Ktr. Rotterdam, 21-07-2006, nr. 702752
ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4040
- Instantie
Rechtbank Rotterdam (Kantonrechter)
- Datum
21-07-2006
- Magistraten
Mr. L.J. Sarlemijn
- Zaaknummer
702752
- LJN
AZ4040
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4040, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam (Kantonrechter), 21‑07‑2006
Uitspraak 21‑07‑2006
Mr. L.J. Sarlemijn
Partij(en)
VONNIS
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TNT REAL ESTATE B.V.,
gevestigd te 's‑Gravenhage,
hierna te noemen: TNT,
eiseres bij exploten van dagvaarding van 6 en 7 februari 2006
gemachtigde: mr. M.A. Jacobs,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SECURICOR (NEDERLAND) B.V.,
gevestigd te 's‑Gravenhage, kantoorhoudende te Barendrecht,
hierna te noemen: Securicor,
gedaagde bij exploot van dagvaarding van 7 februari 2006,
gemachtigde: mr. E.J. Bijleveld
en
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ANNADUIN MANAGEMENT B.V,
gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Voorburg,
hierna te noemen: Annaduin,
gedaagde bij exploot van dagvaarding van 6 februari 2006,
gemachtigde: mr. G.C.W. van der Feltz
Het verloop van de procedure
TNT heeft, na vermindering van eis ter comparitie van partijen, onder overlegging van stukken, gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
jegens Securicor:
primair:
- 1.
voor recht te verklaren dat een huurovereenkomst is tot stand gekomen tussen Uni Invest en Securicor en dat Securicor onrechtmatig heeft gehandeld jegens TNT, daar Securicor de overeenkomst met Uni Invest niet is nagekomen;
- 2.
Securicor te veroordelen tot betaling aan TNT van € 109.404,72 exclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente;
subsidiair:
- 1.
voor recht te verklaren dat Securicor de onderhandeling met TNT en Uni Invest heeft afgebroken en dat Securicor hiermee onrechtmatig jegens TNT heeft gehandeld;
- 2.
Securicor te veroordelen tot betaling aan TNT van € 109.404,72 exclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente;
primair en subsidiair:
Securicor te veroordelen tot betaling aan TNT van € 2.842,- wegens buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente; en
Securicor te veroordelen in de proceskosten;
jegens Annaduin:
— voorwaardelijk —
- 1.
voor recht te verklaren dat Annaduin onrechtmatig heeft gehandeld jegens TNT door zich voor te doen als gevolmachtigde van Securicor;
- 2.
Annaduin te veroordelen tot betaling aan TNT van € 109.404,72 exclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente;
- 3.
Annaduin te veroordelen tot betaling aan TNT van € 2.842,- wegens buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente;
Annaduin te veroordelen in de proceskosten.
Beide gedaagden hebben schriftelijk geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van TNT in de proceskosten. Securicor heeft gevorderd deze proceskostenveroordeling in het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij tussenvonnis van 7 april 2006 is een comparitie van partijen bepaald, die is gehouden op 13 juni 2006. Voorafgaand aan de comparitie heeft TNT producties in het geding gebracht met haar brief van 7 juni 2006. Ter comparitie hebben partijen en hun gemachtigden hun standpunten toegelicht en hebben TNT en Securicor notities overgelegd.
Uitspraak is bepaald op vandaag.
De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken staat tussen partijen — zakelijk weergegeven en voorzover van belang — het volgende vast:
- 1.
De rechtsvoorgangster van TNT als huurster en Uni Invest B.V. (hierna: Uni Invest) als verhuurster zijn een huurovereenkomst aangegaan ter zake het in die overeenkomst omschreven onroerend goed (kantoorruimten, parkeerplaatsen, bedrijfsruimte en buitenterrein) aan de Corkstraat 32 te Rotterdam, voor een periode ingaande op 1 juli 1992 en eindigende op 30 juni 2007. TNT heeft een deel van het gehuurde onderverhuurd aan Butters Rüben Cargo B.V. (hierna: Butters), voor een periode tot 30 juni 2007.
- 2.
TNT wilde de huurovereenkomst met Uni Invest tussentijds beëindigen en heeft het pand op enig moment verlaten. Uni Invest stelde als voorwaarde voor tussentijdse beëindiging dat tussen Uni Invest als verhuurster en Securicor als nieuwe huurder een huurovereenkomst zou worden gesloten met betrekking tot de kantoorruimte groot ca. 944 m2 (inclusief 24 parkeerplaatsen).
