vertrouwelijke informatie van Dutch Green welke hij in het kader van zijn functie beschikbaar had, een eigen onderneming gestart en voorbereid in de tijd dat hij voor Dutch Green werkzaam was;
- —
de omzet welke werd gerealiseerd uit de contracten met [A], Zon fruit & vegetables en [kweker] is substantieel te noemen en behoorde tot het duurzame bedrijfsgebied van Dutch Green;
- —
[gedaagde 2] heeft bij het opstarten van [gedaagde 1] gebruik gemaakt van know how en goodwill welke hij bij Dutch Green had opgebouwd;
- —
[gedaagde 2] heeft zowel de kwekers als [A] aangezet tot wanprestatie door hen te bewegen met hem een nieuwe onderneming te starten en de inkoop door [A] op de Nederlandse markt via hem te laten lopen en de kwekers de producten aan [gedaagde 1] te laten leveren.
4.3.
[gedaagde 2] en [gedaagde 1] bestrijden dat zij onrechtmatig hebben gehandeld dan wel wanprestatie hebben gepleegd. Zij betwisten dat zij stelselmatig en substantieel afbreuk hebben gedaan aan het bedrijfsdebiet van Dutch Green. Zij voeren aan dat [gedaagde 2] reeds contacten had met [A] voordat hij in dienst trad van Dutch Green en dat zij nimmer negatieve publiciteit over Dutch Green hebben verspreid. Volgens [gedaagde 2] en [gedaagde 1] staat het hen vrij zaken te doen met [A]. Voorts betwisten zij ‘aan de haal te zijn gegaan’ met een bestendige relatie van Dutch Green en gebruik te hebben gemaakt van vertrouwelijke informatie van Dutch Green.
4.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat [gedaagde 2] tijdens zijn dienstverband met Dutch Green er in geslaagd is Dutch Green één van de belangrijkste leveranciers van [A] te laten worden. Vanaf juni 2010 heeft Dutch Green paprika's en (tros)tomaten aan [A] geleverd. Vervolgens heeft Dutch Green begin 2011 met [A] afspraken gemaakt over hoeveelheden en prijzen voor het programma voor het seizoen 2011, hetgeen blijkt uit de e-mailwisseling tussen [gedaagde 2] namens Dutch Green en [naam 3] namens [A] van 17 januari 2011 en 3 februari 2011 betreffende de levering van diverse tomatenvariëteiten. In de bevestiging is vastgelegd welke hoeveelheden van welke kwekers wekelijks zouden worden aangevoerd (week 20 tot 44) en welke prijzen daarvoor zouden gelden.
4.5.
Partijen verschillen van mening over de vraag of voor het seizoen 2012 tussen [A] een Dutch Green een (rechtens afdwingbare) overeenkomst gesloten is, hetgeen door [gedaagde 2] en [gedaagde 1] wordt betwist. De rechtbank overweegt als volgt. Bij e-mail van 1 december 2011 (productie 8 Dutch Green) schrijft [gedaagde 2] aan Dutch Green onder meer: ‘hierbij een prognose/target wat betreft export UK 2012 met bestaande en nieuwe klanten.’ Daarna volgt onder meer een ‘prognose’ ten aanzien van contracten met [A] voor het seizoen 2012. Daarnaast zijn er, zoals vermeld, e-mails tussen [gedaagde 2] en [A] overgelegd waarin ten aanzien van 2012 sprake is van vaste kiloprijzen voor bepaalde tomaten en van hoeveelheden wekelijks af te nemen product. Tussen partijen staat vast dat, afgezien van de in het ‘programma 2012’ neergelegde prijzen en hoeveelheden, wekelijks losse verkoop voorkwam. Naar het oordeel van de rechtbank mocht Dutch Green in de gegeven situatie het gerechtvaardigd vertrouwen mocht koesteren dat in beginsel de door haar met [A] voor 2012 besproken prijzen en hoeveelheden zouden gelden. Dat gold ook voor de relatie Dutch Green- telers.
4.6.
