Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.3.2
8.3.2 De Wilg en de Nbw 1998
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS449853:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2005-2006, 30509, nr. 3, p. 3.
Ministerie van VROM e.a. 2006, p. 110 en 112.
Deze problematiek is eerder uitgebreid besproken in par 6.4.3 van dit boek.
Kamerstukken II 2003-2004, 29576, nr. 1, p. 64-66.
Kamerstukken II 2005-2006, 30509, nr. 3, p. 5-6.
Kamerstukken II 2005-2006, 30509, nr. 3, p. 26.
De mogelijkheden om het beheerplan en de vergunningplicht van artikel 19d, lid 1 Nbw 1998 voor dat doel te gebruiken worden uitvoerig besproken in de hoofdstukken 3 en 4 van dit boek.
Een uitgebreide analyse van de juridische status van het beheerplan is te vinden in paragraaf 4.2 van dit boek.
In de Wilg wordt de term ‘Natura 2000’ en/of ‘Natura 2000-gebied’ niet gebruikt. De term ‘natuur’ is op meerdere plaatsen in de Wilg te vinden. Wel ontbreekt in de wet een definitie of een omschrijving van deze term. Het ontbreken van een koppeling tussen het gebiedsgerichte beleid en de bescherming van Natura 2000-gebieden is opvallend. In de beleidsdocumenten die aan de Wilg ten grondslag liggen, te weten de Nota Ruimte en Agenda Vitaal Platteland, is dat nadrukkelijk wel het geval.1 In de Nota Ruimte is een aparte paragraaf met betrekking tot ‘investeren in de kwaliteit van natuur’ opgenomen. Daarin wordt onder meer gesteld dat het Rijk, provincies en gemeenten verantwoordelijkheid zijn voor de bescherming, instandhouding en de ontwikkeling van de aanwezige bijzondere waarden en kenmerken van de Vrl-SBZ’s en Hrl-SBZ’s en de Natuurbeschermingswetgebieden.2 Ter illustratie: het Barro besteedt in het geheel geen aandacht aan deze kwestie. In titel 2.10 van het Barro zijn wel algemene regels met betrekking tot de EHS vastgelegd. Het ontbreken van algemene regels voor de bescherming van Natura 2000-gebieden vormt in de praktijk geen probleem. Op basis van artikel 19j, lid 1 Nbw 1998 zijn gemeenteraden verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de instandhoudingsdoelstellingen van habitats en soorten in een Natura 2000-gebied.3 De Agenda Vitaal Platteland bevat de rijksvisie met betrekking tot de (gewenste) ontwikkelingen op het platteland. De realisatie van ‘meer natuur’ vormt een belangrijke doelstelling. In dat verband verplicht de overheid zich tot een volledige implementatie van de Vrl en Hrl. Daaronder wordt verstaan: de formele aanwijzing van de in Brussel aangemelde habitatrichtlijngebieden en de realisatie van het Natura 2000-netwerk in Nederland.4 In de memorie van toelichting wordt nadrukkelijk naar de bovenstaande doelstellingen verwezen om het nut en de noodzaak van de Wilg te onderstrepen.5 Zo beschouwd is het opvallend dat de belangen van de natuur niet concreter in de Wilg zijn verankerd. Op basis van passages uit de memorie van toelichting ontstaat sterk de indruk dat het nadrukkelijk niet de bedoeling is om de Wilg te gebruiken voor gebieds- of soortbescherming.6 Volgens de wetgever staan de Nbw 1998 en de Ffw los van de Wilg en zijn activiteiten in het landelijk gebied onderworpen aan de vergunningplicht van artikel 19d, eerste lid Nbw 1998. In de parlementaire geschiedenis van de Wilg wordt wel een relatie gelegd tussen het gebiedsgerichte beleid en het beheer van Natura 2000-gebieden. Een en ander neemt niet weg dat de bescherming van dergelijke gebieden worden afgedwongen met behulp van het (toepasselijke) Nbw 1998-instrumentarium.7
De wetgever besteedt geen aandacht aan de vraag in hoeverre het mogelijk is om het beheerplan (mede) voor de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid in te zetten. Bij de vaststelling van een beheerplan wordt rekening gehouden met het bestaand gebruik in en rond het Natura 2000-gebied. Een dergelijke integrale benadering sluit goed aan bij de doelstellingen van het gebiedsgerichte beleid. Bij de uitwerking van instandhoudingsmaatregelen kan, voor zover de ecologische vereisten van de habitats en soorten dat toelaten, rekening worden gehouden met sociaaleconomische factoren. Tot slot draagt het gebruik van het beheerplan voor dat doel bij aan een efficiëntere besluitvorming en een besparing van de kosten. Tegenover deze genoemde voordelen staan ook belangrijke nadelen. Het toepassingsbereik van het beheerplan is beperkt tot gronden die onderdeel uitmaken van een Natura 2000-gebied. Het grootste deel van het landelijk gebied is niet als Natura 2000-gebied aangewezen. Dit betekent dat voor de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid ook andere instrumenten nodig zijn. In tegenstelling tot wat de wetgever in de memorie van toelichting stelt, komt aan het beheerplan geen normerende werking toe.8 Het is niet mogelijk om de uitvoering van instandhoudingsmaatregelen op basis van een beheerplan af te dwingen. Het beheerplan is primair bedoeld voor het vaststellen van instandhoudingsmaatregelen ten behoeve van habitats en soorten in een Natura 2000-gebied. Bij de vaststelling en uitwerking van een dergelijk plan zijn ecologische motieven doorslaggevend. Dit uitgangspunt staat op gespannen voet met de inhoud en strekking van het gebiedsgerichte beleid. Natuur is slechts een deelaspect van dit beleid. Het beheerplan is om de bovenstaande redenen niet geschikt om de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid te borgen. Dat betekent dat het niet mogelijk is om het inrichtingsplan te vervangen door een beheerplan.