Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/15.4:15.4 Afsluiting
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/15.4
15.4 Afsluiting
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947863:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor een vrij en eerlijk verkiezingsverloop is de controleerbaarheid van de vaststelling van de verkiezingsuitslag van essentieel belang. Het correct tellen van de stemmen is nodig om te kunnen spreken van een verkiezingsuitslag die daadwerkelijk de wil van het volk weerspiegelt. De mogelijkheid van kiezerscontrole op het telproces is nodig ter waarborging van het uitgangspunt van vertrouwen. In paragraaf 2 ging ik in op de Nederlandse regels omtrent het vaststellen van de uitslag. De per 1 januari 2023 in werking getreden Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen, die de introductie van het gemeentelijk stembureau en van de mogelijkheid om schriftelijk melding te doen van een fout in een proces-verbaal bij het centraal stembureau betekent, versterkt de mogelijkheid van kiezerscontrole en moet dan ook positief gewaardeerd worden.
In paragraaf 3 ging ik in op de bevoegdheid tot het beslechten van verkiezingsgeschillen, die, voor wat betreft de Tweede Kamerverkiezingen, op grond van artikel 58 Gw toekomt aan de Tweede Kamer. Het EHRM koppelt, blijkens zijn uitspraak in de zaak Mugemangango/Belgium, criteria voor effectieve beslechting van verkiezingsgeschillen aan het uitgangspunt van vertrouwen in het verkiezingsverloop. Uit het oordeel van het Hof volgt dat het Nederlandse stelsel op dit punt onhoudbaar is. De primaire reden daarvoor is dat de geschillen beslecht worden door een orgaan waarin de kandidaat wiens verkiezing ter discussie staat, zijn directe concurrenten – leden van de oude Kamer die zich opnieuw verkiesbaar gesteld hebben – terugvindt. Met het oordeel van het Hof in Mugemangango komen het uitgangspunt van vertrouwen in het verkiezingsverloop en het beginsel van de machtenscheiding, dat aan de Nederlandse regeling ten grondslag ligt, tegenover elkaar te staan. Waar uit het oordeel van het Hof volgt dat het uitgangspunt van vertrouwen in dezen de doorslag moet geven, laat de Nederlandse regeling mijns inziens zien dat beide principes met elkaar verenigbaar zijn. De regeling functioneert in de praktijk naar behoren en de kans dat de Tweede Kamer zijn bevoegdheid op politieke gronden misbruikt, is te verwaarlozen. Niettemin noopt de rechtspraak van het EHRM tot aanpassing van het Nederlandse stelsel. Ik heb daarbij een oplossing voorgesteld in de vorm van een beperkte beroepsmogelijkheid bij de rechter. Daarmee heb ik gekozen voor een oplossing die enerzijds recht doet aan het oordeel van het Hof in Mugemangango/Belgium, maar waarbij anderzijds het huidige stelsel zo veel mogelijk gehandhaafd blijft.