Het Hof heeft de in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten dan wel omissies verbeterd en dit door middel van een cursivering aangegeven.
HR, 09-04-2024, nr. 23/00652 C
ECLI:NL:HR:2024:561
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
09-04-2024
- Zaaknummer
23/00652 C
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:561, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑04‑2024; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:66
ECLI:NL:PHR:2024:66, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑01‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:561
- Vindplaatsen
Uitspraak 09‑04‑2024
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Medeplegen vervoeren en aanwezig hebben van ruim 110 kilo cocaïne in Aruba, art. 3.1.B en 3.1.C Landsverordening verdovende middelen. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Berust bewezenverklaring op innerlijk tegenstrijdige bewijsmiddelen? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. besturen van auto door verdachte, art. 402.2 SvA. 3. Bewijsklacht opzet. Is bewezenverklaring toereikend gemotiveerd in het licht van verweer over wetenschap van verdachte van aanwezigheid van cocaïne? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Middel mist feitelijke grondslag, nu van gestelde innerlijke tegenstrijdigheden geen sprake is. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Standpunt wordt genoegzaam door de voor bewijs gebruikte b.m. weerlegd. Hof heeft immers (mede onder verwijzing naar camerabeelden, waaruit volgt dat auto achter pick-up met boottrailer aanreed) overwogen dat uit gebezigde b.m. blijkt dat verdachte toen bestuurder was van die auto. Die feitelijke vaststelling, die in cassatie verder niet op juistheid kan worden onderzocht, is gelet op inhoud van b.m. niet onbegrijpelijk. Ad 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Feitelijk oordeel van hof dat in het licht van selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter niet onbegrijpelijk is. Hof heeft genoegzaam gemotiveerd waarom het van oordeel is dat verdachte wetenschap had van aanwezigheid van cocaïne in “ice-jugs” en hij opzet had. Volgt verwerping.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00652 C
Datum 9 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 29 november 2022, nummer H 154/2019, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.T.C. van Kampen, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, omdat deze op innerlijk tegenstrijdige bewijsmiddelen berust.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3-13.
3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (de Hoge Raad begrijpt: artikel 402 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering van Aruba) niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3-6 en 19-21.
4. Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.1
Het cassatiemiddel klaagt dat, mede in het licht van een gevoerd verweer over de wetenschap van de verdachte van de aanwezigheid van cocaïne, de bewezenverklaring ten aanzien van het opzet ontoereikend is gemotiveerd.
4.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3-6 en 22-26.
5. Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 april 2024.
Conclusie 23‑01‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Caribische zaak (Aruba). Vervoeren en aanwezig hebben grote hoeveelheid cocaïne. Klachten houden in dat (i) de bewijsmiddelen innerlijk tegenstrijdig zijn, (ii) het Gemeenschappelijk Hof niet heeft gereageerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging, (iii) het oordeel van het Hof dat wetenschap van de aanwezigheid van (alsook de beschikkingsmacht over) de partij cocaïne is gegeven en daarmee het opzet van de verdachte en (iv) het oordeel van het Hof dat twee maanden vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in hoger beroep voldoende is. De AG meent dat alle klachten falen en adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/00652 C
Zitting 23 januari 2024
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte
Inleiding
- 1.
De verdachte is bij vonnis van 29 november 2022 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (verder: het Hof) wegens onder 1 primair "Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met art. 3, eerste lid, aanhef en onder B en C, van de Landsverordening verdovende middelen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren en tien maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft het Hof beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen, een en ander zoals in het vonnis bevolen respectievelijk gelast.
- 2.
Namens de verdachte heeft P.T.C. van Kampen, advocaat te Amsterdam, vier middelen van cassatie voorgesteld.
De bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
3. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 19 mei 2018 te Aruba tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een grote hoeveelheid cocaïne heeft vervoerd, en aanwezig heeft gehad, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I.”1.
4. Deze bewezenverklaring is gestoeld op de volgende bewijsmiddelen (hier met weglating van de voetnoten):
“1. Op 19 mei 2018 omstreeks 09:35 uur kreeg de verbalisant op wacht, [verbalisant] , een telefoon van een voor hem onbekende vrouw. Hij heeft het volgende gerelateerd:
"De vrouw wou anoniem blijven (...). Zij vertelde mij dat zij een tip wil doorgeven aan de politie. Verder vertelde de vrouw dat de man genaamd [verdachte] met drugs is binnengekomen ter hoogte van de Gouverneur. Verder vertelde de vrouw dat [verdachte] deze drugs naar zijn perceel gelegen te [a-straat 1] had vervoerd en dat [verdachte] nu bezig is met het afladen van de drugs."
2. Op 19 mei 2018 omstreeks 12:50 uur werd er een huiszoeking op het adres [a-straat 1] (het appartement), gedaan. Tijdens de huiszoeking werd er onder meer in beslag genomen:
drie jugs (2x witte/ 1x blauwe) inhoudende 99 rechthoekige pakketten, elk inhoudende een witte, op cocaïne lijkende, substantie, die zijn aangetroffen onder het afdak aan de achterzijde van het appartement; en een witte mobiele telefoon van het merk iPhone, die is aangetroffen aan de achterzijde van het appartement.
3. Op 19 mei 2018 omstreeks 12:50 uur werd er een huiszoeking op het adres [a-straat 1] (de hoofdwoning), gedaan. Tijdens de huiszoeking werd er onder meer in beslag genomen:
een witte boot voorzien van het registratienummer [001] met de naam " [naam] ", die is aangetroffen buiten op het erf ten oosten van de woning.
