De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/3.3.2:3.3.2 Vennootschaps- of ondernemingskamer?
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/3.3.2
3.3.2 Vennootschaps- of ondernemingskamer?
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372084:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ondernemingskamer is een rechterlijk college. Geschillen worden door de ondernemingskamer beslecht op grond van rechtsregels.
Bij de ontwikkeling van deze rechtsregels speelt de ondernemingskamer een belangrijke rol. De ondernemingskamer formuleert echter geen beleidsregels, bijvoorbeeld ook niet ten aanzien van wat (on)behoorlijk beleid is. Ook handhaaft zij de door haar toegepaste rechtsregels ook niet proactief. Daartoe gaat zij enkel op verzoek over.
In het verleden is er ook wel eens voor gepleit om dit anders te organiseren. Reeds in 1927 werd in de Staten-Generaal gepleit voor de invoering van een “vennootschapskamer”.1 Dat betrof een overheidsinstituut, naar meer recente terminologie: een bestuursorgaan; of meer specifiek bestuursrechtelijke toezichthouder, dat was belast met controle op de goede gang van zaken en bescherming der betrokken belangen tegen malafide, roekeloze, onverantwoordelijke “bedrijfsgestie”.2
Bij de parlementaire behandeling van het in 1971 ingevoerde enquêterecht werd wederom gepleit voor de invoering van een vennootschapskamer, als aanvulling of voorstadium van de ondernemingskamer.3 De optie werd echter verworpen. De reden daarvoor was dat verwezenlijking van een vennootschapskamer een groot ambtelijk apparaat zou vergen, waarvoor onvoldoende deskundigheid aanwezig was. Achter deze ogenschijnlijk pragmatische keus, gaat bij nadere beschouwing een (rechts)politiek keus schuil ten aanzien van de rol van de overheid in het ondernemen. Ondernemers zijn deskundig op het gebied van ondernemen, de overheid is dat niet, en dat moet doorslaggevend zijn in hoe ondernemingen geleid worden.
De wetgever volgde hierin het rapport dat een belangrijke rol had gespeeld bij de totstandkoming van het enquêterecht van 1971, dat van de Commissie Verdam. De Commissie Verdam zag ook andere nadelen van de instelling van bestuursrechtelijke toezichthouder ten aanzien van ondernemingsbeleid. Zo was een procedure voor een onafhankelijke rechter met meer waarborgen omgeven dan de totstandkoming van een besluit van een toezichthouder.
Dat neemt niet weg dat de gedachte dat (doortastend) overheidsoptreden tegen wanbeleid nuttig is, toch zijn sporen in het enquêterecht heeft achtergelaten. Ten eerste is de ondernemingskamer minder lijdelijk dan de gewone civiele rechter. Dit is reeds in par. 2.3.1 ter sprake gekomen. Ten tweede is in het enquêterecht opgenomen dat de advocaat-generaal bij het ressortparket bevoegd is om enquêteverzoeken te doen om redenen van openbaar belang.4 In de praktijk wordt hier vrijwel nooit gebruik van gemaakt. In plaats van de overheid is het civil society die deze handschoen heeft opgenomen. Een bekend voorbeeld hiervan is het aandeelhoudersactivisme door de Vereniging van Effectenbezitters. Een meer controversieel voorbeeld is het aandeelhoudersactivisme van zogeheten hedge funds.