Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.10.5:2.10.5 Ontwikkelingen in het boetebeleid (BBBB)
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.10.5
2.10.5 Ontwikkelingen in het boetebeleid (BBBB)
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS465694:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit bestuurlijke boeten Belastingdienst 1998, 19 december 1997, AFZ97/4578N, St.crt. 2007, nr. 248.
Zie voor de lijst van (wijzigings-)besluiten paragraaf 38 van het BBBB zoals dat gold vanaf 1 januari 2009 (Besluit van 9 december 2008, nr. CPP 2008/2386M, St.crt. 2008, nr. 247).
Besluit van 9 december 2008, nr. CPP2008/2386M, St.crt. 2008, nr. 247.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wettelijke stelselwijziging van 1 januari 1998 zorgde eveneens voor een ingrijpende wijziging van de beleidsregels voor het opleggen van boeten. Het VAB 1993 werd toen vervangen door het BBBB 1998.1 In dit besluit werd de inspecteur verantwoordelijk voor het gehele proces van beboeting. Het kwijtscheldinginstituut werd geïncorporeerd in dit proces, een ontwikkeling die onder het VAB 1993 reeds in gang was gezet (zie onderdeel 2.9.3.3). Voor het op maat maken van de boete hoefde de inspecteur geen overleg meer te plegen met andere functionarissen.
Het inmiddels ingetrokken BBBB 1998 is nadien nog vaak gewijzigd.2 Hierna zal ik ingaan op de straftoemetingparagrafen van het BBBB 1998 om daarna nog enkele wijzigingen te bespreken die naar mijn mening van invloed zijn geweest op het beleid omtrent individuele straftoemeting.
BBBB 1998, 1 januari 1998
In hoofdstuk II van het voormalige BBBB 1998 werd aandacht besteed aan het karakter van de boeten (paragraaf 9). De boete werd aangemerkt als het instellen van een strafvervolging in de zin van artikel 6 EVRM. De toelichting op paragraaf 9 onderstreepte dit nog eens door te stellen dat de boete niet mag worden gebruikt ‘voor andere doeleinden dan het opleggen van een straf’. Dit betekent dat de boete geen rentevergoeding, geen compensatie voor niet-verhaalbare belasting en ook geen compensatie voor administratieve kosten was.
Paragraaf 10 en hoofdstuk VI (Bijzondere omstandigheden) gaven het kader waaraan de inspecteur toentertijd was gehouden in het kader van straftoemeting. Paragraaf 10 maakte een onderscheid tussen twee fasen: de inspecteur moest bij de beboeting eerst uitgaan van de standaardbedragen en -percentages om vervolgens de straf passend te maken op grond van eventuele bijzondere omstandigheden (hoofdstuk VI) die aanleiding zijn om de boete te verhogen of te verminderen. In de toelichting op paragraaf 10 werd uitgelegd dat de inspecteur in beginsel gehouden was de standaardpercentages en -bedragen te volgen om de ‘gewenste uniformiteit’ te bereiken. Het gelijkheidsbeginsel speelt hier mijns inziens dus een belangrijke rol. Overigens werd aan het eind van de toelichting op paragraaf 10 er op gewezen dat de inspecteur rekening moet houden met dergelijke bijzondere omstandigheden. Daarbij werd niet aangegeven of dat moeten zowel ziet op strafverzwaring als op strafvermindering.
Zoals gezegd stonden in hoofdstuk VI van het BBBB 1998 (paragrafen 42 tot en 44) de bijzondere omstandigheden vermeld, die in voorkomende gevallen aanleiding geven om de in de hoofdstukken III, IV en V voorgeschreven standaardboete naar boven of naar beneden bij te stellen. In de toelichting op paragraaf 42 werd deze fase van ‘individueel getinte straftoemeting’ omschreven als ‘het sluitstuk van de toepassing van de beginselen van een behoorlijke straftoemeting op bestuurlijke boeten’. Op deze fase van individueel getinte straftoemeting richt dit proefschrift zich. In het volgende hoofdstuk zal ik dan ook de voor een behoorlijke straftoemeting relevante beginselen nader duiden.
Overigens is de eerste versie van het BBBB 1998 naderhand nog verscheidene keren gewijzigd. Deze wijzigingen hebben niet geleid tot grote veranderingen op het gebied van individuele straftoemeting. Wel wil ik nog opmerken dat in het BBBB (nu zonder jaartal), zoals dat heeft te gelden vanaf 1 januari 2009,3 de straftoemetingsparagrafen zijn gegroepeerd en naar voren zijn gehaald (nu: de paragrafen 6, 7 en 8 BBBB). Hiermee onderstreept de staatssecretaris naar mijn mening het belang van individuele straftoemeting.