Rb. Den Haag, 08-07-2019, nr. 09-206970-18
ECLI:NL:RBDHA:2019:14415
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
08-07-2019
- Zaaknummer
09-206970-18
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2019:14415, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 08‑07‑2019
Uitspraak 08‑07‑2019
Partij(en)
Proces-verbaal van de terechtzitting
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 8 juli 2019.
Tegenwoordig:
mr. P. Burgers, politierechter,
mr. S. Yildiz, officier van justitie,
en W.M. Colpa, griffier.
De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn genaamd:
[…]
geboren te […] op […],
BRP-adres: […], […]
Als raadsman van de verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. A.A.G. Balkenende, advocaat te Katwijk.
Ter terechtzitting is verschenen een persoon die opgeeft te zijn T.F.W.J. […] en die zich door middel van een Voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces in dit geding heeft gevoegd als benadeelde partij.
Ter terechtzitting is verschenen een persoon die opgeeft te zijn P.R. […] en die zich door middel van een Voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces in dit geding heeft gevoegd als benadeelde partij.
De politierechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De officier van justitie draagt de zaak voor.
De politierechter deelt mede de korte inhoud van alle stukken van het onderzoek, voor zover van belang met het oog op enige door de politierechter te nemen beslissing.
De verdachte legt op vragen van de politierechter een verklaring af, inhoudende — zakelijk weergegeven -:
U houdt aan mij voor dat er een zitting bij het Openbaar Ministerie is geweest en dat ik blijkens het verslag akkoord was met het strafvoorstel dat toen is gedaan. Dat was een misverstand.
U vraagt aan mij of ik de aangevers heb bespoten met een blauwe spray. Ik heb inderdaad de heer […] bespoten met de blauwe spray. Ik heb de heer […] niet bespoten, want die liep weg. De aanleiding was mijn verbijstering over de dagenlange intimidatie en het voortdurende gebruik van list en bedrog door hen.
U vraagt aan mij wat de concrete bedreiging was. Zij liepen in de ochtend onaangekondigd met hakbijlen rond. Ik kon die bijlen niet plaatsen.
U vraagt aan mij of er geen sprake was van een voorhamer. Nee, een voorhamer heeft een korte steel. Een hakbijl is veel langer met een scherpe punt.
U vraagt aan mij wat er daarna gebeurde. Zij waren met de hakbijl bezig paaltjes of iets degelijks in de grond te slaan. Ik ben naar hen toegelopen met een visitekaartje van mijn advocaat in mijn hand en heb hen gevraagd of zij daarmee wilden stoppen. Ik wilde namelijk eerst overleggen met mijn advocaat. Dat werd door hen met hoongelach ontvangen. Zij weigerden te stoppen met werken. Ook wilden zij het visitekaartje niet aannemen. Ik ben toen teruggelopen naar mijn woning heb 2 busjes gepakt. Ik ben vervolgens naar hen toegelopen en heb voor de derde keer gevraagd of zij wilde stoppen met hun werkzaamheden. Dit werd wederom geweigerd. Ik heb toen de heer […] in zijn gezicht gespoten met als doel om de werkzaamheden te laten stoppen, om mijn goederen en lijf te verdedigen en om hen te laten ingaan op mijn verzoek om contact op te nemen met mijn advocaat. Zij stonden namelijk met hun hakbijlen te zwaaien alsof zij warriors waren.
U vraagt aan mij waarom zij moesten stoppen, aangezien zij bezig waren op hun eigen grond. Ik had meerdere malen aangegeven dat de haag op de erfgrens niet verwijderd mocht worden. Het leek erop dat zij de haag wilde omhakken. Het was intimiderend gedrag van hen.
U vraagt of er een conflict is over de erfgrens. Nee, daar is geen conflict meer over. Ik was hierover een kort geding procedure begonnen en de voorzieningenrechter heeft uitspraak gedaan dat dit in een bodemprocedure moet worden uitgezocht.
De raadsman verklaart:
Het betrof een civiele procedure bij de rechtbank te Amsterdam. De uitspraak was dat de heg niet mocht worden verwijderd.
