Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.4.3:2.4.3 Deel B: Onderzoek en analyse (kernhoofdstukken, hoofdstuk 9 tot en met hoofdstuk 16)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.4.3
2.4.3 Deel B: Onderzoek en analyse (kernhoofdstukken, hoofdstuk 9 tot en met hoofdstuk 16)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940661:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdstukken 9 tot en met 16 vormen de kern van dit onderzoek. In deze hoofdstukken staat het bewijsrecht zoals dat specifiek geldt voor de fiscale bestuurlijke boete centraal. In elk van de hoofdstukken 9 tot en met 16 wordt een afzonderlijk deelgebied van het bewijsrecht voor de fiscale bestuurlijke boete uitgewerkt. Bij die uitwerking komt telkens het antwoord op de overige onderzoeksvragen aan de orde.
Voor wat betreft de behandeling van de tweede en de derde onderzoeksvraag is van belang dat ik het algemene fiscale bewijsrecht (dat in hoofdstuk 7 is uitgewerkt) als een gegeven veronderstel. Deze algemene regels van bewijsrecht dienen ook in de sfeer van de fiscale bestuurlijke boete als uitgangspunt. In afwijking daarvan of in aanvulling daarop bestaan daarnaast specifieke bewijsregels die alleen voor de fiscale bestuurlijke boete gelden. Die bijzondere regels komen aan de orde in de hoofdstukken 9 tot en met 16. Elk deelgebied van het bewijsrecht (waaronder de omkering van de bewijslast) komt in een afzonderlijk hoofdstuk aan bod.
Het antwoord op de eerste drie onderzoeksvragen geeft een volledig beeld van het geldende bewijsrecht zoals dat naar nationaalrechtelijke maatstaven voor de fiscale bestuurlijke boete geldt. Het gaat dan dus om het bewijsrecht zoals de Nederlandse wetgever dat voor ogen heeft gestaan en zoals de Nederlandse rechter dat toepast. Ik maak hierbij gebruik van een gelaagde structuur. Als uitgangspunt kunnen steeds de toepasselijke rechtsregels uit het algemene fiscale bewijsrecht worden genomen (beschreven in hoofdstuk 7). Of en in hoeverre het bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken afwijkt van die algemene rechtsregels, komt aan de orde in de hoofdstukken 9 tot en met 16. Door de thematische indeling in deelgebieden kan het geldende bewijsrecht per deelgebied afzonderlijk worden bestudeerd. Voor een compleet beeld kunnen de volgende paragrafen en hoofdstukken in samenhang worden gelezen:
Deelgebied van het bewijsrecht:
Algemene fiscale bewijsrecht:
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken:
Bewijslastverdeling
Paragraaf 7.3.4
Hoofdstuk 9
Bewijsmiddelen
Paragraaf 7.3.5
Hoofdstuk 10
Bewijsgaring
Paragraaf 7.3.6
Hoofdstuk 11
Bewijsvoering
Paragraaf 7.3.7
Hoofdstuk 12
Gradaties van bewijskracht
Paragraaf 7.3.8
Hoofdstuk 13
Keuze, weging en waardering van bewijsmiddelen
Paragraaf 7.3.9
Hoofdstuk 14
Procesrechtelijke aspecten
Paragraaf 7.3.10
Hoofdstuk 15
Omkering van de bewijslast
Paragraaf 7.4
Hoofdstuk 16
Daarnaast toets ik in de hoofdstukken 9 tot en met 16 per deelgebied of en in hoeverre het voor de fiscale bestuurlijke boete geldende bewijsrecht in overeenstemming is met de waarborgen van art. 6 EVRM. Het resultaat van die toets omvat de beantwoording van de vierde onderzoeksvraag. De hoofdstukken 9 tot en met 16 bevatten dus ook een oordeel over de mate waarin het Nederlandse bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken in lijn is met de opvattingen van het EHRM. In het verlengde daarvan doe ik (met name in Hoofdstuk 18) aanbevelingen en suggesties voor verbetering om het Nederlandse bewijsrecht zoals dat voor de fiscale bestuurlijke boete geldt, in overeenstemming te brengen met de vereisten van art. 6 EVRM. Daarmee geef ik antwoord op de vijfde onderzoeksvraag.