Voorts staat vast dat [gedaagde 2] de arbeidsovereenkomst met Dutch Green op 28 maart 2012 heeft opgezegd en dat hij op 4 mei 2012 [gedaagde 1] heeft opgericht. De voorbereidende activiteiten voor het opstarten van zijn eigen onderneming heeft [gedaagde 2] uitgevoerd, terwijl hij nog in dienst was van Dutch Green. In die periode heeft hij ook al contacten gelegd met [bestuurder] die werkzaam is bij [A] over zijn voornemen een eigen onderneming te starten, hetgeen blijkt uit de e-mail van 19 maart 2012. Zowel [gedaagde 2] als [bestuurder] zijn bestuurders van [gedaagde 1] geworden. Gebleken is dat [gedaagde 2] toeleveranciers van Dutch Green heeft benaderd en heeft bewerkstelligd dat de telers Zon fruit & vegetables en [kweker] hun producten vanaf mei 2012 aan [gedaagde 1] zijn gaan leveren, waarna [gedaagde 1] rechtstreeks aan [A] is gaan leveren. Uit deze handelwijze valt af te leiden dat [gedaagde 2] [A] heeft bewogen niet langer met Dutch Green, maar met [gedaagde 1] zaken te doen. Dat is onrechtmatig jegens Dutch Green.
4.7.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde 2] door aldus te handelen een belangrijk deel van het bedrijfsdebiet van Dutch Green, dat hij in het kader van zijn arbeidsovereenkomst vanaf medio 2010 heeft helpen opbouwen, heeft afgebroken. [A] was van medio 2010 tot mei 2012 een zeer belangrijke afnemer van Dutch Green, die — tezamen met de omzet die werd gerealiseerd uit de contracten met Zon fruit & vegetables en [kweker] — zorgde voor een substantiële omzet van Dutch Green. Dat [gedaagde 2] al contacten had met [A] alvorens hij in dienst trad van Dutch Green maakt dit niet anders, nu [gedaagde 2] in de periode dat hij voor Dutch Green werkzaam was, ervoor heeft gezorgd dat [A] een belangrijke klant van Dutch Green werd voor de Britse markt. [gedaagde 2] heeft een belangrijke klant van haar voormalige werkgeefster overgenomen en heeft daarbij gebruik gemaakt van vertrouwelijke gegevens van Dutch Green, die hij in het kader van zijn functie als commercieel directeur ter beschikking had, om een eigen onderneming te beginnen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit gedrag aan te merken als onrechtmatige concurrentie. Het onder 3.1. onder a) primair gevorderde is toewijsbaar.
4.8.
Vervolgens dient beoordeeld te worden of [gedaagde 1] onrechtmatig jegens Dutch Green heeft gehandeld. Vast staat dat [gedaagde 1] vanaf mei 2012 tomaten is gaan afnemen van telers en vervolgen is gaan leveren aan [A], terwijl deze tomaten anders via Dutch Green aan [A] zouden zijn geleverd. [gedaagde 1] heeft daarmee geprofiteerd van het onrechtmatig handelen van [gedaagde 2]. [gedaagde 1] heeft hierbij gebruik gemaakt van de gedurende zijn dienstverband bij Dutch Green met [A] opgebouwde handelsrelatie. Daardoor handelt [gedaagde 1] zelf ook onrechtmatig tegenover Dutch Green. Het onder 3.1. onder b) primair gevorderde is eveneens toewijsbaar.
Omvang van de schade en causaal verband
4.9.
De schade moet het gevolg van de vastgestelde onrechtmatige daad zijn. De onrechtmatige daad bestaat in dit geval in het afbreken van een belangrijk deel van het bedrijfsdebiet van Dutch Green dat [gedaagde 2] in het kader van de arbeidsovereenkomst heeft helpen opbouwen met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens van Dutch Green. De schade is ontstaan doordat [gedaagde 2] en [A] de relatie met Dutch Green hebben verbroken en dat [gedaagde 2] kort na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een nieuwe onderneming is gestart die zich toelegt op dezelfde activiteiten en dezelfde markt, waarbij [gedaagde 2] een belangrijke klant van Dutch Green heeft overgenomen. Niet weersproken is dat door het verlies van [A] als afnemer de omzet van Dutch Green substantieel is verminderd, waardoor voldoende aannemelijk is dat Dutch Green schade heeft geleden.
4.10.
