RvS, 28-11-2012, nr. 201105157/1/A4
ECLI:NL:RVS:2012:BY4397
- Instantie
Raad van State
- Datum
28-11-2012
- Zaaknummer
201105157/1/A4
- LJN
BY4397
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RVS:2012:BY4397, Uitspraak, Raad van State, 28‑11‑2012; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Wetingang
art. 1:2 Algemene wet bestuursrecht
- Vindplaatsen
JM 2013/16 met annotatie van T.N. Sanders
Uitspraak 28‑11‑2012
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 januari 2009 heeft het college een verzoek van [appellant] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot een door Club Cèrcle Hippique gedreven inrichting voor het trainen en huisvesten van sportpaarden aan de Middenweg 147c te Nederhorst den Berg afgewezen.
Partij(en)
201105157/1/A4.
Datum uitspraak: 28 november 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te Nederhorst den Berg, gemeente Wijdemeren,
en
het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2009 heeft het college een verzoek van [appellant] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen met betrekking tot een door Club Cèrcle Hippique gedreven inrichting voor het trainen en huisvesten van sportpaarden aan de Middenweg 147c te Nederhorst den Berg afgewezen.
Bij besluit van 15 maart 2011 heeft het college opnieuw besloten op het bezwaar dat [appellant] tegen de afwijzing heeft gemaakt.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 november 2012, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. R.A.M. Verkoijen, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.A.L. van den Puttelaar, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
- 1.
[appellant] heeft verzocht om toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen wegens het in strijd met de voor de inrichting geldende milieuvergunning laden en lossen van paarden.
- 2.
Vaststaat dat Club Cèrcle Hippique de exploitatie van de inrichting inmiddels heeft gestaakt. [appellant] stelt dat hij desondanks belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep met het oog op mogelijke toekomstige overtredingen door Club Cèrcle Hippique of door een andere houder van de inrichting als de inrichting weer in gebruik wordt genomen.
- 3.
Overtredingen door Club Cèrcle Hippique zullen niet meer plaatsvinden. Het staat thans vast dat zij de exploitatie van de inrichting niet meer zal hervatten. In zoverre heeft [appellant] geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Dat in de toekomst de inrichting mogelijk door een ander in gebruik wordt genomen en dat deze de voor hem geldende vergunning dan mogelijk zal overtreden, levert evenmin een procesbelang op bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
- 4.
Gelet hierop is het beroep niet-ontvankelijk.
- 5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van staat.
w.g. Van Kreveld w.g. Van der Zijpp
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2012
262-732.