4. De verbalisanten LOC281, LOC617 en LOC378 hebben op 20 mei 2018 omstreeks 11:00 uur de op het adres [a-straat 1] inbeslaggenomen pakketten, inhoudende een witte substantie, onder meer gewogen, (enkelen) getest middels een fieldtest, en (enkelen) gewaarmerkt teneinde ze door een toxicoloog te laten testen. De verbalisanten hebben het volgende gerelateerd:
"(...) Het totale gewicht van de op cocaïne gelijkende kiloblokken bedroeg: 110.138,9 gram. Vervolgens werden kleine hoeveelheden, op cocaïne lijkende substanties genomen, en aan de hand van een fieldtest getest. Deze testen vielen positief uit in die zin dat nadat de vloeistof in de buisjes in aanraking kwam met de substanties, deze in een blauwe kleur veranderde, hetgeen de aanwezigheid van cocaïne of haar zouten aanduidt. Hierna werden kleine hoeveelheden witte, op cocaïne gelijkende substanties (monsters) vanuit gecodeerde kiloblokken genomen en gedaan in afzonderlijke potjes, die gewaarmerkt werden als volgt:


Deze potjes (monsters) zullen naar de gerechtelijke deskundige, toxicoloog, worden verzonden met het verzoek om na te gaan of de inhoud onder de bepalingen van de Landsverordening verdovende middelen valt. (.. .)"
5. Het deskundigenrapport van het narcoticaonderzoek opgemaakt door de toxicoloog drs. Armando A. Diaz van 23 mei 2018:
[…]2.
6. De verbalisant LOC617 heeft de videobeelden afkomstig van het perceel [a-straat 1] 10-1 in de periode van donderdag 17 mei 2018 te 00:00 uur tot en met zondag 20 mei 2018 te 24:00 uur, bekeken en heeft het volgende gerelateerd:
"(...) Opmerkingen verbalisant: Camera 'Dilanti cas (SL)' heeft zicht in de oostelijke richting. Camera 'Dilanti cura' heeft zicht in de zuidelijke richting.' (...)
Op de camera 'Dilanti cura' zag ik dat op 19 mei 2018 te 06:25:20 uur een pick-up die richting het erf van het perceel te [a-straat 1] in reed. Ik zag dat de pick-up aan de bovenzijde (dak, motorkap, laadbak) paars van kleur was en aan de onderzijde grijs/zilver van kleur was. Op de camera 'Dilanti cas (SL)' zag ik om 06:30:09 uur dat voormelde pick-up in de zuidelijke richting wegreed met een lege boottrailer eraan gekoppeld. Op de camera 'Dilanti cura' zag ik om 09:37:57 uur dat voormelde pick-up terugkwam bij het perceel te [a-straat 1] , met een witte vaartuig op de boottrailer. Op de camera 'Dilanti cura' zag ik om 09:38:03 uur een rode auto met getinte ruiten, die achter de pick-up met de boottrailer aan reed. (…)"
7. De verbalisant LOC378 heeft de videobeelden afkomstig van het bedrijf "The West Deck Island Grill/ Beach Bar" in de periode van vrijdag 18 mei 2018 te 19:00 uur tot en met zaterdag 19 mei 2018 te 10:00 uur, bekeken en heeft het volgende gerelateerd:
"(...) Op camera CH 1 zag ik dat op 19 mei 2018, tussen 06:25:02 uur en 06:25:20 uur, aan de oostelijke zijde van "The West Deck" een boottrailer door een pick-up achteruit werd gereden en langs het loop-dek van "Linear Park" geparkeerd werd. Ik zag dat de pick-up aan de bovenzijde (dak, motorkap en laadbak) paars van kleur was en aan de rechterzijde, die te zien was, grijs/zilver van kleur was. (...) Op camera CH 12 zag ik dat tussen 06:28:18 uur en 06:30:48 uur een NN-man, die later als de welbekende recidivist [betrokkene 1] werd herkend, vanaf de pick-up richting de "The West Deck" liep en nabij het loop-dek van "Linear Park" ging staan. (...) Kort hierna liep [betrokkene 1] , al pratend op de telefoon, in de noordelijke richting langs voormeld loop-dek en liep het dek van de "Linear Park" op in oostelijke richting en kwam nabij de toegang tot "The West Deck" staan. (...) Om 09:01:58 uur reed de pick-up van [betrokkene 1] naar voren in oostelijke richting. Dit is het enige moment dat de pick-up - na tijdstip van aankomst - weer in beweging was gekomen. (...) Op camera CH 7 zag ik om 09:02:33 uur dat de pick-up van [betrokkene 1] nabij de waterkant aan het zuidelijke deel van de Commandeurs Baai met de boottrailer in het water ging staan. Om 09:02:58 uur was te zien dat er een vaartuig, model 'Penero', uit oostelijke richting was gekomen. In de boot waren er drie personen te zien. Gezien kan worden dat [betrokkene 1] nabij de boottrailer stond en dat het vaartuig op de boottrailer gleed. Vervolgens hielp [betrokkene 1] met het vastklemmen en verzekeren van het vaartuig. (...) Omstreeks 09:03:48 uur was te zien dat de boottrailer met daarop de Penero, uit het water werd getrokken en - voortgetrokken door de pick-up van [betrokkene 1] - meteen begon weg te rijden. (...)
Op camera CH 15 zag ik om 09:05:31 uur dat de pick-up van [betrokkene 1] de L.G. Smith Boulevard in de oostelijke richting opreed. Voormelde pick-up had op dat moment een vaartuig op de trailer. Omstreeks 09:05:38 uur was duidelijk te zien dat een roodkleurige Nissan Sentra achter de pick-up en de boottrailer aan reed, maar dat hij zich op een afstand hield. (…)"
8. De verbalisant LOC378 heeft de videobeelden afkomstig van L.G. Smith Boulevard nummer 56 in de periode van vrijdag 18 mei 2018 te 23:00 uur tot en met zaterdag 19 mei 2018 te 12:00 uur, bekeken en heeft het volgende gerelateerd:
"(...) Op camera CAM 4 zag ik dat op 19 mei 2018 te 06:23:33 uur een pick-up die een lege boottrailer voorttrok in de westelijke richting op de L.G. Smith Boulevard, nabij de "Linear Park". Ik zag dat de pick-up aan de bovenzijde (dak, motorkap, laadbak) paars/blauw van kleur was en aan de onderzijde, nabij de deuren, grijs/zilver van kleur was. Voormelde pick-up reed tot nabij voormalige Gouverneurs woning en reed toen de "Commandeurs Bay" ingang nabij de "The West Deck Island Grill/Beach Bar" in zuidelijke richting binnen en verdween uit zicht. Ik herken voormeld voertuig als de soortgelijke pick-up die later van de verdachte [betrokkene 1] in beslag werd genomen. (...) Op camera CAM 04 zag ik om 09:02:40 uur aan de zeekustlijn aan het zuidelijke deel van het loop-dek van "Linear Park", dat een op een Penero gelijkend vaartuig met snelle vaart in westelijke richting aan kwam varen. (...) Om 09:03:18 uur zag ik dat een roodkleurig motorvoertuig van het merk en model Nissan Sentra, met donker getinte ruiten, met snelle vaart op de L.G. Smith Boulevard, nabij "Linear Park", in westelijke richting reed. Voormeld motorvoertuig reed tot nabij de voormalige Gouverneurs woning en reed toen de "Commandeur Bay" ingang, nabij "The West Deck Grill/ Beach Bar", in de zuidelijke richting binnen en verdween uit zicht. (...) Ik herken voormeld roodkleurig motorvoertuig van het merk en model Nissan Sentra, met donker getinte ruiten, als het soortgelijke motorvoertuig dat later op het adres [a-straat 1] bij de verdachte [verdachte] is aangetroffen en onder hem in beslag is genomen. (...) Op camera CAM 6 zag ik om 09:05:35 uur dat de pick-up van [betrokkene 1] over de L.G. Smith Boulevard in oostelijke richting reed. Voormelde pick-up sleepte op dat moment een op een Penero gelijkend vaartuig op de trailer. (...) Ik herken voormeld vaartuig als de soortgelijke Penero die later op het adres [a-straat 1] bij de verdachte [verdachte] werd aangetroffen en onder hem in beslag is genomen. Op camera CAM 13 zag ik om 09:05:37 uur dat de pick-up van [betrokkene 1] over de L.G. Smith Boulevard in oostelijke richting reed. Voormelde pick-up sleepte op dat moment een op een Penero gelijkend vaartuig op de trailer. De Penero was aan de buitenkant wit van kleur en aan de binnenkant licht blauw van kleur en voorzien van 3 witkleurige zitbanken. Tussen de witkleurige zitbanken zag ik 2 lange witkleurige ice-jugs. (...) Ik zag dat aan een van de inbeslaggenomen ice-jugs, die nieuw uitzag, aan de onderkant en aan één van de zijde bij de handvat, restjes blauwe verf kleefde. De blauwe verf is een soortgelijke verfkleur die ook voorkomt in voormeld vaartuig type Penero, dat bij het adres te [a-straat 1] is aangetroffen en inbeslaggenomen. (...) Op camera CAM 4 zag ik om 09:05:45 uur een roodkleurige Nissan Sentra met zwart getinte ruiten die over de L.G. Smith Boulevard in de oostelijke richting achter de pick-up en boottrailer aan reed. Ik zag dat zowel voormelde pick-up als de Nissan Sentra vanuit de Commandeurs Bay, de L.G. Smith Boulevard in de oostelijke richting opreden. De Nissan Sentra hield zich op een afstand van de pick-up van de verdachte [betrokkene 1] . Ik zag dat de roodkleurige Nissan Sentra aan de achter linkerflank verkleurd was en/of koetswerk eraan had. Ook zag ik dat voormeld motorvoertuig een logo en/of sticker aan zijn linker boven achterruit had. (...) Ik herken voormeld motorvoertuig als soortgelijke Nissan Sentra die later bij het adres [a-straat 1] bij de verdachte gedurende de huiszoeking is aangetroffen en onder hem in beslag is genomen. De inbeslaggenomen roodkleurige Nissan Sentra met zwart getinte ruiten had koetswerk aan zijn achter linkerflank en had een "Jay's tire shop" logo aan de linker bovenkant van het achterruit. (...) Ik zag dat eerst de pick-up van [betrokkene 1] en daarna de roodkleurige Nissan Sentra (...) vanuit de Commandeurs Bay, de L.G. Smith Boulevard in oostelijke richting opreed. (...)"
9. Op 23 mei 2018 omstreeks 16:50 uur werd de verdachte verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
"(...) Ik had inderdaad op 16 mei 2018 twee ice-jugs bij Kooyman gekocht. (.. .)"
10. Op 20 mei 2018 omstreeks 08:30 uur werd [betrokkene 2] verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
"(...) Ik woon alleen in een appartement te [a-straat 1] dat ik van de vader van [verdachte] (het Hof begrijpt: de verdachte) huur. Ik bestuur een grijze Nissan Sentra B-13. Ik heb deze auto samen met mijn vriend, tevens collega, genaamd " [betrokkene 3] " gekocht. (...) Ik heb [verdachte] op de dag van mijn aanhouding op 19 mei 2018 rond ongeveer 12:30 uur mijn mobiele telefoon geleend. Hij was daar bezig met een paarse pick-up van het merk Mitsubishi model L200 op het erf. Zij kwamen net van het strand met de boot. Het was de eerste keer die ik die boot zag. Die pick-up is volgens mij van ' [betrokkene 1] '. (...) Op 19 mei 2018 omstreeks 05:30 uur had [betrokkene 4] mij thuis afgezet. Vervolgens ging ik baden en direct slapen, doordat ik uitgeput was. Ik was kwaad omdat [verdachte] vroeg in de morgenuren met zijn Venezolaanse vrienden hard aan het praten waren achter mijn woning. (...) Ik herinner mij dat ongeveer 10:00 uur " [betrokkene 3] " mij op mijn mobiele telefoon had gebeld. Hij had tegen mij gezegd dat hij de Nissan Sentra, nadat hij klaar was met werken, voor mij thuis komt afzetten. Ik hoorde nog hoe [verdachte] met zijn vrienden hard aan het praten was. Omstreeks 12:00 uur kwam " [betrokkene 3] " de auto bij mijn woning afzetten.