Dutch Green vordert in totaal € 1.392.760,-- aan schade, die is opgebouwd uit de volgende posten:
- —
misgelopen omzet/koersverlies/clichékosten uit het contract terzake [kweker] ad € 560.185,72 (€ 239.250,- aan omzetverlies);
- —
misgelopen omzet/koersverlies uit het contract terzake Zon fruit & vegetables ad € 364.132,49 (€ 144.549,09);
- —
misgelopen omzet/marge uit het contract terzake Zon fruit & vegetables ad € 313.106,23;
- —
misgelopen omzet/ marge uit losse verkoop ad € 155.335,57.
Ter onderbouwing hiervan verwijst Dutch Green naar de bij akte van 14 november 2012 overgelegde producties 19, 22, 23 en 24.
4.11.
[gedaagde 2] en [gedaagde 1] betwisten de omvang van deze schade.
Gemiste omzet/marge
4.12.
Om de schade te kunnen berekenen dient de totale omzet te worden verminderd met de gemaakte kosten. Dutch Green dient zoveel mogelijk in de toestand te worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd indien [gedaagde 2] in dienst van Dutch Green was gebleven. Om een indicatie te krijgen welk bedrag Dutch Green aan omzet bij [A] over 2012 heeft gemist, kunnen als uitgangspunt dienen de berekeningen in producties 19, 22, 23 en 24.
4.13.
De berekening in productie 19 (inzake Sugardrop en Moruno tomaten van [kweker]) van Dutch Green behoeft toelichting In die productie wordt verwezen naar bijlagen 4 en 5, die ontbreken. De verkoopprijs, de telerprijs per colli, de vrachtprijs, het aantal colli's per week worden vermeld, terwijl onderliggende bescheiden ontbreken. Niet duidelijk is van welke datum de berekende koers dateert. Er wordt kennelijk onderscheid gemaakt tussen teelt en extra teelt 1400 m2.
4.14.
De berekening in productie 22 (inzake Juanita, Swetelle, Summersun en Orange Baby tomaten) spoort met de verkoopgegevens, verwerkt in het programma 2012, vermeld in 2.9. Voor de inkoopgegevens ontbreken echter onderliggende bescheiden (inkoopprijs, vrachtprijs). Niet duidelijk is van welke datum de berekende koers dateert.
4.15.
De berekening in productie 23 (inzake vine en classic vine × 20) is wat de verkoopcijfers en leveringsperiode betreft kennelijk gebaseerd op de producties van deze bijlagen. Onderliggende bescheiden ten aanzien van inkoop, vracht en commissie Dutch Green ontbreken.
4.16.
Voor de berekening in productie 24 wordt gesteund op de verkopen over 2011. Deze cijfers behoeven toelichting.
Gemist koersresultaat
4.17.
De rechtbank is met [gedaagde 2] en [gedaagde 1] van oordeel dat Dutch Green gemist koersresultaat niet als schade mag claimen. Een redelijk handelend ondernemer dient zijn koersrisico af te dekken voor het seizoen, waarin hij de betalingen kan verwachten.
Clichékosten
4.18.
Dutch Green vordert € 1.650,-- aan clichékosten voor verpakkingsmateriaal. Zij verwijst naar een opdrachtbevestiging van [B] Verpakking B.V. voor opzettrays die als bijlage 3 bij productie 20 voor het seizoen 2012 is overgelegd. Dutch Green heeft geen bewijs van betaling overgelegd. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen om Dutch Green de gelegenheid te bieden een betalingsbewijs in het geding te brengen.
Slotsom
4.19.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen teneinde Dutch Green de gelegen-heid te geven de gestelde schade met inachtneming van hetgeen in 4.12 tot en met 4.16 en 4.18 is overwogen nader toe te lichten (met bijvoeging van onderliggende bescheiden). Dutch Green moet uitgaan van de koers, die zou hebben gegolden ten tijde van de te verwachten afrekening van het seizoen 2012 met [A].
4.20.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
in reconventie
4.21.
In afwachting van de aktewisseling in conventie houdt de rechtbank iedere beslissing aan.
5. De beslissing
De rechtbank:
in conventie
- —
verwijst de zaak naar de rol van 24 juli 2013 voor het nemen van een akte als bedoeld in rechtsoverweging 4.19;
in conventie en in reconventie
- —
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Von Maltzahn en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2013 tegenwoordigheid van de griffier.