NJ 1933, p. 622
Geen ééndaadsche samenloop: het niet doen van aangifte voor de Inkomstenbelasting en het niet doen van aangifte voor de Vermogenbelasting. Geen beroep op een bepaalde strafuitsluitingsgrond m. n. op overmacht.
HR 09-01-1933, ECLI:NL:HR:1933:364, m.nt. Prof. Mr. B.M. Taverne
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 januari 1933
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Taverne, Schepel, Kirberger en de Menthon Bake.
- Zaaknummer
[09011933/NJ_1933,_p._622]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Noot
Prof. Mr. B.M. Taverne
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS103676:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1933:364, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑01‑1933
- Wetingang
Essentie
Geen ééndaadsche samenloop: het niet doen van aangifte voor de Inkomstenbelasting en het niet doen van aangifte voor de Vermogenbelasting. Geen beroep op een bepaalde strafuitsluitingsgrond m. n. op overmacht.
Samenvatting
In het verweer: „Ik ben van oordeel, dat ik noch de aangiftebiljetten voor de Inkomstenbelasting noch die voor de Vermogensbelasting kon invullen, daar ik in een onteigeningsprocedure gewikkeld ben en al mijn boeken en bescheiden reeds sedert 1928 voor onderzoek in handen zijn van deskundigen", is geen beroep op overmacht gelegen.
Het bewezenverklaarde levert op het niet doen van de volgens Hoofdst. VIII der Wet Inkomstenbelasting ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.