CRvB, 06-12-2017, nr. 17/6868 AW-VV-PV
ECLI:NL:CRVB:2017:4323
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
06-12-2017
- Zaaknummer
17/6868 AW-VV-PV
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:CRVB:2017:4323, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 06‑12‑2017; (Proces-verbaal, Voorlopige voorziening)
Uitspraak 06‑12‑2017
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening. Het besluit van 23 augustus 2017 zal bij de te nemen beslissing op bezwaar naar verwachting niet onverkort kunnen worden gehandhaafd. Er zal rekening moeten worden gehouden met twee in deze uitspraak genoemde aspecten. Omdat niet is gebleken van financiële noodsituatie, kan de nieuwe beslissing op bezwaar worden afgewacht.
17/6868 AW-VV-PV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening
Partijen:
[Verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
het bestuur van de Centrale Raad van Beroep (het bestuur)
Datum uitspraak: 6 december 2017
Zitting heeft: C.J. Borman
Griffier: L.V. van Donk
Het verzoek om voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van 6 december 2017. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door mr. I.L. Gerrits, advocaat. Het bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.A. Schneider, advocaat, en
mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Het besluit van 23 augustus 2017 zal bij de te nemen beslissing op bezwaar naar verwachting niet onverkort kunnen worden gehandhaafd. In ieder geval ligt het in de rede dat bij deze beslissing zal worden ingegaan:
a. op de vraag in hoeverre per 1 juli 2017 recht bestond op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, nu de ziekmelding dateert van 12 juli 2013;
b. op de vraag welke betekenis in het onderhavige geval toekomt aan artikel 5, eerste lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren.
Hoewel niet uit te sluiten valt dat verzoekster uiteindelijk aanspraak kan maken op een hoger uitkeringsbedrag dan thans genoten, is niet gebleken dat sprake is van een zodanige financiële noodsituatie, dat de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht.
Verzoekster geeft aan veel spanning en frustratie te ervaren door de lange duur van haar procedures. Het procederen kost energie die zij nodig heeft om te re-integreren. De voorzieningenrechter ziet hierin onvoldoende reden om ervan uit te gaan dat de binnenkort te verwachten beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht. Van belang is dat het bestuur heeft aangegeven dat deze beslissing uiterlijk op 27 december 2017 zal worden genomen, naar ter zitting aangegeven behoudens toestemming tot later beslissen door verzoekster.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) L.V. van Donk (getekend) C.J. Borman
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep