NJF 2007, 236
Hof 's-Gravenhage, 14-02-2007, nr. 2006/0253
Hof 's-Gravenhage 14-02-2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1939
- Instantie
Hof 's-Gravenhage
- Datum
14 februari 2007
- Magistraten
Mrs. Van den Wildenberg, Dusamos, Labohm
- Zaaknummer
2006/0253
- LJN
BA1939
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Algemeen
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1939, Uitspraak, Hof 's-Gravenhage, 14‑02‑2007
- Wetingang
BW art. 4:3
Essentie
Erfrecht. Onwaardigheid en vergiffenis.
Samenvatting
Het hof leidt uit het strafvonnis af dat er sprake is van ‘vergeven’ in de zin van art. 4:3 lid 3 BW. Nu de rechter heeft vastgesteld, overweegt het hof, dat de latere erflater en de verdachte (in deze zaak: erflaatster) zich wensten te herenigen, kan naar objectieve maatstaven worden vastgesteld, dat de erflater erflaatster haar daad ondubbelzinnig heeft vergeven.
Partij(en)
X. te R., appellant, proc. mr. G. Jansen,
tegen
de gezamenlijke erfgenamen van (erflaatster), in K., geïntimeerden, proc. mr. E. Grabandt.
Uitspraak
Hof:
(...)
Beoordeling van het hoger beroep
(...) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.