De verdachte verklaart op nadere vragen van de politierechter als volgt:
Toen ik op de grond lag, heeft […] met zijn bijl op mijn hoofd geslagen. Ik heb die slag met mijn arm weten af te weren. De bijl ketste daarna op de grond. Er zijn foto's genomen van arm. Die was gezwollen en blauw. Als ik de bijl niet had afgeweerd, was het ijzer anders recht op mijn hoofd terecht gekomen.
U houdt mij de verklaring van getuige […] voor. […] is zakelijk betrokken bij het conflict. Hij is de buurman aan de andere kant van het perceel, waarover de discussie is. Hij is dus belanghebbende.
Op een vraag van de officier van justitie verklaart verdachte:
[…] heeft met zijn bijl geslagen nadat ik had gespoten met de spuitbus.
De benadeelde partij […] verklaart met betrekking tot zijn vordering tot schadevergoeding:
Ik heb samen met […] de landmeter betaald. Voor de mediation heb ik een dag vrij moeten nemen.
De benadeelde partij […] verklaart met betrekking tot zijn vordering tot schadevergoeding:
De eerste vordering die ik heb ingediend, kunt u vergeten. De tweede vordering geldt. Deze is opgesteld na een gesprek met slachtofferhulp.
Op vragen van de politierechter antwoordt de verdachte:
Het is te kort dag om te zeggen dat mediation niet gelukt is. De dames van de mediation hebben een voorstel gedaan en zij waren akkoord met mijn voorstel om het schriftelijk af te ronden. De wederpartij zag er echter geen heil in. Het is dus niet tot een resultaat gekomen. Wat betreft mijn persoonlijke omstandigheden kan ik u zeggen dat ik gepensioneerd ben, dat ik samenwoon, dat ik kan rondkomen van mijn inkomen en dat ik geen schulden heb.
De officier van justitie voert het woord, leest de vordering voor en legt die aan de politierechter over.
De vordering houdt in dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis. De officier van justitie heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zogenoemde smurfenspray in het gezicht van de heer […] heeft gespoten en dat daarbij ook de heer […] is geraakt. Dit is volgens haar te kwalificeren als een mishandeling. Zij heeft daarbij gewezen op jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin is geoordeeld dat elk hevig onaangenaam opwekkende gewaarwording mishandeling oplevert. Voorts heeft zij er op gewezen dat het gerechtshof te Amsterdam heeft geoordeeld dat een gebeurtenis te vergelijken is met pijn wanneer er een waarneembaar ontsierende verandering heeft plaatsgevonden. Dat is hier volgens haar het geval. In deze zaak is op korte afstand en vol in het gezicht gespoten Ook is er volgens de officier van justitie sprake van opzet. Van noodweer is volgens haar geen sprake, nu de verdachte meermalen naar aangevers is toegelopen en er geen noodzaak was om zich te verweren.
De officier van justitie concludeert tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij […] een bedrag van € 787,20, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Voorts vordert de officier van justitie dat de politierechter aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 787,20 ten behoeve van het slachtoffer genaamd […]
De officier van justitie concludeert voorts tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij […] omdat de vordering niet is onderbouwd.
De raadsman voert het woord overeenkomstig zijn pleitnota, welke hij aan de politierechter overlegt en waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden beschouwd.
Aanvullend op pagina 6 van zijn pleitnota voert de raadsman aan dat, in een geval waarbij de arrestant heeft gespuugd en de ander daardoor een ziekte heeft opgelopen, de rechtbank heeft geoordeeld dat daarna ontstane besmetting een onlustopwekkende gewaarwording is. Verder benadrukt de raadsman dat zijn cliënt niet akkoord is gegaan met het voorstel op de zitting van het Openbaar Ministerie.
De raadsman stelt zich voorts op het standpunt dat het de eis van de officier van justitie geen recht doet aan wat zijn cliënt is overkomen. Een schuldigverklaring zonder oplegging van straf, dan wel een voorwaardelijk straf is meer passend.
Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen stelt de raadsman dat deze niet ontvankelijk verklaard moeten worden. De gevorderde materiële kosten wegens het ontbreken van een rechtstreeks verband. De gevorderde immateriële schade omdat deze niet is onderbouwd.
