Deze zaak hangt samen met de zaak met nummer 12/05915 ([...]), in welke zaak ik ook vandaagzal concluderen.
HR, 15-04-2014, nr. 12/05484
ECLI:NL:HR:2014:909
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15-04-2014
- Zaaknummer
12/05484
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2014:909, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 15‑04‑2014; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:271, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2014:271, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑02‑2014
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:909, Gevolgd
- Vindplaatsen
Uitspraak 15‑04‑2014
Inhoudsindicatie
Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard, nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Partij(en)
15 april 2014
Strafkamer
nr. S 12/05484
SG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 november 2012, nummer 22/002339-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014.
Conclusie 18‑02‑2014
Inhoudsindicatie
Art. 437.2 Sv. Verdachte wordt n-o verklaard, nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Nr. 12/05484
Mr. Harteveld
Zitting 18 februari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte] 1.
1. De verdachte is door het Gerechtshof te ’s-Gravenhage bij arrest van 23 november 2012 wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen hechtenis, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en onder bijzondere voorwaarden. Voorts heeft het Hof op de vorderingen van twee benadeelde partijen en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 10 juli 2013 rechtsgeldig in persoon aan verdachte op zijn detentieadres betekend. Mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft zich als verdachtes raadsman in cassatie gesteld en is tijdig van die betekening in kennis gesteld. Bij schrijven van 6 september 2013 heeft de raadsman bericht dat hij in deze zaak geen cassatieschriftuur zal indienen. Binnen de door het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn is ook niet door een andere advocaat een schriftuur met middelen ingediend. Verdachte kan derhalve niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 18‑02‑2014