NJB 2025/2704:Uitzondering van art. 38 lid 6 Sr op uitgangspunt dat een rechterlijke uitspraak pas ten uitvoer mag worden gelegd nadat zij onherroepelijk is geworden: een bevel dat een op grond van art. 38 lid 1 Sr opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is kan voor de verdachte verstrekkende gevolgen hebben. De rechter moet alle omstandigheden van het geval meewegen ‘waardoor een maatregel kan worden opgelegd die zoveel mogelijk is toegesneden op de betrokken persoon, in het belang van de veiligheid van de samenleving en een humane tenuitvoerlegging van de maatregel’. In casu is het kennelijke oordeel van het hof dat de dadelijke tenuitvoerlegging noodzakelijk is, toereikend gemotiveerd. CAG: anders.