Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.8.2:1.8.2 Krachtmeting zonder eenduidige uitkomst
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.8.2
1.8.2 Krachtmeting zonder eenduidige uitkomst
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS485789:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waar de gedwongen medewerking van burgers in punitieve belastingzaken ophoudt en het in art. 6 EVRM belichaamde recht tegen gedwongen zelfbelasting begint, is geen vast gegeven. Twee decennia na de erkenning ervan in Funke, is nog verre van zeker welke precieze betekenis het EHRM aan dit recht toekent. Een eenduidige betekenis is ook niet snel te verwachten. Tussen het begrip ‘fair’ in art. 6 en het positieve (nationale) recht bestaat niet zozeer een systematische, dwingende verhouding, maar eerder een historische, variabele verhouding.1 Ook andere variabelen dan tijd en plaats maken dat uit het vereiste van een ‘fair hearing’ niet dwingend volgt wat in een concreet geval behoorlijk is. Die eis moet bijvoorbeeld neerslaan in de verschillende rechtsstelsels van de verdragsstaten en (door de organen van die staten) worden toegepast naar gelang de omstandigheden van het geval, zoals de aard van de meewerkplicht en de in het geding zijnde (publieke) belangen. Een kleine verschuiving in de omstandigheden kan al tot een andersluidend oordeel leiden. Daarbij zullen de klassieke gezichtspunten van proportionaliteit en subsidiariteit hebben mee te wegen.2
Uitleg rechtspraak EHRM; ‘general applicable principles’
Meer in het algemeen geldt dat het Straatsburgse hof zich pleegt te beperken tot het geven van een oordeel over een individuele klacht over schending van één of meer verdragsrechten zelf.3 Voor zover een beslissing zaakoverstijgende waarde heeft, dan wreekt zich dat uitspraken van het Hof niet zo gemakkelijk zijn te begrijpen en daarin vooral niet meer moet worden gelezen dan er werkelijk staat.4 De doorwerking van de door het EVRM gegarandeerde verdragsrechten in de nationale rechtsorde (en daarmee de adequate naleving van verdragsstaten van de door het Verdrag gegarandeerde rechten) kan problematisch zijn. Wel is het zo dat het Hof in belangrijke arresten een opsomming geeft van niet op de individuele klacht toegesneden ‘general applicable principles’. Deze opsomming van algemene uitgangspunten op grond van eerdere uitspraken van het Hof, geeft de heersende uitleg van verdragsrechten weer.5