De officier van justitie verklaart:
Ik lees het arrest van het gerechtshof anders. Gekeken moet worden naar de omstandigheden van de gebeurtenis. Het is niet en-en, maar of-of. Iemand kaalscheren is ook mishandeling, Het gaat om een objectieve waarneming en of het ontsierend is.
De raadsman verklaart:
Het afscheren van haar geeft een lichamelijke reactie. Het spugen is duidelijk genoemd in het arrest. Het lichaam reageert daar zelf op. Dat verschilt met het sprayen van een blauwe vloeistof.
De benadeelde partij […] verklaart dat de landmeetkundige dienst is weggegaan omdat deze zich ook onveilig voelde.
De benadeelde partij […] verklaart dat er voor € 5000,- aan apparatuur stond en dat de landmeetkundige dienst is weggegaan voor de eigen veiligheid, maar ook die van de apparatuur.
Aan de raadsman en aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken. De verdachte voert het woord aan de hand van de door hem overgelegde schriftelijke verklaring.
De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt onmiddellijk mondeling vonnis te zullen geven.
De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.
Aantekening van het mondeling vonnis
De inhoud van de tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 oktober 2018 te […]
- a)
Th.F.W.J. […] en/of
- b)
P.R. […]
heeft mishandeld door met een spuitbus een blauwe verfstof in/tegen de/het gezicht(en) van die […] en/of […] te spuiten.
Alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring
De politierechter heeft de hieronder aangeduide redengevende inhoud van de volgende bewijsmiddelen gebezigd voor de bewezenverklaring (conform Hoge Raad 8 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0898 en ECLI:NL:HR:2009:BK5605; Hoge Raad 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6759).
1.
de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, voor zover inhoudende: Ik heb toen de heer […] in zijn gezicht gespoten;
2.
het proces-verbaal van aangifte van T.F.W.J. […] van de politie Eenheid Den Haag, nr. PL1500-2018282783-1, d.d. 19 oktober 2018, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, inhoudende (pag. 8 en 9): Ik heb samen met mijn collega […] […] ongeveer een jaar geleden een stuk grond gekocht op het vakantiepark […] gelegen aan de […] 90 te […] (…) Op vrijdag 19 oktober 2018, omstreeks 08:30 uur, was ik samen me […] bij ons stuk grond. (…) Ik zag dat de buurman tot op een afstand van ongeveer een (1) meter kwam staan. Ik zag dat de buurman iets zwarts in zijn handen had. Wat dit was kon ik niet goed zien, maar het was iets ter grootte van een portemonnee. Ik zag dat hij iets deed met zijn andere hand bij dat voorwerp, maar wat hij precies deed kon ik niet zien. Ik zag dat de buurman nog een zwart voorwerp in zijn handen had. Dit zag er hetzelfde uit als het andere voorwerp. Ik zag dat hij in beide handen nu hetzelfde soort voorwerp in zijn handen had. Ik hoorde […] zeggen: ‘ Hij heeft peperspray’. Vervolgens zag ik dat de buurman zijn arm strekte en voelde ik dat er vloeistof over mijn gezicht gespoten werd. (…) De buurman heeft […] en mij meerdere keren geraakt met de vloeistof. (…) Mijn gezicht en kleding zitten onder de blauw/groene verf;
3.
het proces-verbaal van aangifte van P.R. […] van de politie Eenheid Den Haag, nr. PL1500-2018282800-1, d.d. 19 oktober 2019, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, inhoudende (pag. 15 en 16): Op vrijdag 19 oktober 2018, omstreeks 08:00 uur, bevond ik mij op mijn perceel gelegen op de […] 60 te […] (…) Op dat moment zien wij Dhr […] op de weg en zeggen goedemorgen tegen hem. Dhr […] loopt weg en komt vervolgens terug, ik zag dat Dhr […] in beide handen iets vast had, vervolgens zag ik hem een soort pin wegtrekken en had sterk het gevoel dat hij iets van peperspray in zijn handen had. Ik riep naar […] ‘Peperspray’ en vervolgens zag ik dat hij […] onderspoot met blauwe verf en daarna spoot Dhr […] mij ook onder met blauwe verf, ik probeerde nog weg te stappen maar kreeg toch verf over mijn gezicht heen;
4.
