Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.4.12
2.4.12 De ‘charitable’ trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717382:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uitgebreide analyse van het recht omtrent charities en de ‘charitable trust’ zie: W. Henderson, J. Fowles & J. Smith, Tudor on Charities, London: Sweet & Maxwell 2015; H. Picarda, The Law and Practice Relating to Charities, West Sussex: Bloomsbury Professional 2010.
Section 3 (1) jo. section 2 jo. section 1 (2) Charities Act 2011. Zie ook: W. Henderson, J. Fowles & J. Smith, Tudor on Charities, London: Sweet & Maxwell 2015, nrs. 2-007 t/m 2-68.
Section 4 Charities Act 2011. Of sprake is van ‘algemeen belang’ oftewel ‘public benefit’, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bij het bepalen of aan het vereiste ‘algemeen belang’ is voldaan, is in ieder geval van belang dat de settlor van de trust geen persoonlijke band heeft met degenen die eventueel zullen profiteren van een uitkering uit de trust. Er dient derhalve voldoende afstand te zijn tussen de settlor en de personen die in aanmerking komen voor een uitkering uit de ‘charitable trust. Om charitatieve instellingen daarmee te helpen, heeft de Charity Commission specifieke richtlijnen gepubliceerd. Zie hiervoor: Charity Commission, Public benefit: the public benefit requirement, 2013. Zie ook: P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 189 e.v.
Section 1 (1) Charities Act 2011. De trust mag derhalve op geen enkele wijze niet-charitatieve doeleinden nastreven.
W. Henderson, J. Fowles & J. Smith, Tudor on Charities, London: Sweet & Maxwell 2015, nr. 7-005 e.v.
Section 1 (1) Charities Act 2011; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 185-204 en p. 254-259.
J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 687 en p. 696-703; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 158, p. 165-170 en p. 187-190; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 52 en p. 463-471; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 185 e.v.; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 345-349, p. 347 en p. 375-391; W. Henderson, J. Fowles & J. Smith, Tudor on Charities, London: Sweet & Maxwell 2015, nrs. 1-001 t/m 1-007 en 1-034 e.v.; H. Picarda, The Law and Practice Relating to Charities, West Sussex: Bloomsbury Professional 2010, p. 29-40.
De Charity Commission is de onafhankelijke publieke toezichthouder die belast is met het reguleren van de goede doelen branche en het toezicht op het recht omtrent charities.
Section 30 van de Charities Act 2011; J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 710 en p. 712; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 160-161; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 179-180; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 405-411; W. Henderson, J. Fowles & J. Smith, Tudor on Charities, London: Sweet & Maxwell 2015, nrs. 3-004, 4-001 t/m 4-003 en 15-001 e.v.; H. Picarda, The Law and Practice Relating to Charities, West Sussex: Bloomsbury Professional 2010, p. 768-822.
J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 686 en p. 711; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 160; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 177; W. Henderson, J. Fowles & J. Smith, Tudor on Charities, London: Sweet & Maxwell 2015, nr. 13-013 e.v.
Dit zijn wettelijke bevoegdheden verleend aan de trustee op grond van de Trustee Act 1925 en Trustee Act 2000. Vanwege de complexiteit van dit onderdeel, wordt dit specifieke onderwerp in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.
Zie voor de situaties waarin de ‘charitable’ trust niet is onderworpen aan de bovengenoemde ‘perpetuity rules’: section 2 (2) en (3) van de Perpetuities and Accumulations Act 2009. Zie ook: J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 686 en p. 703-704; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 158; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 175; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 342-343; H. Picarda, The Law and Practice Relating to Charities, West Sussex: Bloomsbury Professional 2010, p. 397-421.
J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 686; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 158-159; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 450-451; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 176; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 341.
J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 712-714; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 159-160; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 450-452; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 175-176; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 343-345; W. Henderson, J. Fowles & J. Smith, Tudor on Charities, London: Sweet & Maxwell 2015, nrs. 3-006 t/m 3-015 en 20-002 e.v.; H. Picarda, The Law and Practice Relating to Charities, West Sussex: Bloomsbury Professional 2010, p. 1001-1071.
In het vorenstaande zijn steeds ‘private express’ trusts aan bod gekomen: deze worden ingesteld ten bate van personen die als beneficiaries kunnen worden aangemerkt en die hun rechten en bevoegdheden voortvloeiend uit het trustverband – het recht van de beneficiary – in rechte kunnen afdwingen. Trusts kunnen echter ook in het leven worden geroepen ter behartiging van maatschappelijke belangen. In dat geval is er sprake van de zogeheten ‘charitable’ trust, die een sub-categorie vormt van de ‘express’ trust. De ‘charitable’ trust zal in het onderstaande kort worden behandeld.1
Een ‘charitable’ trust is een trust die het algemeen nut tot doel heeft. Ingevolge het Anglo-Amerikaanse recht kan een ‘charitable’ trust enkel als zodanig worden aangemerkt, indien er voldaan wordt aan de navolgende vereisten:
het doel van de trust valt onder de in de wet of jurisprudentie aangewezen doeleinden die als charitatief worden beschouwd;2
het doel moet worden nagestreefd ten behoeve van het algemeen belang;3
de trust die in het leven is geroepen is uitsluitend bestemd tot het dienen van het algemeen nut, in het bijzonder charitatieve doeleinden;4
de trust is ingesteld teneinde louter het in de trustakte omschreven charitatief doel na te streven;5 en
de ‘charitable’ trust valt onder de rechtsmacht van de High Court met betrekking tot het recht omtrent charities6.7
Kenmerkend voor de ‘charitable’ trust is dat deze – in tegenstelling tot de ‘private express’ trust – geen beneficiaries kent. Mede gelet hierop zijn ‘charitable’ trusts in het Anglo-Amerikaanse recht onderworpen aan strengere wet- en regelgeving. Zo dienen alle ‘charitable’ trusts die rechtsgeldig zijn ingesteld in het ‘Charity Register’ te worden ingeschreven en staat hun beheer onder het algemene toezicht van de Charity Commission8.9 Voor wat betreft de handhaving van de trust en de uitoefening van de rechten en bevoegdheden die normaliter toekomen aan een beneficiary van een ‘private express’ trust, is de Attorney-General – in naam van de regering – de aangewezen persoon die in dit kader optreedt als vertegenwoordiger van het economisch belang.10 Hij dient aldus erop toe te zien dat de trustees van een ‘charitable’ trust conform de in de trustakte neergelegde voorwaarden handelen en hij moet optreden bij een (dreigende) ‘breach of trust’, nu er geen personen zijn die een economisch belang hebben in de trust.
Hoewel de ‘charitable’ trust een publiek karakter heeft, wordt deze trust voor zijn totstandkoming veelal aan dezelfde vereisten onderworpen als de ‘private express’ trust. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het feit dat trustees van ‘charitable’ trusts dezelfde wettelijke bevoegdheden hebben als trustees van een ‘private express’ trust.11 Ook zijn de regels met betrekking tot het tijdstip en de wijze van totstandkoming die gelden voor de ‘private express’ trust, van toepassing op de ‘charitable’ trust.
Er zijn echter ook belangrijke verschillen: ‘charitable’ trusts zijn niet (geheel) onderworpen aan de ‘rule against remoteness of vesting’ en de ‘rule against inalienability’.12 Daarnaast is het vereiste van de ‘certainty of object’ – gezien de bijzondere aard van de ‘charitable trust – niet constitutief voor de totstandkoming van de ‘charitable’ trust.13 De settlor hoeft derhalve niet te specificeren welke personen baat kunnen hebben bij een uitkering uit de trust. Zolang de settlor een duidelijke intentie tot het instellen van een ‘charitable’ trust heeft geopenbaard en op duidelijke wijze de goederen heeft omschreven die ter behartiging van een charitatief doel onder trustverband moeten worden geplaatst, komt de ‘charitable’ trust rechtsgeldig tot stand.
‘Charitable’ trusts die in het Anglo-Amerikaanse recht rechtsgeldig in het leven zijn geroepen genieten ten slotte een aantal wettelijke voordelen – zoals fiscale voordelen – die niet toekomen aan de ‘private express’ trusts.14