Het is niet de gewoonte dat [verdachte] met zijn vrienden dagelijks vroeg in de ochtenduren achter mijn woning praten. Dit gebeurt alleen wanneer zij van het strand terugkomen. (...) Toen [betrokkene 3] de auto voor mij kwam brengen, had hij brood voor mij gebracht. (...) Toen ik klaar was met eten ging ik de blik 'tuna fish' in de vuilnisbak achter onder de patio weggooien. Ik zag [verdachte] met twee Venezolaanse vrienden. Ik zag grote witte ice-jugs met een zwarte koffer onder de patio. Dezen waren allemaal dicht. Ik zag dat de twee vrienden van [verdachte] op de sofa naast de ice-jugs zaten. (...) [verdachte] heeft een rode Nissan Sentra. Misschien staat die op de naam van de vader, maar die auto is van hem. (…) [verdachte] was vroeg in de morgenuren achter onder mijn patio met de Venezolanen. Ik heb hem gezien en hij had mij zelfs gegroet en mijn telefoon geleend. (...) Hij was de gehele tijd achter op mijn patio, tot aan mijn aanhouding. Hij weet goed over de verdovende middelen. Hij was daar onder de patio bezig. (...)"
11. Op 22 mei 2018 omstreeks 21:20 uur werd [betrokkene 5] (vader van de verdachte) verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
"(...) Op 19 mei 2018 omstreeks 10:00 uur ging ik remblokken voor mijn Mustang kopen. (...) Ik weet niet waar [verdachte] zich toen bevond. Hij was in ieder geval niet thuis. Zijn kamer was leeg. (...) Kort nadat ik de pick-up zag aankomen rijden met de Penero, heb ik [verdachte] gezien. (…)
12. Op 2 juni 2018 omstreeks 14:00 uur werd [betrokkene 6] verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
"(...) Op 19 mei 2018 had [verdachte] (het Hof begrijpt: de verdachte) het voorportier opengemaakt. Toen ik bij de trailer aankwam heb ik [verdachte] daar bij de trailer aangetroffen. Het was heel vroeg in de ochtenduren. [verdachte] stond bij de trailer omdat hij op mij aan het wachten was. Hij wist dat ik de trailer voor [betrokkene 1] kwam ophalen. (...) Ik wist dat [verdachte] wist dat ik de trailer kwam ophalen. Dit omdat nadat [betrokkene 1] mij de dag eerder had gezegd om de trailer te gaan ophalen had ik [verdachte] hierna opgebeld. Ik zei namelijk tegen hem dat ik de trailer voor hun de volgende dag ga ophalen. [verdachte] en ik hadden de trailer aan de trekhaak van de pick-up gemonteerd. (...) [verdachte] had tegen mij gezegd dat die trailer naar 'Gobemador' gebracht moest worden. Met 'Gobemador' wist ik meteen dat hij het strand van West Deck bedoelde. Hij zei tegen mij dat de trailer naar het strand van Gobemador moest worden gebracht. [betrokkene 1] en [verdachte] wisten weldegelijk over de invoer van de boot. (...) Het plan was dat [betrokkene 1] en [verdachte] daar moesten gaan. Doordat wij ( [betrokkene 7] en [betrokkene 6] ) bevriend zijn met hun beiden, gingen wij daar om te kijken of ze nog daar waren. Bij onze aankomst was de boot al achter de pick-up gemonteerd. Daar waren [betrokkene 1] en [verdachte] naast de boot. (...) Hierna reed [betrokkene 1] met de pick-up met de boot in de oostelijke richting weg. [verdachte] had hem in zijn Nissan Sentra achtervolgt. (...) Degene die verantwoordelijk is voor deze verdovende middelen is [verdachte] .
Aan de verdachte wordt een grote, witte jug die bij de woning van [verdachte] werd aangetroffen getoond. Herken je deze jug? Ja, deze is de jug die ik in de boot heb gezien. (...)"
13. De verbalisanten LOC515 en LOC589 hebben nader onderzoek verricht naar de veiliggestelde videobeelden van L.G. Smith Boulevard 56 en hebben die vergeleken met de foto's die in de op [a-straat 1] inbeslaggenomen witte iPhone zijn aangetroffen. De verbalisanten hebben het volgende gerelateerd:
"(...) Tijdens de huiszoeking te [a-straat 1] werd achter het appartement een mobiele telefoon van het merk Apple iPhone aangetroffen en inbeslaggenomen. Nadat de data van de iPhone werd veiliggesteld en onderzocht, werd een op 19 mei 2018 genomen foto (IMG_2072.JPG) aangetroffen. Deze foto wordt met figuur 4 getoond. In figuur 4 kan in de achtergrond een man, zittend op een bank met een hengel in zijn handen, worden gezien. De man wordt herkend als de verdachte [verdachte] . In de voorgrond van deze foto kan twee jugs worden gezien. (.. .)"
14. De verbalisanten LOC515 en LOC589 hebben nader onderzoek verricht naar de veiliggestelde data van de op [a-straat 1] inbeslaggenomen witte iPhone. De verbalisanten hebben het volgende gerelateerd:
"(...) Wij zagen dat de foto met de bestandnaam IMG_2071.JPG twee pakketten op een witte stof vertoont. Verder zagen wij dat de foto met bestandnaam IMG_2072.JPG (capture time 12:30:42 PM) in de voorgrond twee witte ice-jugs en een gedeelte van een vinger vertoond. In de achtergrond van deze foto was een donkere figuur te zien. (...) De foto met bestandnaam IMG_2071.JPG (capture time 10:53:34 AM) wordt in figuur 2 getoond en de foto met bestandnaam IMG_2072.JPG wordt in figuur 3 getoond. (...) In figuur 2 zagen wij twee rechthoekige pakketten. Wij zagen dat op het bovenste pakket een logo Batman en de naam Batman was bevestigd en dat op het andere pakket het figuur van de tekenfilmpersonage Foghorn J. Leghorn was bevestigd. Soortgelijke pakketten, inhoudende cocaïne, met de dezelfde logo en tekenfilmpersonage werden tijdens de huiszoeking aangetroffen en inbeslaggenomen. (...)
