NJB 2026/361
Beginpunt redelijke termijn in ontnemingsprocedure, art. 6 lid 1 EVRM: herhaling en toepassing HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578 waarin enkele algemene uitgangspunten en regels zijn geformuleerd over de inbreuk op het recht van de betrokkene op behandeling van zijn ontnemingszaak binnen een redelijke termijn. In casu kon het hof het moment waarop de officier van justitie het voornemen kenbaar heeft gemaakt een ontnemingsvordering aanhangig te zullen maken als bedoeld in art. 311 lid 1 Sv, als aanvangsmoment nemen bij zijn oordeel over de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn in eerste aanleg. Daartoe telt dat door de verdediging niet is onderbouwd dat de betrokkene al bij de aanvang van dit strafrechtelijk financieel onderzoek ervan op de hoogte was geraakt dat tegen hem zo’n onderzoek werd ingesteld.
HR 03-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:167
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
24/00807 P
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:167, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:958, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑11‑2025
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Beginpunt redelijke termijn in ontnemingsprocedure, art. 6 lid 1 EVRM: herhaling en toepassing HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578 waarin enkele algemene uitgangspunten en regels zijn geformuleerd over de inbreuk op het recht van de betrokkene op behandeling van zijn ontnemingszaak binnen een redelijke termijn. In casu kon het hof het moment waarop de officier van justitie het voornemen kenbaar heeft gemaakt een ontnemingsvordering aanhangig te zullen maken als bedoeld in art. 311 lid 1 Sv, als aanvangsmoment nemen bij zijn oordeel over de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn in eerste aanleg. Daartoe ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.