RBP 2015/29
Gedwongen tussenkomst. Kan art. 118 Rv (‘gedwongen tussenkomst’) ambtshalve worden toegepast, ook in cassatie?
HR 30-01-2015, ECLI:NL:HR:2015:183
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 januari 2015
- Magistraten
Mrs. F.B. Bakels, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion
- Zaaknummer
13/05265
13/05839
- Conclusie
A-G mr. J.C. van Oven
- JCDI
JCDI:ADS920610:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:2195, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑08‑2015
ECLI:NL:HR:2015:183, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑01‑2015
ECLI:NL:PHR:2014:1905, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑10‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑10‑2013
- Wetingang
Art. 118 Rv; art. 3 lid 2 Ow
Essentie
Gedwongen tussenkomst.
Kan art. 118 Rv (‘gedwongen tussenkomst’) ambtshalve worden toegepast; ook in cassatie? In welke geschillen kan art. 118 Rv worden toegepast? Kan de oproeping van een derde in de zin van art. 118 Rv een geslaagd beroep op de exceptio plurium litis consortium voorkomen (geen niet-ontvankelijkverklaring)?
Samenvatting
Een gemeente wenst een perceel landbouwgrond te onteigenen ten behoeve van verkeersdoeleinden. Eén van de beide mede-eigenaren blijkt overleden. De rechtbank heeft op de voet van art. 20 lid 1 Onteigeningswet (Ow) een derde (‘mr. Fraats q.q.’) benoemd tegen wie het onteigeningsgeding kon worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.