RAV 2009, 71
Bewijsrecht. Heeft een verzekerde voldoende belang bij een verzoek om een voorlopige getuigenverhoor, indien hij nadat een civiele procedure is afgerond alsnog het vermoeden krijgt dat de verzekeraar het risico had herverzekerd tegen een hogere dekking dan de dekking die verzekeraar in die procedure voorstond?
Hof Arnhem 20-01-2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BH6228
- Instantie
Hof Arnhem
- Datum
20 januari 2009
- Magistraten
Mrs. A.W. Steeg, H.L. van der Beek, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
200.008.289
- LJN
BH6228
- JCDI
JCDI:ADS872560:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verzekering / Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARN:2009:BH6228, Uitspraak, Hof Arnhem, 20‑01‑2009
- Wetingang
BW art. 6:248; Rv art. 186, 382
Essentie
Bewijsrecht. Redelijkheid en billijkheid.
Heeft een verzekerde voldoende belang bij een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor, indien hij nadat een civiele procedure is afgerond alsnog het vermoeden krijgt dat de verzekeraar het risico had herverzekerd tegen een hogere dekking dan de dekking die de verzekeraar in die procedure voorstond en dat de verzekeraar die kwestie in de procedure heeft verzwegen?
Samenvatting
Achmea en verzekerde (verzoekster in de onderhavige procedure) hebben voor de civiele rechter geprocedeerd over de vraag welke polis de rechtsverhouding tussen partijen beheerste in het kader van een arbeidsongeschiktheidsverzekering: polis I, die door verzekerde op individuele ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.