het proces-verbaal van verhoor getuige van A.F.C. […] van de politie Eenheid Den Haag, nr. PL1500-2018282783-5, d.d. 19 oktober 2018, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, inhoudende (pag. 23 t/m 27):
Opeens zag ik echter dat hij de twee nieuwe eigenaren van perceel 60 bespoot met een blauwe substantie. Ik zag dat beiden op het hoofd werden geraakt met deze substantie. Ik zag dat hij dit deed met een klein zwart apparaatje wat hij in zijn handen had. Ik heb dat apparaatje verder niet goed gezien, maar dat hier de blauwe substantie uitkwam was wel duidelijk;
5.
het proces-verbaal van aanhouding van de politie Eenheid Den Haag, nr. PL1500-2018282783-2, d.d. 19 oktober 2019, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, inhoudende: (pag. 28): Wij zagen dat er bij deze mannen op hun hele gezicht en overal op de kleding blauwe vloeistof zat. (…) Toen ik achter […] zijn woning in liep zag ik dat […] twee kleine busjes met x-marker erop, op de tafel zette;
6.
de eigen waarneming van de politierechter van de foto's met daarop blauwe verfstof in het gezicht van […] en […]
De politierechter grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de voornoemde bewijsmiddelen — elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft — zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
De bewezenverklaring
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen — elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft — heeft de politierechter de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:
hij op 19 oktober 2018 te […]
- a)
Th.F.W.J. […] en
- b)
P.R. […]
heeft mishandeld door met een spuitbus een blauwe verfstof tegen de gezichten van die […] en […] te spuiten.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de gronden daarvoor
Verdachte heeft gesteld dat het spuiten van de blauwe vloeistof niet als mishandeling gekwalificeerd kan worden, nu dit -kort gezegd-geen pijn of letsel en evenmin een onlust veroorzakende gewaarwording tot gevolg heeft. De politierechter verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad moet onder mishandeling als bedoeld in artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht worden verstaan het opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, het opzettelijk benadelen van de gezondheid alsmede, onder omstandigheden, het opzettelijk bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, een en ander zonder dat er een rechtvaardigingsgrond bestaat. Het gerechtshof Amsterdam heeft in zijn uitspraak van 8 september 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:4109) geoordeeld dat bij onlust veroorzakende gewaarwording gaat om gebeurtenissen die een lichamelijke gewaarwording teweeg brengen, die enigszins met pijn te vergelijken is, zoals benauwdheid of een plotselinge temperatuursverandering, of een objectief waarneembare en ontsierende verandering aan het uiterlijk, die met letsel vergelijkbaar is, of zelfs als letsel is aan te merken.
In deze zaak staat vast dat verdachte een blauwe verf, zogenoemde smurfenspray, op het gezicht van aangevers heeft gespoten. Aangevers hebben hierover niet verklaard dat bij hen een ontsierende verandering van het uiterlijk heeft plaatsgevonden. Niettemin is er naar het oordeel van de politierechter naar objectieve maatstaven gemeten wel sprake van een waarneembare en ontsierende verandering aan het uiterlijk van aangevers. Daarmee is hetgeen de verdachte ten laste is gelegd te kwalificeren als een mishandeling als bedoeld in artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Verdachte heeft voorts gesteld dat er sprake was van noodweer, noodweerexces of putatief noodweer. Verdachte stelt dat hij met de blauwe verf heeft gespoten vanwege de dreigende houding van […] met een hakbijl en ook in verband met het feit dat, als hij niet had ingegrepen, de haag omgezaagd zou worden. Ook dit verweer verwerpt de politierechter. Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat sprake is van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van lijf of goed, en een noodzakelijke verdediging daartegen. Uit het dossier is gebleken de verdachte weliswaar door […] is geraakt met een bijl dan wel een hamer en hij dit heeft moeten afweren, maar dit heeft pas plaatsgevonden nadat de verdachte aangever met de blauwe verf heeft gespoten. Voordat de verdachte hiermee spoot, was er geen onmiddellijke wederrechtelijk aanranding die hem noopte tot verdediging van zijn eigen lijf.
