RSV 2019/246
Beantwoording prejudiciële vraagstelling rechtbank – vaststelling toepasselijke wetgeving – zeevarende werkzaam onder de vlag van een derde staat
HR 19-07-2019, ECLI:NL:HR:2019:1201, m.nt. M.C.F.M. Mollee
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 juli 2019
- Magistraten
Mrs. M.W.C. Feteris, M.A. Fierstra, J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, P.A.G.M. Cools; A-G mr. P.J. Wattel
- Zaaknummer
17/01041
- Conclusie
A-G mr. P.J. Wattel
- Noot
M.C.F.M. Mollee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS94886:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid / Premieheffing
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1201, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑07‑2019
ECLI:NL:HR:2017:2681, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑10‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:723, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑08‑2017
- Wetingang
Art. 11 lid 3 onder e Verordening (EG) 883/2004
Essentie
Beantwoording prejudiciële vraagstelling rechtbank – vaststelling toepasselijke wetgeving – zeevarende werkzaam onder de vlag van een derde staat
Samenvatting
Gelet op het hiervoor gepubliceerde arrest van het Hof van Justitie EU is op grond van artikel 11 lid 3 onder e van Vo 883/2004 de wetgeving van het woonland Letland op betrokkene van toepassing. Niet hoeft te worden onderzocht of de Letse wetgeving voor betrokkene voorziet in aansluiting bij enig stelsel van sociale zekerheid.
Partij(en)
Prejudiciële beslissing in de zaak van:
[X] te Letland (hierna: belanghebbende),
tegen
De Inspecteur van de Belastingdienst (hierna: de Inspecteur), waarin ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.