NJB 2020/2915
Verzoek om nadeelcompensatie voor vervallen ligplaats voor salonboten. Voor zover onrechtmatig handelen van de gemeente zou hebben geleid tot een besluit, was daartegen, gelet op artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, Awb, geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk. Voor zover een planologische kernbeslissing de gestelde oorzaak is van de schade, was de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd een besluit te nemen over nadeelcompensatie. Het college heeft het verzoek om een planschadevergoeding terecht afgewezen omdat geen planschade is geleden. Voor zover schade zou zijn geleden door een gedeeltelijk onrechtmatig bestemmingplan, wordt het verzoek om schadevergoeding doorgezonden aan de raad
RvS 04-11-2020, ECLI:NL:RVS:2020:2629
- Instantie
Raad van State
- Datum
4 november 2020
- Magistraten
Mrs. Verheij, Van Ravels, Lange
- Zaaknummer
201905478/1/A2
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:2629, Uitspraak, Raad van State, 04‑11‑2020
- Wetingang
(art. 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, 8:88, eerste lid, en 8:90, tweede lid, Awb; art. 2 Beleidsregel schadevergoeding Ruimte voor de Rivier; art. 6.1 Wro)
Essentie
Verzoek om nadeelcompensatie voor vervallen ligplaats voor salonboten. Voor zover onrechtmatig handelen van de gemeente zou hebben geleid tot een besluit, was daartegen, gelet op artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, Awb, geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk. Voor zover een planologische kernbeslissing de gestelde oorzaak is van de schade, was de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd een besluit te nemen over nadeelcompensatie. Het college heeft het verzoek om een planschadevergoeding terecht afgewezen omdat geen planschade is geleden. Voor zover schade zou zijn geleden door een gedeeltelijk onrechtmatig bestemmingplan, wordt het verzoek om schadevergoeding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.