EB 2024/58
Partijen, die de Iraanse nationaliteit hebben, zijn in 2010 met elkaar gehuwd in Iran en zijn een bruidsgave overeengekomen. In de echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw tot afgifte van de bruidsgave, zijnde 500 Iraanse Bahar Azadi gouden munten, afgewezen. De vrouw is daarvan in hoger beroep gekomen.
HR (Parket) 16-02-2024, ECLI:NL:PHR:2024:174
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
16 februari 2024
- Zaaknummer
23/02858
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1474, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:174, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑02‑2024
- Wetingang
(Art. 10:8 BW)
Essentie
Partijen, die de Iraanse nationaliteit hebben, zijn in 2010 met elkaar gehuwd in Iran en zijn een bruidsgave overeengekomen. In de echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw tot afgifte van de bruidsgave, zijnde 500 Iraanse Bahar Azadi gouden munten, afgewezen. De vrouw is daarvan in hoger beroep gekomen.
Samenvatting
Afgifte bruidsgave in Iran. Anders dan het hof heeft geoordeeld, heeft de man niet een voldoende kenbaar beroep gedaan op toepassing van Nederlands recht (althans niet Iraans recht) op het verzoek van de vrouw tot afgifte van de bruidsgave. Klacht daarover slaagt. Uitleg toepassing exceptieclausule van art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.