Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.5:23.5 Conclusie
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.5
23.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS482431:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Iedere deelgenoot is bevoegd tot gebruik van de mandelige muur, mits dat gebruik met het recht van de andere deelgenoot te verenigen is. Dit betekent dat iedere mede-eigenaar ten aanzien van dat gedeelte van de mandelige muur dat zich aan zijn zijde bevindt bevoegd is alle rechten uit te oefenen als ware hij vol eigenaar, met dien verstande dat daarbij geen afbreuk mag worden gedaan aan de gelijksoortige en gelijkwaardige bevoegdheden van de nabuur.
De bevoegdheden eindigen daar waar de muur zelf dan wel de aard van die muur in het geding komt.
Handelingen met betrekking tot de muur zelf of de aard (bijvoorbeeld: aanbouwverhoging) daarvan kunnen slechts worden uitgeoefend door alle mede-eigenaren tezamen (art. 3:170 leden 2 en 3). De gevolgen van dergelijk handelen kunnen zodanig zijn dat de rechten van de nabuur ernstig worden aangetast, zoals al bleek uit het vorige hoofdstuk en hierna nog meer zal blijken.
Handelingen tot gewoon onderhoud of behoud van de muur en handelingen die geen uitstel kunnen lijden, mogen door elk der mede-eigenaren worden verricht (art. 3:170 lid 1). Andere handelingen dienen door de deelgenoten tezamen te worden verricht.
Overigens kunnen de deelgenoten uiteraard een overeenkomst terzake gebruik, genot en beheer sluiten.
Voor wat betreft de verplichtingen meen ik dat een nuancering nodig is.
De normale onderhouds- en reinigingskosten (een deel van de vernieuwingskosten zou daaronder begrepen kunnen zijn) met betrekking tot dat deel van de muur ten aanzien waarvan een uitsluitend gebruiksrecht bestaat, komen geheel voor rekening van de gebruiksgerechtigde, zulks voor zover deze kosten geen betrekking hebben op de instandhouding van de muur.
Deze laatste kosten en alle andere kosten zijn gemeenschappelijk, tenzij bij regeling anders is overeengekomen. Verdeling van deze kosten vindt plaats bij helfte tenzij uit een regeling dan wel uit redelijkheid en billijkheid iets anders voortvloeit. Art. 5:65 dient te worden genuanceerd.
Art. 5:68 (gootrecht) is naar mijn oordeel overbodig. Het betreft hier een normale gebruikshandeling, waar op art. 3:169 van toepassing is. Wordt een goot aangebracht dan ontstaat mede-eigendom. De kosten van deze goot dienen naar mijn oordeel ten laste te komen van degene op wiens verzoek die goot wordt aangebracht.
De regeling betreffende de toegang lijkt mij niet nodig. Art. 5:56 geeft hier voldoende mogelijkheden.