- 3.
Vanaf juli 2004 zijn er — onder meer de hierna te vermelden — contacten geweest tussen (de makelaars van) TNT en Securicor over het aangaan van een huurovereenkomst tussen Uni Invest en Securicor. TNT liet zich bijstaan door Meeùs Bedrijfshuisvesting B.V. (hierna: Meeùs) en Securicor door Annaduin. Er zijn ook rechtstreekse contacten geweest tussen Annaduin en Uni Invest.
- 4.
Op 1 oktober 2004 heeft Annaduin aan Meeùs een kostenraming toegezonden aan de hand van bezoeken aan het pand en onder meer meegedeeld, dat haar cliënte, ‘onderdeel van Groep 4 Securicor (in Nederland bekend als Falck)’, mogelijk ook een stukje ruimte wilde huren van Butters, de huurder van de naastgelegen hal, dat dit van groot belang was voor Securicor en dat zonder deze mogelijkheid Securicor niet in het pand paste.
- 5.
Op 26 oktober 2004 heeft Meeùs schriftelijk een huurvoorstel aan Annaduin gedaan ‘met de hoofduitgangspunten voor het mogelijk aangaan van een huurovereenkomst’, onder voorbehoud van definitieve goedkeuring door de directie van de verhuurster.
- 6.
Op 18 november 2004 heeft Annaduin aan Meeùs per e-mail een contract gezonden ‘zoals wij dit namens Falk voorstellen versus Unie-Invest’.
In het bijgevoegde contract is een huurperiode genoemd van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2009, met een mogelijkheid tot verlenging. Als bijzondere bepaling is opgenomen dat huurder 50m2 bedrijfsruimte in de aangrenzende bedrijfshal via een onderhuurovereenkomst huurt van Butters voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 juni 2007 en dat verhuurder aan huurder de mogelijkheid garandeert ‘om deze ruimte aan te blijven huren voor de loop van de gehele huurperiode, lopende van 1 januari 2005 t/m 31 december 2009, onafhankelijk van de huurovereenkomst tussen verhuurder en haar huurder, TPG, en haar onderhuurder, Butters Rüben Cargo B.V.’. Genoemd worden als aanvangshuurprijzen: ingaande 1 januari 2005 € 42.480,- en ingaande 1 juli 2007 € 125.000,- beide excl. BTW en op jaarbasis. Enkele gegevens zijn in het contract opengelaten.
In de mail staat verder onder meer: ‘Let wel, de getallen zijn gebaseerd op de vierkante meterprijs, uitgaande van 944m2. Ik weet zeker dat er geen 944m2 vvo aanwezig is, dus er zal in de praktijk zeker een ander huurbedrag uitkomen. Zolang alle partijen dit maar goed begrijpen. Ik begrijp niet waarom het zolang duurt voordat er een meetcertificaat boven tafel komt. Er zal wel niets anders opzitten dan zelf daartoe de opdracht te verlenen en de kosten bij Uni-Invest te verhalen. Falck heeft gesteld dat zij maandag a.s. de huurcontracten van Uni Invest getekend voor zich wil hebben. De dames en heren moet dus even flink opschieten anders is deze transactie alsnog verloren.’
- 7.
Op 19 november 2004 heeft Meeùs aan Annaduin een gecorrigeerd huurcontract gezonden.
- 8.
Op 25 november 2004 heeft Annaduin aan Meeùs een wijziging doorgegeven in de tenaamstelling van de huurder.
- 9.
Op 6 december 2004 heeft Annaduin aan Meeùs gemaild: ‘Securicor heeft ons laten weten dat de tekst van de huurovereenkomst akkoord is. Zij willen echter iets toevoegen in het kader van de verbouwing. Zij zouden graag een stukje airco in het gebouw willen hebben en men wil Uni-Invest verzoeken deze kosten te verwerken in de huurovereenkomst. Zij zullen ons zo spoedig mogelijk deze kosten en gegevens toesturen zodat we dit kunnen bekijken en bespreken. Tevens wil Securicor niet officieel tekenen voordat de kwestie met buurman Butters Ruben Cargo schriftelijk is afgehandeld. Ik probeer voor morgen een afspraak met hen te forceren om tot ondertekening over te gaan. Ik hou u op de hoogte.’
- 10.
Op 20 december 2004 heeft Meeùs een huurcontract in tweevoud aan Annaduin toegezonden, met het verzoek zorg te laten dragen voor ondertekende terugzending. Op 20 januari 2005 heeft Meeùs schriftelijk gerappelleerd.