De ice-jugs vertoond in Figuur 3 werden aangetroffen onder het afdak gelegen aan de achterzijde van het appartement op het adres [a-straat 1] en inbeslaggenomen. In deze ice-jugs werden een grote hoeveelheid pakketten, gelijkend op die in Figuur 2, aangetroffen. Aan de hand van de meubelstukken, de kleur van de muur, de ice-jugs en de buitenboordmotor, zien wij dat de foto in Figuur 3 onder het afdak achter het appartement te [a-straat 1] , alwaar ook opsporingsambtenaren huiszoeking hebben verricht, werd genomen. (...)"
6. Voorts heeft het Hof met betrekking tot het bewijs overwogen (hier met weglating van de voetnoten):
“Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt de volgende gang van zaken:
- op 19 mei 2018 is op het terrein van verdachtes woning een (groothandels)partij van ruim 110 kilogram cocaïne aangetroffen en inbeslaggenomen;
- die partij in de vorm van 99 pakketten was verdeeld over onder meer 2 witte ice-jugs;
- de verdachte heeft op 16 mei 2018 2 witte ice-jugs aangeschaft die in kleur, vorm en volume sterke gelijkenis vertonen met de 2 witte ice-jugs waarin cocaïne is aangetroffen;
- op het terrein van de woning van de verdachte is een iPhone aangetroffen, waarin een simkaart was geplaatst, welke simkaart behoort bij een simpasje dat in de woning van de verdachte is aangetroffen;
- in het geheugen van die iPhone zijn foto's aangetroffen. Die foto's zijn op 19 mei 2018 in tijd opeenvolgend gemaakt op het erf van de verdachte nabij diens appartement, op welke plek de ice-jugs met pakketten cocaïne zijn aangetroffen;
- op de ene foto (IMG_2072.jpg, gemaakt 12:30:42) zijn twee witte ice-jugs zichtbaar, en achter die jugs is de verdachte te zien, gezeten op een bank. Op een andere foto (IMG_2071.jpg, gemaakt 10:53:34) zijn twee pakketten te zien, elk pakket voorzien van een onderscheidend logo. Soortgelijke pakketten met identieke logo's werden tijdens de huiszoeking in ice-jugs aangetroffen en inbeslaggenomen. Al die pakketten bleken cocaïne te bevatten;
- die cocaïne is eerder die ochtend van zee aan de wal van Aruba gebracht in een vaartuig (Peñero);
- daartoe is gebruik gemaakt van een trailer die met medeweten van de verdachte door een andere verdachte bij de verdachte eerder die ochtend is opgehaald en naar het strand is gereden;
- op het strand is dat vaartuig op die trailer geladen, met behulp van een pick-up uit zee gereden, in aanwezigheid van de verdachte en een andere verdachte; de trailer en het vaartuig (met daarin de cocaïne) zijn vervolgens door een andere verdachte naar het erf van de verdachte gereden en aldaar gelost;
- onderweg naar het erf van de verdachte is in dat vaartuig de aanwezigheid van twee witte ice-jugs vastgesteld, die qua vorm, afmeting en kleur overeenkomen met de witte ice-jugs die op het erf van de verdachte zijn aangetroffen en inbeslaggenomen. Op de buitenzijde van één van die jugs zijn (blauwe) verfsporen waargenomen die soortgelijk is aan de kleur blauw die aan de binnenzijde van het vaartuig is aangebracht; de verdachte heeft die tocht van het vaartuig naar zijn erf begeleid door in zijn auto (Nissan Sentra, rood) mee te rijden.
Het door de raadsvrouw gevoerde bewijsverweer wordt in alle onderdelen daarvan door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen weerlegd.
Gelet op al het voorgaande is de wetenschap van de aanwezigheid van en de beschikkingsmacht over de partij cocaïne en daarmee het opzet van de verdachte op (het telkens medeplegen van) achtereenvolgens het vervoer en het aanwezig hebben van die cocaïne gegeven.”
Het eerste cassatiemiddel en de bespreking daarvan
7. Het eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, bevat de klacht dat de bewezenverklaring van het Hof op innerlijk tegenstrijdige bewijsmiddelen berust, waardoor het arrest (ik, A-G, begrijp vonnis) niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
8. Daartoe wordt in de eerste plaats aangevoerd dat de inhoud van de bewijsmiddelen 6 en 7 niet strookt met de inhoud van de als bewijsmiddel 10 opgenomen verklaring van [betrokkene 2] . Volgens de steller van het middel heeft het Hof met de bewijsmiddelen 6 en 7 overwogen dat het vaartuig op het strand in aanwezigheid van de verdachte is geladen en de verdachte de tocht naar [a-straat 1] naar zijn erf heeft begeleid door in zijn auto mee te rijden, “terwijl uit de voor het bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 2] volgt dat verzoeker tot cassatie vanaf de vroege morgenuren de hele tijd achter de patio van [betrokkene 2] was, tot aan de aanhouding van [betrokkene 2] ”. In de tweede plaats, aldus de steller van het middel, is in bewijsmiddel 6 gerelateerd dat de pick-up met een lege boottrailer op 19 mei 2018 om 6:30:09 uur in zuidelijke richting wegreed bij [a-straat 1] , terwijl diezelfde pick-up met lege boottrailer volgens bewijsmiddel 7 (reeds) op 19 mei 2018 tussen 6:25:02 uur en 6:25:20 uur bij The West Deck zou zijn gearriveerd.
9. Naar het mij voorkomt mist het middel in beide onderdelen feitelijke grondslag. Van de gestelde innerlijke tegenstrijdigheden is geen sprake.
