NJB 2025/2704
Uitzondering van art. 38 lid 6 Sr op uitgangspunt dat een rechterlijke uitspraak pas ten uitvoer mag worden gelegd nadat zij onherroepelijk is geworden: een bevel dat een op grond van art. 38 lid 1 Sr opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is kan voor de verdachte verstrekkende gevolgen hebben. De rechter moet alle omstandigheden van het geval meewegen ‘waardoor een maatregel kan worden opgelegd die zoveel mogelijk is toegesneden op de betrokken persoon, in het belang van de veiligheid van de samenleving en een humane tenuitvoerlegging van de maatregel’. In casu is het kennelijke oordeel van het hof dat de dadelijke tenuitvoerlegging noodzakelijk is, toereikend gemotiveerd. CAG: anders.
HR 18-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1705
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/05021
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1705, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:972, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑09‑2024
- Wetingang
(art. 38 Sr)
Essentie
Uitzondering van art. 38 lid 6 Sr op uitgangspunt dat een rechterlijke uitspraak pas ten uitvoer mag worden gelegd nadat zij onherroepelijk is geworden: een bevel dat een op grond van art. 38 lid 1 Sr opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is kan voor de verdachte verstrekkende gevolgen hebben. De rechter moet alle omstandigheden van het geval meewegen ‘waardoor een maatregel kan worden opgelegd die zoveel mogelijk is toegesneden op de betrokken persoon, in het belang van de veiligheid van de samenleving en een humane tenuitvoerlegging van de maatregel’. In casu is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.