- 11.
Op 21 januari 2005 heeft Annaduin aan Meeùs geschreven dat haar cliënte het besluit had genomen, ‘mede gezien het feit, dat de energievoorziening ontoereikend is gebleken, niet tot aanhuur van het pand op de Corkstraat 32 over te gaan’ en dat ‘de uitermate trage besluitvorming’ bij Uni Invest hier mede toe had bijgedragen.
- 12.
Meeùs heeft Annaduin op 27 januari 2005 geschreven dat er begin december 2004 een rechtsgeldige overeenkomst was tot stand gekomen en dat zij, indien de opdrachtgever van Annaduin niet tot ondertekening overgaat, deze aansprakelijk stelt voor de huursom die TPG Real Estate over de periode van 1 februari 2005 tot 30 juni 2007 aan Uni Invest verschuldigd is.
De stellingen van partijen en de beoordeling
1
TNT heeft aan haar primaire vorderingen tegen Securicor ten grondslag gelegd dat er op 6 december 2004 overeenstemming was bereikt tussen Uni Invest en Securicor. Uit de mededeling in de e-mail van die datum van Annaduin aan Meeùs dat Securicor met de ‘tekst’ van de overeenkomst akkoord ging mag geen voorbehoud met betrekking tot de instemming van Securicor met de transactie zelf worden afgeleid. De twee punten genoemd in die e-mail (airco en schriftelijke overeenstemming met onderhuurder Butters) waren van ondergeschikt belang. De namens Securicor in de afwijzingsbrief van 21 januari 2005 genoemde punten (energievoorziening en trage afhandeling door Uni Invest) zijn niet dezelfde als in deze e-mail. Voorts zou Annaduin zelf actie ondernemen om het contract te regelen met de onderhuurder Butters en is pas in deze procedure gesteld dat voor de airco een investering in energievoorziening van € 50.000 benodigd zou zijn. TNT heeft zich mede beroepen op het feitelijke verloop van de aan de e-mail van 6 december 2004 voorafgaande onderhandelingen en heeft gesteld dat Annaduin als gevolmachtigde van Securicor optrad, zodat haar mededelingen Securicor hebben gebonden.
Securicor heeft onder meer het volgende aangevoerd. Dat zij met de tekst van de overeenkomst akkoord was wil nog niet zeggen dat Securicor met de transactie zelf instemde. Als Annaduin het contract zou hebben uitonderhandeld, zou het zoals in dergelijke zaken gebruikelijk aan Securicor worden voorgelegd ter beoordeling, waarbij het aanbod ook zou worden afgewogen tegen andere aanbiedingen. Niet alleen zou Annaduin daarover niet hebben mogen beslissen — zij had slechts een opdracht om als makelaar op te treden en had dus geen volmacht om namens Securicor een aanbod te aanvaarden — maar ook zou de directie van Securicor nog intern moeten beraadslagen over een beslissing met een zo groot belang. Voorts waren er belangrijke punten niet geregeld en heeft Annaduin daarop gewezen in de e-mail van 6 december 2004; voor de door Securicor gewenste airco was een aanvullende energievoorziening nodig, waarvan Uni Invest de — aanzienlijke — kosten zou moeten dragen; die voorziening en die kosten moesten nog worden bekeken en besproken; met onderhuurder Butters is geen schriftelijke overeenkomst tot stand gekomen; deze had niet gereageerd op toezending door Annaduin van een concept-overeenkomst en reageerde later ook niet meer.
De beoordeling is dat de overeenkomst niet tot stand is gekomen. Ook als er veronderstellenderwijze van zou worden uitgegaan dat Annaduin een volmacht zonder enig voorbehoud van Securicor had om een aanbod tot het aangaan van een huurovereenkomst te aanvaarden, volgt uit het verloop van de onderhandelingen en de inhoud van de e-mail van 6 december 2004 niet dat Securicor het aanbod van Uni Invest heeft aanvaard. De wens van Securicor met betrekking tot de airco en de bekostiging daarvan door Uni Invest was aan TNT bekend uit deze e-mail. Dat er voor de airco een aanvullende energievoorziening nodig was is door TNT niet betwist. Het is algemeen bekend dat dergelijke voorzieningen kostbaar zijn. De airco was daarom niet van ondergeschikt belang. Niet is gesteld of gebleken dat Uni Invest op dit punt een toezegging aan Securicor heeft gedaan. Ook de door Securicor gewenste, maar niet tot stand gekomen, schriftelijke afhandeling van met Butters te maken afspraken was niet van ondergeschikt belang, omdat — naar Annaduin eerder had kenbaar gemaakt — het bijhuren van een deel van de aan Butters onderverhuurde ruimte nodig was en Securicor zonder deze mogelijkheid niet in het pand paste. Weliswaar was het Annaduin die hierover contact zou opnemen met Butters, maar niet is betwist dat zij dat ook heeft gedaan maar Butters niet reageerde; dat er geen afspraken met Butters zijn vastgelegd stond dus ook in de weg aan de totstandkoming van de huurovereenkomst. De primaire vorderingen van TNT tegen Securicor zullen dan ook worden afgewezen.