10. Uit de voor het bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 2] volgt namelijk geenszins dat de verdachte “vanaf de vroege morgenuren de hele tijd achter de patio van [betrokkene 2] was, tot aan de aanhouding van [betrokkene 2] ”. Dat volgt niet uit die verklaring, allereerst omdat [betrokkene 2] daarin zegt dat hij, nadat [betrokkene 4] hem om 05:30 uur had afgezet, ging baden en direct ging slapen. Hij herinnert zich dat een zekere [betrokkene 3] hem om ongeveer 10:00 uur op zijn mobiele had gebeld en zei dat hij, deze [betrokkene 3] , de (grijze) Nissa Sentra terug zou brengen als hij klaar was met werken. Daaruit maak ik op dat [betrokkene 2] toen wakker is gebeld door [betrokkene 3] . Uit de verklaring van [betrokkene 2] kan verder worden afgeleid dat hij op dat moment hoorde hoe [verdachte] met zijn vrienden hard aan het praten waren. Voorts verklaart [betrokkene 2] dat hij, toen [betrokkene 3] de auto had gebracht en hij ( [betrokkene 2] ) na het eten een blik in de vuilnisbak wilde weggooien, [verdachte] zag met twee Venezolaanse vrienden, die gezeten waren naast de grote witte ice-jugs, die met een zwarte koffer onder de patio stonden. Kennelijk heeft het Hof geoordeeld dat [betrokkene 2] met “vroeg in de ochtenduren” en “vroeg in de morgenuren” heeft bedoeld het tijdstip vanaf omstreeks 10:00 uur. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk, te minder nu uit bewijsmiddel 6 blijkt dat de pick-up met boottrailer en de rode auto die achter de pick-up aanreed rond 8 minuten over half tien terugkwamen bij het perceel [a-straat 1] .
11. Wat betreft de door de steller van het middel gesignaleerde tijdstippen die in de tot het bewijs gebezigde bewijsmiddelen 6 en 7 worden genoemd, wordt door haar er aan voorbijgegaan dat ieder van de verbalisanten LOC617 en LOC378 enkel heeft gerelateerd wat hij/zij op de afzonderlijk door hen bekeken camera (‘Dilanti cura’ respectievelijk ‘CH 1’) heeft gezien (waargenomen). Verbalisant LOC617 zag op camera ‘Dilanti cura’ dat deze het tijdstip 06:30:09 aangaf, en verbalisant LOC378 zag op camera ‘CH 1’ de tijdstippen 06:25:02 en 06:25:20 uur in beeld verschijnen. Kennelijk was een van deze camera’s qua tijdaanduiding niet nauwkeurig afgesteld, en wellicht gold dat wel voor beide.
12. Overigens maak ik uit de bewijsmiddelen 6 en 7 het volgende op. Op 19 mei 2018 rijdt vanaf het erf van de verdachte aan de Casbibari 20 om 6:30:09 uur een pick-up met een lege trailer weg. Diezelfde pick-up staat om 9:02:33 uur aan de waterkant van de Commandeurs Baai, alwaar het vaartuig Peñero op de trailer van de pick-up wordt geladen. Vanaf het strand rijdt de rode Nissan Sentra achter de pick-up met het vaartuig aan. Beide voertuigen komen rond 9:38 uur aan op het erf van de verdachte aan de [a-straat 1] . Dat de verdachte degene is geweest die de rode Nissan heeft bestuurd, volgt uit de als bewijsmiddel 12 opgenomen verklaring van getuige [betrokkene 6] .
13. Het middel maakt er nog gewag van dat de bewezenverklaring “mede tegen de achtergrond van het ter zake door de verdediging ingenomen, uitdrukkelijk onderbouwde standpunt” onjuist, onvoldoende en/of onbegrijpelijk is gemotiveerd. Op welk uitdrukkelijk onderbouwd standpunt precies wordt gedoeld en waarom de bewezenverklaring in dat opzicht een gebrek vertoont, wordt in de cassatieschriftuur verder in het midden gelaten. In dit opzicht voldoet het middel niet aan de eisen die aan een cassatiemiddel in de zin der wet worden gesteld. Dat betekent dat ik dit punt onbesproken laat.
IV. Het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
14. Het tweede middel behelst de klacht dat het Hof niet heeft gerespondeerd op het volgens de steller van het middel uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat “het feitelijk onmogelijk is dat verzoeker tot cassatie als bestuurder van de Nissan Sentra is opgetreden”, waardoor het bestreden arrest niet naar de eisen der wet met redenen is omkleed.
Het verweer van de verdediging
15. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzittingen in hoger beroep van 7 en 8 november 2022 heeft zich toen en aldaar onder meer het volgende voorgedaan:
“De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn: [verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,
wonende in [woonplaats] , [a-straat 1] .
De raadsvrouw van de verdachte, mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena, advocaat in Aruba, is ter terechtzitting verschenen, eerst via een tweezijdige geluids- en beeldverbinding en vervolgens via een telefonische verbinding. Voorts occupeerde mr. D.G. Illis, advocaat in Aruba, die eveneens ter terechtzitting is verschenen. Het pleidooi is door mr. D.G. Illis voorgedragen.
[…]
Mr. D.G. Illis draagt de door de raadsvrouw opgestelde pleitnota voor, die in het dossier is gevoegd en als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd.”
16. Ik begrijp de ingekomen stukken van het geding voorts aldus, dat ten overstaan van het Hof door de verdediging is meegedeeld, dat zij niet in herhaling wenste te vervallen en daarom het Hof heeft verzocht “om de pleitaantekeningen in prima ingelast te beschouwen” en dat, waar nodig, wordt verwezen naar de desbetreffende alinea’s en paragrafen in “de pleitaantekeningen in prima”.3.In de cassatieschriftuur wordt in dit verband gewezen op de randnummers 4.7- 4.9 van de pleitnota in eerste aanleg.
17. Voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, houdt de bedoelde in hoger beroep als herhaald en ingelast beschouwde pleitnota (zoals voorgedragen tijdens de terechtzitting in eerste aanleg) het volgende in:
“4.7 Dat de rode sentra mogelijkerwijs bij Westdeck was toen de boot uit het water werd gehaald is niet uit te sluiten. Echter dat Client als de bestuurder daarvan optrad is onjuist en door Client ontkent. Feitelijk is dat ook onmogelijk. Uit de videobeelden in folders 2 en 3 blijkt het volgende. Om 6:56:03 uur stapt de bestuurder van de rode sentra samen met een passagier (6:57:56 uur) in (Productie 2B). De rode sentra vertrok om 7:01:05 uur. Om 7:14:22 uur komt de rode sentra weer in beeld en om 7:27:03 uur en vertrekt weer om 7:27:03 uur (Productie 3). De rode Nissan sentra komt niet meer terug tot dat de pick-up met boot terug komt. Echter, om 7:48:15 uur dus, nadat de rode sentra al is vertrokken en voordat de pickup terugkomt komt Client in beeld. Client loopt even naar buiten en weer naar binnen in een donker shirt en broek (Productie 4). Dezelfde donkere kleding die hij aanhad toen hij een paar uur later door de arrestatie team is aangehouden (vide productie 9).
4.8
Alle medeverdachtes die bij Westdeck aanwezig waren hebben verklaard dat de rode sentra bij Westdeck aanwezig was maar dat de rode sentra donkere ruiten had en dat zij niet konden zien wie als bestuurder daarvan optrad. Dat door de donkere ruiten van de sentra niet kan worden gezien wie als bestuurder optrad wordt bevestigd door de videobeelden. Elke keer dat de rode sentra in beeld komt is te constateren dat niet kan worden gezien wie als bestuurder daarvan optrad (Vide Productie 2A, 2B, 3, 5B en 6B).
4.9
De enige persoon die mogelijkerwijs had kunnen zien wie als de bestuurder van de rode sentra optrad is medeverdachte [betrokkene 1] . [betrokkene 1] verklaarde in dit verband dat hij als bestuurder van de pickup optrad. Op een gegeven moment stopte hij de auto omdat hij dacht hij dat de motoren van de boot tegen de grond zouden botsen. De rode sentra kwam langs hem rijden en de passagier deed zijn raam omlaag om hem een teken te geven om door te gaan. [betrokkene 1] gaf aan dat hij de bestuurder van de rode sentra had gezien en dat Client niet als bestuurder van de rode sentra optrad.
(…)
4.14
[betrokkene 3] heeft [betrokkene 2] niet gebeld rond 10:00 en daarna de auto afgezet rond 12:05 zoals zowel hij evenals [betrokkene 2] had verklaard. [betrokkene 3] is naar het appartement van [betrokkene 2] gegaan, reed naar binnen en bleef ook daar rondhangen gedurende een poosje. Hij is daar aangekomen om 10:08:52 uur (Productie 6A en 6B). Opmerkelijk is dit is weer een klein 10 minuten na het vertrek van de pickup van [betrokkene 1] en slechts 5 minuten na het vertrek van de rode sentra, die rond 10:02:46 uur vertrok (Productie 6A en 6B). de conclusie is dat hij de pickup heeft zien vertrekken. En zijn verklaring terzake is leugenachtig. Client was in de ochtenduren bij de chinees in de buurt van zijn huis. Indien het onderzoeksteam werk hadden gemaakt om de videobeelden direct op te vragen zoals zij wel met de andere videobeelden hadden gedaan of de getuige te horen die Client herhaaldelijk verzocht om te laten horen dan zouden wij vandaag hier niet staan. Het verzoek van Client om de getuigen te horen is zonder enig succes door Client zelf gedaan en door de voormalige raadsvrouw van Client. Dit verzoek is ook ter terechtzitting gedaan en door de zittingsrechter afgewezen. Getuige, [getuige] heeft echter vrijwillig een verklairng afgelegd waarbij hij bevestigd Client gedurende de ochtenduren bij de Chinees zag samen met een andere voor hem bekende man (Productie 12).”
Het juridisch kader
18. Het is vaste rechtspraak dat de feitenrechter – binnen de door de wet getrokken grenzen – vrij is om van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. De feitenrechter hoeft deze beslissingen over de selectie en waardering van het bewijsmateriaal niet te motiveren.4.Ook de motiveringsplicht van de tweede volzin van het tweede lid van art. 359 Sv doet niet af aan het uitgangspunt dat de selectie en waardering van het beschikbare feitenmateriaal is voorbehouden aan de feitenrechter. Wel brengt die bepaling mee dat de feitenrechter zijn beslissing nader zal dienen te motiveren wanneer door of namens de verdachte een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is ingenomen ten aanzien van het gebruikte bewijsmateriaal. Wil het ingenomen standpunt de verplichting tot beantwoording scheppen, dan dient het echter wel duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren te worden gebracht.5.Is sprake van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv en wijkt de rechter in zijn vonnis of arrest van dit standpunt af, dan is hij gehouden in het bijzonder de redenen op te geven die daartoe hebben geleid. Omtrent de aan de mate van motivering te stellen eisen komt onder meer betekenis toe aan de aard van hetgeen aan de orde is gesteld en aan de inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten. De motiveringsplicht gaat niet zo ver dat bij de niet-aanvaarding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan.6.
Bespreking van het middel
19. Het Hof zou volgens de steller van het middel in het bijzonder niet zijn ingegaan op de argumenten van de verdediging voor zover deze inhouden dat (i) uit de videobeelden blijkt dat de verdachte op de bewuste dag na het vertrek om 7:27:03 uur van de rode Nissan Sentra vanaf [a-straat 1] en nog vóórdat de pick-up met het vaartuig terugkomt om 7:48:15 uur in beeld verschijnt, en (ii) de verdachte in de ochtenduren van die dag bij de ‘Chinees’ in de buurt van zijn huis was en dit is onderbouwd met een door een derde opgestelde en ondertekende verklaring.
