NJ 1915, p. 673
Overmacht als uitvloeisel vaneen wettelijk verbod. Verschil met feitelijke overmacht zonder meer. Artt. 76 a en b der Onteigwet, ingevoegd bij de wet van 3 Augustus 1914 S. 351. Beroep op overmacht door Rechtbank en Hof ten onrechte afgewezen.
HR 25-06-1915, ECLI:NL:HR:1915:195
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 1915
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman. Raden: Mrs. S. Gratama, C. Krabbe, B. C. J. Loder en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[25061915/NJ_1915,_p._673]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1915:195, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑1915
- Wetingang
(B. W. art. 1280; Onteigwet artt. 76a—f.) 1
Essentie
Overmacht als uitvloeisel vaneen wettelijk verbod. Verschil met feitelijke overmacht zonder meer. Artt. 76 a en b der Onteigwet, ingevoegd bij de wet van 3 Augustus 1914 S. 351. Beroep op overmacht door Rechtbank en Hof ten onrechte afgewezen.
Samenvatting
Waar het hier niet geldt feitelijke overmacht zonder meer, doch overmacht als uitvloeisel van een wettelijk verbod, kunnen verschillende omstandigheden, die anders in aanmerking zouden kunnen, en misschien moeten komen, slechts gelden voorzoover met zoodanige omstandigheden rekening is gehouden in het wettelijk voorschrift zelf.
Bij het vaststellen der beteekenis van de in artt. 76a en b Onteigeningswet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.