NJB 2023/1181:Aanhoudingsverzoek in raadkamerprocedure (over in casu een vordering tot onttrekking aan het verkeer i.d.z.v. art. 552f lid 2 Sv): in de wettelijke regeling van de raadkamerprocedure (art. 21 t/m 25 Sv) wordt geen rechtsgevolg verbonden aan het verzuim te beslissen op een verzoek tot aanhouding van de behandeling in raadkamer. Het ontbreken van zo’n beslissing kan echter onder omstandigheden vanwege strijd met de goede procesorde wel een grond opleveren voor vernietiging van de beschikking van de rechtbank. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, is met name van belang of het verzoek is gemotiveerd en zo ja, op welke gronden het berust. In casu blijkt niet dat de rechtbank een beslissing heeft genomen op het aanhoudingsverzoek. Erop gelet dat de belanghebbende aan dit verzoek ten grondslag heeft gelegd dat zijn raadsman is verhinderd, dat hij geen afstand wil doen van zijn recht op rechtsbijstand en dat hij emotioneel niet in staat is om zichzelf te verdedigen, is het cassatiemiddel terecht voorgesteld.