V-N 2025/27.9
Foutenleer ook mogelijk bij belasting- en objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten
HR 06-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:850, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 juni 2025
- Magistraten
Van Hilten, Fierstra, Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
22/00900
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD14055:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Europees belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:850, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2022:753, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑08‑2022
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur de foutenleer terecht heeft toegepast. De Hoge Raad overweegt daarbij dat de HIR niet de v.i. betreft. Bij de winstberekening van de v.i. vindt afschrijving dan plaats op de aanschaffingsprijs van het bedrijfsmiddel, dus vóór afboeking van de HIR.
Samenvatting
X BV heeft een vaste inrichting in België. In 1999 verkoopt zij een huurrecht ter zake van een in Nederland gevestigde supermarkt en in 2003 verkrijgt zij het gebruiksrecht op een woning in België, waarbij de gevormde herinvesteringsreserve (HIR) wordt afgeboekt. Ter zake van deze ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.