2
Aan haar subsidiaire vordering tegen Securicor heeft TNT ten grondslag gelegd dat het afbreken door Securicor van de onderhandelingen onaanvaardbaar was en in een dusdanig stadium heeft plaatsgevonden dat Securicor het positief contractsbelang aan TNT verschuldigd is. Toetsing van de feitelijke gang van zaken aan de criteria kenbaar uit de jurisprudentie leidt tot de vaststelling dat TNT, als onderhandelende partij, er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de overeenkomst tot stand zou komen tussen Securicor en Uni Invest. Het belang van TNT was aan Securicor bekend. Zij moest anders de huur doorbetalen aan Uni Invest, terwijl zij geen gebruik meer maakte van het pand. Ook gedragingen van een partij in een contractuele context die geen tekortkoming in de nakoming van een verbintenis opleveren, kunnen jegens derden ongeoorloofd zijn. TNT wijst voorts op de volmacht die Annaduin had om namens Securicor op te treden, althans op het gerechtvaardigd vertrouwen dat TNT mocht hebben dat zij over een volmacht beschikte, dan wel de boodschapper was die de standpunten van Securicor doorgaf. Over de essentialia was men het op 6 december 2004 eens. Butters had al mondeling aangegeven akkoord te gaan. Annaduin was al met Uni Invest in gesprek over de airco; TNT behoefde niet te verwachten dat dit een probleem zou opleveren. Bovendien zou Annaduin dit regelen met de betrokken partijen. De facility manager van Securicor had het pand al bezocht in verband met uitvoerende punten. Ook over de tekst van de overeenkomst was men het eens. Men was in de laatste fase van de onderhandelingen. Het ging slechts om enkele puntjes op de i. In de brief van 20 januari 2005 wordt alleen gerefereerd aan de ontoereikende energievoorziening. De kwestie Butters was toen kennelijk geen probleem meer. Er was ook geen onduidelijkheid meer over het vloeroppervlak sinds de brief van 11 januari 2005 van Meeùs, met de meetrapportage: het oppervlak bedroeg zelfs 996,4m2.
Securicor heeft aangevoerd dat de in de jurisprudentie geformuleerde maatstaf betrekking heeft op de wederpartij van degene die de onderhandelingen afbreekt en niet op een derde, zoals TNT. Aan het relativiteitsvereiste is hier niet voldaan. Voor Securicor ging het voorts om een beslissing van groot belang. De met de transactie gemoeide bedragen zijn hoog en het ging om de huisvesting van de onderneming. Het was maar de vraag of dooronderhandelen tot overeenstemming zou hebben geleid. Openstaande punten waren onder meer nog de airco, de stroomvoorziening, het Butters contract en het opleveringsniveau; het pand voldeed niet aan de eisen van Securicor en bovendien was de tijd cruciaal; Securicor was er niet gelukkig mee dat Uni Invest geen belangstelling toonde. Uni Invest liet zich niet zien en deed ook geen poging om tot een akkoord te komen. Het was blijkbaar alles of niets. Securicor had dan ook een gerechtvaardigd belang om de onderhandelingen af te breken. De belangen van TNT als derde behoefden daaraan niet in de weg te staan. Annaduin trad op als makelaar en niet als gevolmachtigde van Securicor. Zij zou de resultaten van haar onderzoek en onderhandelingen ter beslissing voorleggen aan Securicor. Securicor heeft ook niet de schijn gewekt dat Annaduin haar kon binden.
