NJB 2020/1397
Gelet op de omstandigheden in Hongarije moet de staatssecretaris in dit geval nader motiveren waarom de vreemdeling bij terugkeer naar Hongarije niet, door haar bijzondere kwetsbaarheid, buiten haar eigen wil en keuzes om, zal terechtkomen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie
RvS 22-04-2020, ECLI:NL:RVS:2020:1087
- Instantie
Raad van State
- Datum
22 april 2020
- Magistraten
Mrs. Sevenster, Van Eck, Hoogvliet
- Zaaknummer
201904529/1/V3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Vreemdelingenrecht / Verblijf
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:1087, Uitspraak, Raad van State, 22‑04‑2020
- Wetingang
(art. 3 EVRM; art. 4 EU Handvest)
Essentie
Gelet op de omstandigheden in Hongarije moet de staatssecretaris in dit geval nader motiveren waarom de vreemdeling bij terugkeer naar Hongarije niet, door haar bijzondere kwetsbaarheid, buiten haar eigen wil en keuzes om, zal terechtkomen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 5 juni 2019 in zaak nr. NL18.21022 in het geding tussen: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, en de staatssecretaris.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluit van 8 november 2018 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.