JAR 2018/298
Uitzondering op Baijingsleer mogelijk in geval van na de ontbindingsbeschikking nieuw bekend geworden feiten (oud recht).
HR 26-10-2018, ECLI:NL:HR:2018:1986
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
26 oktober 2018
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, M.V. Polak, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
17/04242
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht (V)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1986, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 26‑10‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:924, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑08‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑07‑2018
- Wetingang
Art. 6:248, 7:611, art. 7:685 BW (oud)
Essentie
Op 26 november 2014 heeft de werkgever de werknemer – in dienst sinds 4 april 1984, laatstelijk als operator – op staande voet ontslagen omdat de werknemer geconstateerd zou hebben dat in de verpakking van een door hem te controleren doos met eierpoeder een gat zat, maar hij die doos niettemin ‘door heeft laten gaan’, terwijl hij hem had moeten verwijderen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het ontslag nietig is en het hof heeft dit vonnis in hoger beroep bekrachtigd. In de tussentijd heeft een andere kantonrechter de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden per 15 maart 2015 zonder toekenning van een vergoeding aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.