Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/8.3.3.1.1:8.3.3.1.1 De rol van het onderzoek in de enquêteprocedure
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/8.3.3.1.1
8.3.3.1.1 De rol van het onderzoek in de enquêteprocedure
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971999:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 27 september 2000, JOR 2000/217 m.nt. M. Brink (Gucci), r.o. 4.2. Zie ook HR 8 maart 2019, JOR 2019/125 m.nt. J.M. Blanco Fernández (Cordial II), r.o. 3.4.3: “Het verslag van het onderzoek naar de feiten en omstandigheden waarop die bezwaren rusten, vormt immers weer de grondslag voor de rechterlijke oordeelsvorming over de vraag of daadwerkelijk sprake is van wanbeleid.”
Artikel 2:350 jo. 2:345 BW.
Zie ook Blanco Fernández 2022, p. 545; en, uitgebreid, Hermans (diss.) 2017, p. 35 e.v.
Artikel 2:353 BW.
Zie Hermans (diss.) 2017, p. 602.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek vormt de kern van de enquêteprocedure, is instrumenteel voor de opening van zaken en is een noodzakelijke voorwaarde om in de tweede fase van de enquêteprocedure wanbeleid te kunnen vaststellen.1 Ook kan het onderzoek tot doel hebben sanering en herstel van gezonde verhoudingen, omdat uit het onderzoek kan blijken welke eindvoorzieningen in de tweede fase dienen te worden getroffen. Wanneer blijkt van gegronde redenen, kan de Ondernemingskamer een onderzoek gelasten naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap.2
Indien de Ondernemingskamer een onderzoek beveelt, benoemt zij een of meer onderzoekers die worden belast met de uitvoering van dat onderzoek, een en ander binnen de kaders van de opdracht die de Ondernemingskamer hen geeft.3 Om een behoorlijk onderzoek te waarborgen, hebben de door de Ondernemingskamer benoemde onderzoekers bepaalde wettelijke bevoegdheden. Zo dienen onderzoekers toegang te krijgen tot alle informatie van de vennootschap en kunnen zij personen als getuigen horen, welke bevoegdheden zij zo nodig in rechte kunnen afdwingen.4 Verder biedt de Leidraad voor onderzoekers in enquêteprocedures richtlijnen voor de inrichting en uitvoering van het onderzoek.
Onderzoekers stellen een verslag op van hun bevindingen. Dat onderzoeksverslag wordt ter griffie gedeponeerd en wordt (onder meer) gedeeld met de verzoekers en de vennootschap.5 De Ondernemingskamer kan voorts bepalen dat het onderzoeksverslag ook voor de overige procespartijen (bijvoorbeeld de verschenen belanghebbenden) ter inzage ligt.6 De Ondernemingskamer pleegt het onderzoeksverslag dan ook aan die partijen toe te sturen.7 Belanghebbenden voor wie het onderzoeksverslag (nog) niet ter inzage is gelegd, kunnen om inzage verzoeken.8 De ontoereikend geïnformeerde aandeelhouder zal derhalve in de regel over het onderzoeksverslag (kunnen) beschikken.