Einde inhoudsopgave
RvdW 2008, 93
EHRM, 25-10-2007, nr. 38258/03
EHRM 25-10-2007, ECLI:CE:ECHR:2007:1025JUD003825803
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
25 oktober 2007
- Magistraten
B.M. Zupančič, C. Bîrsan, L. Loucaides, E. Fura-Sandström, E. Myjer, D. Thór Björgvinsson, I. Berro-Lefèvre
- Zaaknummer
38258/03
- LJN
BC0065
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Politierecht (V)
Materieel strafrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Staatsrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2007:1025JUD003825803, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 25‑10‑2007
- Wetingang
EVRM art. 8
Essentie
Van Vondel tegen Nederland
Klager is veroordeeld wegens meineed voor de parlementaire enquête opsporingsmethoden en een poging een getuige te intimideren. Tot bewijs zijn gesprekken gebezigd die door die getuige met klager zijn gevoerd en opgenomen met door de Rijksrecherche ter beschikking gestelde apparatuur; tenminste éénmaal heeft de Rijksrecherche aangegeven welke informatie moest worden verkregen. De opname is een inmenging in het recht op respect voor het privéleven van klager welke is toe te rekenen aan de openbare autoriteiten. De autoriteiten leverden een cruciale bijdrage aan de uitvoering van het plan waarbij de getuige niet uiteindelijk de controle had ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.