Voorts is in het dossier onvoldoende feitelijke onderbouwing te vinden dat sprake was van een noodzakelijke verdediging van een eigen goed van de verdachte, te weten de haag. De aangevers hebben verklaard dat zij bezig waren paaltjes in hun eigen grond te slaan. Dit wordt bevestigd door de getuige […] Uit niets blijkt dat aangevers bezig waren de haag om te zagen of dat aangevers aanstalten daartoe maakten, zoals de verdachte stelt.
Voorts is de politierechter van oordeel dat op grond van het dossier niet aannemelijk geworden dat de verdachte kort voordat het bewezenverklaarde zich voltrok in een situatie verkeerde waarin hij abusievelijk doch verschoonbaar heeft kunnen menen dat de noodzaak bestond zich te verdedigen tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Hieruit volgt dat het beroep op putatief noodweer evenmin kan slagen.
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
mishandeling.
De strafbaarheid van de verdachte en de gronden daarvoor
De politierechter verwerpt het beroep op noodweer exces. Nu van een noodweersituatie geen sprake was, komt de verdachte geen beroep op noodweer exces toe.
Ook overigens zijn er geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, zodat verdachte strafbaar is voor het door hem gepleegde strafbare feit.
De strafmotivering
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De politierechter neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. De verdachte heeft de slachtoffer mishandeld door hen met een blauwe verfstof, zogenoemde smurfenspray, in het gezicht te sproeien. Daarmee heeft de verdachte inbreuk ingemaakt op de integriteit van de aangevers. Ook heeft hij hen daarmee overlast bezorgd, nu deze vloeistof gedurende 3 dagen zichtbaar blijft.
De politierechter heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte. Daaruit is gebleken dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.
Gelet op het voorgaande acht de politierechter na te melden straf passend en geboden.
De vordering van de benadeelde partij […]
P.R. […] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 800,-.
De politierechter zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. Het gevorderde bedrag betreft materiële schade en ziet op gemiste inkomsten omdat de benadeelde partij een vrije dag moest opnemen ten behoeve van mediation. Naar het oordeel van de politierechter is er een onvoldoende rechtstreeks verband tussen deze kosten en het strafbare feit.
De vordering van de benadeelde partij […]
T.F.W.J. […] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 787,20,-.
De politierechter wijst toe de door de benadeelde partij gevorderde materiële kosten, zijnde de landmetingskosten en de reiskosten. De medewerkers van het landmetingsbureau hebben als gevolg van het incident hun werkzaamheden moeten staken en hebben op een later moment hun werkzaamheden kunnen afronden. De kosten zien op de tweede landmeting. Naar oordeel van de politierechter heeft de benadeelde partij deze extra kosten moeten maken als direct gevolg van het incident en staan derhalve in rechtstreeks verband met het strafbare feit.
Ter zake van de gevorderde immateriële schade, zal de politierechter naar billijkheid een bedrag van €100,- toewijzen. De politierechter ziet reden tot matiging van het gevorderde bedrag, nu de benadeelde partij geen pijn of verwonding heeft opgelopen als gevolg van het strafbare feit. De benadeelde partij wordt niet ontvankelijk verklaard in hetgeen hij meer aan immateriële schade heeft gevorderd.
De politierechter zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 587,20.
De politierechter zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 19 oktober 2018, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de politierechter tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel.
Nu de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door dit feit is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 587,20, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 19 oktober 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van T.F.W.J. […]
De toepasselijke wetsartikelen
Beslissing
De politierechter:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
mishandeling;
verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een taakstraf voor de tijd van 40 (veertig) uren;
beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 20 (twintig) dagen;
bepaalt dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- —
zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bepaalt dat de benadeelde partij P.R. […] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij T.F.W.J. […] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan T.F.W.J. […] een bedrag van € 587,20, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 19 oktober 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat de benadeelde partij T.F.W.J. […] voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 587,20, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 19 oktober 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van T.F.W.J. […]
bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt — onder handhaving van voormelde verplichting — vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 11 dagen;
bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.
De politierechter geeft aan de verdachte kennis dat deze binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.