NJ 2023/299
Verzoek om deskundigenonderzoek naar betrouwbaarheid van verklaringen slachtoffers toereikend gemotiveerd afgewezen. Hof heeft verklaringen van slachtoffers 1 en 2 voor bewijs kunnen gebruiken zonder miskenning van art. 6 EVRM. Geen schending van art. 342 lid 2 Sv.
HR 27-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:946, m.nt. N. Jörg
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 juni 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering, T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/03301
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Noot
N. Jörg
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS717141:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:946, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:158, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑01‑2022
- Wetingang
Essentie
Het hof heeft het verzoek tot een deskundigenonderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van de slachtoffers afgewezen omdat het dit niet noodzakelijk acht. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd.
Het hof heeft de verklaringen van slachtoffers 1 en 2 voor het bewijs kunnen gebruiken zonder daarmee art. 6 EVRM en de daaraan verbonden notie van ‘the overall fairness of the trial’ te miskennen.
Geen schending van art. 342 lid 2 Sv. Het hof heeft de bewezenverklaringen niet uitsluitend aangenomen op grond van de verklaring van één getuige.
Samenvatting
- 1.
Het hof heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.