20. Anders dan de steller van het middel ben ik van mening dat voor zover hetgeen door de verdediging ter terechtzitting van het Hof naar voren is gebracht een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van de Arubaanse wetgeving oplevert, dit standpunt genoegzaam door de voor het bewijs gebruikte bewijsmiddelen wordt weerlegd. Het Hof heeft immers – mede onder verwijzing naar de camerabeelden, waaruit volgt dat een rode Nissan Sentra achter de pick-up met boottrailer aanreed – overwogen dat uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte toen de bestuurder was van die rode Nissan Sentra. Die feitelijke vaststelling, die in cassatie verder niet op juistheid kan worden onderzocht, is gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk. Ik wijs daarvoor op bewijsmiddel 12, inhoudende de verklaring van [betrokkene 6] : “Hierna reed [betrokkene 1] met de pick-up met de boot in de oostelijke richting weg. [verdachte] (A-G: ik begrijp de verdachte) had hem in zijn Nissan Sentra achtervolgt.” Het enkele feit dat de verdachte, zoals door de verdediging ter ’s Hofs zitting naar voren is gebracht, om 7:48:15 uur op de camerabeelden bij zijn woning wordt gezien, voordat de pick-up met het vaartuig en de rode Nissan Sentra terug zijn op [a-straat 1] omstreeks 9:38 uur, doet niet af aan het uit de bewijsmiddelen blijkende gegeven dat de verdachte in de tussentijd in de rode Nissan Sentra vanaf het strand heeft gereden.
21. Het middel faalt.
Het derde cassatiemiddel en de bespreking daarvan
22. Het derde middel klaagt dat het Hof zijn oordeel dat wetenschap van de aanwezigheid van (en beschikkingsmacht over) de partij cocaïne en daarmee het opzet van de verdachte op het vervoer en het aanwezig hebben van die cocaïne is gegeven, mede in het licht van hetgeen door de verdediging ter zake als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt naar voren is gebracht, onvoldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd, waardoor het arrest van het Hof niet naar de eisen der wet met redenen is omkleed.
23. Aangevoerd wordt dat (i) het oordeel van het Hof dat de ice-jugs die de verdachte had aangeschaft in kleur, vorm en volume sterke gelijkenis vertonen met de twee witte ice-jugs waarin de cocaïne is aangetroffen, niet blijkt uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, en (ii) het Hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne in de bewuste ice-jugs.
24. Met de eerste deelklacht wordt een feitelijk oordeel van het Hof betwist dat moet worden geplaatst in het licht van (kort gezegd) de hierboven genoemde selectie- en waarderingsvrijheid van de feitenrechter. Dat oordeel is bovendien niet onbegrijpelijk. Ik wijs in dit verband op bewijsmiddel 14, waaruit kan worden afgeleid dat de foto met bestandnaam IMG_2072.JPG zoals getoond in figuur 3, dezelfde ice-jugs betreft die zijn aangetroffen op het adres [a-straat 1] , het adres van de verdachte, en nogmaals op bewijsmiddel 12, dat wil zeggen de verklaring van [betrokkene 6] , waarin deze zegt dat de grote, witte jug die bij de woning van de verdachte is aangetroffen de jug is die hij in de boot heeft gezien.
25. Ook de tweede deelklacht mist doel. Het Hof heeft immers genoegzaam gemotiveerd, op de wijze als hierboven onder randnummer 5 weergegeven, waarom het van oordeel is dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne in de ice-jugs en hij het door de steller van het middel bestreden opzet had. Wederom haal ik met name bewijsmiddel 12 aan; [betrokkene 6] verklaart onder meer: “Degene die verantwoordelijk is voor deze verdovende middelen is [verdachte] .“, alsook de verklaring van [betrokkene 2] (bewijsmiddel 14) die stelt dat de verdachte goed weet van de verdovende middelen.
26. Het derde middel faalt in beide onderdelen.
Het vierde cassatiemiddel en de bespreking daarvan
27. Het vierde middel keert zich tegen het oordeel van het Hof dat een vermindering van de gevangenisstraf met twee maanden voldoende compensatie biedt voor de mate van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in hoger beroep.
28. In de toelichting op het middel wordt daarvoor verwezen naar de rechtspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Volgens de steller van het middel volgt daaruit dat bij een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twaalf maanden de korting minst genomen 10% bedraagt.
29. Vooreerst merk ik op dat de korting waarop de steller van het middel doelt, blijkens HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, m.nt. Mevis ziet op het geval dat de Hoge Raad zelf de eventuele overschrijding van de redelijke termijn als feitenrechter toetst.7.Als het gaat om toetsing door de Hoge Raad als cassatierechter wordt, aldus dit arrest uit 2008, het oordeel van de feitenrechter inzake de redelijke termijn slechts in beperkte mate getoetst. De Hoge Raad kan dan alleen onderzoeken of het oordeel geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk is in het licht van alle omstandigheden van het geval. Van onbegrijpelijkheid zal volgens de Hoge Raad overigens niet licht sprake zijn, omdat een dergelijk oordeel sterk verweven pleegt te zijn met waarderingen van feitelijke aard die zich onttrekken aan een beoordeling door de cassatierechter.
30. Gelet op die overwegingen van de Hoge Raad denk ik dat de door het Hof toegepaste matiging van twee maanden op de op te leggen gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in het licht van alle omstandigheden van het onderhavige geval (hoewel misschien wat aan de magere kant) niet onbegrijpelijk is.
31. Het middel faalt.
VII. Slotsom
32. Alle cassatiemiddelen falen. Het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.
33. Overige gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
34. Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 23‑01‑2024
Waaruit blijkt dat alle 20 genomen monsters cocaïne bevatten.
Aldus de door de raadsvrouw van de verdachte opgestelde en door mr. Illis voorgedragen (en in het dossier gevoegde) pleitnota.
HR 5 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1413.
HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130, NJ 2006/393, m.nt. Buruma (rov. 3.7.1).
HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130, NJ 2006/393, m.nt. Buruma (rov. 3.8.4 onder d); HR 21 mei 2019, ECLI:NL:NL:HR:2019:780, NJ 2019/338, m.nt. Reijntjes; HR 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:646; HR 5 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1413. Zie ook A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, Cassatie in strafzaken, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 284 (7.1.3) en 328 (7.4.2).
Vgl. daarover mijn conclusie van 15 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2053.