Als ook hier veronderstellenderwijze wordt uitgegaan van het bestaan van een volmacht zonder voorbehoud van Securicor aan Annaduin om een overeenkomst namens Securicor met Uni Invest aan te gaan, is de beoordeling dat Securicor niet op grond van ongeoorloofd afbreken van de onderhandelingen jegens TNT schadeplichtig is geworden. Bij deze beoordeling zijn van belang de aard van het contract waarover werd onderhandeld, de daaruit voortvloeiende belangen van de bij de onderhandelingen betrokken partijen en het feitelijke verloop van de onderhandelingen. Het contract waarover werd onderhandeld, betrof de eigen huisvesting van Securicor. Bij het aangaan van een dergelijk contract spelen verdergaande en andersoortige belangen een rol dan bij, bijvoorbeeld, een handelscontract met eenmalige verplichtingen over en weer, alleen al omdat men gedurende de loop van het contract als huurder en verhuurder aan elkaar verbonden blijft en van elkaars optreden afhankelijk blijft. Daarom is in dit geval ook de door Securicor gestelde onvrede over het ontbreken van belangstelling van Uni Invest van belang en weegt ook zwaar het nog ontbreken op 6 december 2004 en daarna van overeenstemming over de door Securicor gewenste airco en de daarvoor benodigde extra energievoorziening, naast de schriftelijke afwikkeling van de huur van Butters. Het belang van Securicor bij een bevredigende afronding van de onderhandelingen was dan ook groot. Daartegenover stond enerzijds het belang van Uni Invest als beoogde contractspartij. Uni Invest had TNT als huurster en zij bleef gerechtigd de huur van TNT te ontvangen. Wel zou de voorziene huurperiode met Securicor langer doorlopen, maar onbetwist is namens Annaduin op de comparitie gesteld dat Uni Invest zelf aanvankelijk had vastgehouden aan de resterende oorspronkelijk met TNT overeengekomen huurperiode en eind november 2004 was overgehaald mee te gaan met de door Securicor gewenste langere periode. Het belang van Uni Invest bij de totstandkoming van de overeenkomst was dan ook niet groot. Anderzijds was daar het belang van TNT, niet als beoogde contractspartner, maar als derde, namelijk als de huurster die tussentijds de huur wilde beëindigen en geen gebruik meer maakte van het pand, en dus wel groot belang had bij de totstandkoming van de overeenkomst. Dit belang van TNT als derde in aanmerking nemende, mocht Securicor in de stand van de onderhandelingen na 6 december 2004, gelet op haar eigen grote belang bij het afbreken van de onderhandelingen, daartoe overgaan zonder daarmee onrechtmatig jegens TNT te handelen. De subsidiaire vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.
Als de jegens Securicor in het ongelijk gestelde partij zal TNT in de proceskosten worden veroordeeld.
3
De vordering van TNT tegen Annaduin is ingesteld voor het geval zou worden geoordeeld ‘dat Securicor niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens TNT’. In dat geval heeft Annaduin volgens TNT onrechtmatig gehandeld, waardoor TNT schade heeft geleden. TNT stelt daartoe dat Annaduin zich heeft voorgedaan als gevolmachtigde van Securicor, dat zij daarom moet instaan voor het bestaan en de omvang van de volmacht en dat dit inhoudt dat zij als pseudo-gevolmachtigde, indien de volmacht niet in de gestelde omvang aanwezig blijkt te zijn, aan TNT de door het ontbreken van een toereikende volmacht ontstane schade dient te vergoeden. Indien derhalve Annaduin Securicor onbevoegdelijk heeft vertegenwoordigd en Securicor (dientengevolge) zich op het standpunt stelt dat de overeenkomst niet tot stand is gekomen, is Annaduin aansprakelijk voor de schade die TNT daardoor heeft geleden.
Het standpunt van Annaduin wordt voorzover nodig weergegeven bij de beoordeling.
De vordering tegen Annaduin zal worden afgewezen omdat, ook als zou vaststaan dat zij zich heeft voorgedaan als gevolmachtigde van Securicor, er geen schade is ontstaan door het ontbreken van die volmacht. De vorderingen tegen Securicor worden immers niet op die grond afgewezen, maar op de grond dat er, los van het ontbreken van volmacht, geen overeenkomst tot stand is gekomen en Securicor niet onrechtmatig heeft gehandeld door het afbreken van de onderhandelingen.
Als de jegens Annaduin in het ongelijk gestelde partij zal TNT in de proceskosten worden veroordeeld.
De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vorderingen van TNT tegen Securicor af en veroordeelt TNT, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Securicor vastgesteld op €.1.400,00 aan salaris voor de gemachtigde;
wijst de vorderingen van TNT tegen Annaduin af en veroordeelt TNT in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Annaduin vastgesteld op €.1.400,00 aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Sarlemijn en uitgesproken ter openbare terechtzitting.