Alle omstandigheden van het geval
Einde inhoudsopgave
Alle omstandigheden van het geval (O&R nr. 77) 2013/1.3.3.1:1.3.3.1 De uitleg van een rechtshandeling
Alle omstandigheden van het geval (O&R nr. 77) 2013/1.3.3.1
1.3.3.1 De uitleg van een rechtshandeling
Documentgegevens:
mr. P.T.J. Wolters, datum 01-03-2013
- Datum
01-03-2013
- Auteur
mr. P.T.J. Wolters
- JCDI
JCDI:ADS298551:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Anders: Hesselink 1999, p. 95.
Zie onder andere Van Dunné 1971, p. 9, 241 en 246, Schut 1987, p. 2, Asser/ Hartkamp & Sieburgh 2010 (6-III*), nr. 130 en Bakker 2012, p. 28 en 47.
Schut 1987, p. 2 en Asser/Hartkamp & Sieburgh 2010 (6-III*), nr. 125 en 128-129. Zie ook Parl. Gesch. Boek 3, p. 169 (Eindverslag I) en 173 (T.M.). De vertrouwende partij kan de handelende partij aan de verklaring houden en hoeft geen genoegen te nemen met schadevergoeding.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uitleg van een rechtshandeling is een samenspel van drie elementen: wil, verklaring en vertrouwen. Een rechtshandeling vereist op grond van art. 3:33 BW een op een rechtsgevolg gerichte wil en een verklaring. De artt. 3:35 en 36 BW beschermen degenen die gerechtvaardigd vertrouwen op een bepaalde betekenis van een gedraging of verklaring.
De redelijkheid en billijkheid speelt een rol bij dit samenspel. Deze rol blijkt uit de artt. 3:35 en 36 BW. De wet beschermt niet iedere vertrouwende partij. De partij moet vertrouwen op een betekenis die zij redelijkerwijze aan een verklaring of gedraging mocht toekennen. De artikelen zijn in § 1.2.3 beschreven preciseringen van de redelijkheid en billijkheid.1 Ook de toevoeging van ‘in de gegeven omstandigheden’ is een duidelijke aanwijzing dat de redelijkheid en billijkheid van toepassing is. Alle omstandigheden van het geval beïnvloeden de werking van de redelijkheid en billijkheid. ‘De gegeven omstandigheden’ beïnvloeden het antwoord op de vraag of een partij een betekenis redelijkerwijze mocht toekennen op dezelfde manier.
De grondslag van een rechtshandeling is de wil. Deze wil bepaalt in de eerste plaats de inhoud van een rechtshandeling. Het gaat hier echter niet om de werkelijke wil, maar om de wil zoals een ander deze redelijkerwijze mocht interpreteren. De rechtshandeling wordt geobjectiveerd.2Art. 3:35 BW doet hiermee meer dan het beschermen van de gerechtvaardigd vertrouwende partij. Het gerechtvaardigd vertrouwen beïnvloedt de uitleg van een rechtshandeling, het bepaalt de inhoud van de rechtshandeling.3 De redelijkheid en billijkheid is hiermee van belang bij de uitleg van rechtshandelingen.