Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.2.3.c
5.2.3.c Vroege middeleeuwen: tweezijdig personaliteitsbeginsel
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466482:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Over de invloed van het Romeinse personaliteitsbeginsel op het vroeg-middeleeuwse systeem, zie onder meer Von Bar 1889, Bd. I, p. 22; Von Frisch 1910, p. 22-23; Niederer 1952, p. 127-128, noot 23.
Von Frisch 1910, p. 22. Vgl. ook Meijers 1934, p. 553.
Meijers 1934, p. 549 e.v.; Gutzwiller 1977, p. 7, noot 1.
Vgl. Von Bar 1889, Bd. I, p. 27; Meijers 1934, p. 549; Kosters/Dubbink 1962, p. 12.
Voor de latere middeleeuwen: Meijers 1922, p. 62; Meijers 1934, p. 572 e.v.; Vogel 1965, p. 44-45, noot 8 met verdere verwijzingen. Zie ook Demangeat 1844, p. 55.
Vgl. Von Frisch 1910, p. 24-27.
Van Hecke 1981, p. 17.
608. Tweezijdige personaliteit. In de vroege middeleeuwen werd dit personaliteitsbeginsel voor de volkeren binnen de grenzen van de oude Romeinse rijk tot algemeen uitgangspunt verheven en verder uitgebouwd.1 Ging het vóór die tijd vrijwel altijd om eenzijdige personaliteit - het recht geldt alleen voor de eigen onderdanen en de vreemdeling is dus in beginsel rechteloos -, nu werd het personaliteitsbeginsel doorgetrokken naar de vreemdeling.2 Aldus leefde ieder naar het recht van het volk waartoe hij behoorde.3 Het eigen recht was niet alleen van toepassing op familie- en erfrechtelijke aangelegenheden, maar beheerste in beginsel zijn gehele rechtspositie, dus ook bijvoorbeeld vermogensrechtelijke en strafrechtelijke kwesties.4 Dit systeem van persoonlijke rechten lijkt geen breuk te hebben opgeleverd met het tot dan toe geldende uitgangspunt dat de rechter in beginsel alleen zijn eigen recht toepast, het primaat van de lex fori: Meijers heeft aangetoond dat men door bevoegdheidsregelingen er voor zorgde dat ieder in de regel door zijn eigen rechter - en daarmee naar zijn eigen recht - werd berecht.5
609. Invloed vreemdelingenrecht op conflictenrecht. Al met al was de greep van het vreemdelingenrecht op het conflictenrecht wat losser geworden. Zijn preliminaire greep via de rechtsbevoegdheidsfase verminderde doordat de rechtsbevoegdheid van de vreemdeling verder werd uitgebreid. En in de conflictenrechtelijke fase verminderde zijn greep daar waar het personaliteitsbeginsel tweezijdig werd toegepast: dan werd immers ten aanzien van eigen onderdanen en vreemdelingen dezelfde conflictregel toegepast.
610. Positie vreemdeling. Dit alles nam overigens niet weg dat de vreemdeling in een aparte en inferieure positie bleef verkeren.6 En dat zal in ieder geval hebben gegolden voor 'echte' vreemdelingen, voor hen die niet tot het grote Rijk behoorden. Zij hadden niet het voorrecht om volgens het eigen recht te leven.7