Einde inhoudsopgave
RvdW 2010, 399
Hoe dient art. 13 lid 1 van de Flora- en faunawet te worden gelezen? Misslag van redactionele aard.
HR 02-03-2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6326
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 maart 2010
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.W. Ilsink, M.A. Loth
- Zaaknummer
08/02794 E
- Conclusie
A-G Machielse
- LJN
BK6326
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht (V)
Recht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BK6326, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑03‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BK6326, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑03‑2010
- Wetingang
Flora- en faunawet art. 13 lid 1
Essentie
De tekst van het eerste lid van artikel 13 Flora- en faunawet bevat een misslag van redactionele aard en dient aldus gelezen te worden, dat de daar omschreven gedragingen verboden zijn indien zij betrekking hebben op hetzij de planten of dieren genoemd onder a, hetzij de dieren genoemd onder b. Na ‘b. dieren behorende tot een niet beschermde uitheemse diersoort’ had derhalve een nieuwe regel moeten aanvangen.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's‑Hertogenbosch, Economische Kamer, van 5 februari 2008, nummer 20/003520-06, in de strafzaak tegen: O. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.