NJ 2007, 403
EHRM, 05-01-2006, nr. 32352/02
EHRM 05-01-2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0105DEC003235202, m.nt. T.M. Schalken
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
5 januari 2006
- Magistraten
B.M. Zupancic, L. Caflisch, C. Bîrsan, M. Tsatsa-Nikolovska, R. Jaeger, E. Myjer, David Thór Björgvinsson
- Zaaknummer
32352/02
- Noot
T.M. Schalken
- LJN
AW3542
- JCDI
JCDI:ADS111589:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2006:0105DEC003235202, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 05‑01‑2006
- Wetingang
Essentie
Beslissing over ontvankelijkheid (art. 35 leden 3 en 4). Afname van bloed en speeksel tijdens opsporingsonderzoek levert geen onmenselijke of vernederende behandeling op in de zin van art. 3. Afname bloed- en speekselmonsters is in casu niet disproportioneel in de zin van art. 8 (klacht kennelijk ongegrond). Artikel 6 dwingt niet tot het horen van betrokkene alvorens het bevel tot afname van bloed wordt gegeven. Bevel afname bloed en speeksel betekende geen schending van klagers recht zichzelf niet te beschuldigen (art. 6) (klacht kennelijk ongegrond). Verzoekschrift niet-ontvankelijk.
Samenvatting
Klager acht art. 3 geschonden omdat een in het opsporingsonderzoek ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.