Module Ruimtelijke ordening 2019/8225
De exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om bestemmingsplannen vast te stellen brengt mee dat een derde er niet op mag vertrouwen dat handelingen van het college van burgemeester en wethouders de raad binden, indien het gewekte vertrouwen niet mede wordt ontleend aan uitlatingen van de gemeenteraad zelf. (Kaag en Braassem)
RvS 28-08-2019, ECLI:NL:RVS:2019:2949
- Instantie
Raad van State
- Datum
28 augustus 2019
- Magistraten
Mrs. Uylenburg, Van Ravels en Knol
- Zaaknummer
201710309/1/R3
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Bestuursrecht algemeen / Voorbereiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2019:2949, Uitspraak, Raad van State, 28‑08‑2019
- Wetingang
art. 3.1, lid 1, Wet ruimtelijke ordening
Essentie
De exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad om bestemmingsplannen vast te stellen brengt mee dat een derde er niet op mag vertrouwen dat handelingen van het college van burgemeester en wethouders de raad binden, indien het gewekte vertrouwen niet mede wordt ontleend aan uitlatingen van de gemeenteraad zelf. (Kaag en Braassem)
Samenvatting
mr. B. Klein Nulent
Besluit tot vaststelling bestemmingsplan dat betrekking heeft op een recreatiegebied ten noordoosten van Hoogmade. In dit recreatiegebied liggen verblijfsrecreatieve onderkomens die niet alleen worden gebruikt om te recreëren, maar ook voor permanente bewoning. Volgens appellanten is aan hun percelen ten onrechte geen woonbestemming ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.