Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.3.2:15.3.2 Boete- en strafoplegging
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.3.2
15.3.2 Boete- en strafoplegging
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498321:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 3.3.2 hiervoor.
HR 19 juni 1985, BNB 1986/29 (m.nt. Scheltens) en HR 16 maart 2007, NJ 2007, 321 (m.nt. Zwemmer).
Zie onder meer art. 67d, lid 4 AWR.
Zie § 3.3.3.2.4 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat strafrechtelijke sancties een ‘criminal’ ofwel punitief karakter hebben, is vanwege de Engel-criteria buiten twijfel.1 Hiermee staat ook vast dat art. 6 EVRM toepasselijk is op de (straf)procedure waarin deze sancties wordt vastgesteld. Volgens de belastingkamer van de HR heeft hetzelfde te gelden voor de fiscaal-bestuurlijke boeteprocedure.2 Dat vergrijpboetes in belastingzaken een strafkarakter hebben, is vanwege hun aard en zwaarte wel duidelijk. Zij zijn gesteld op ernstige(r) gedragingen, waarbij sprake is van opzet dan wel grove schuld van de overtreder, en kunnen oplopen tot wel 300% van de verschuldigde belasting.3
Verzuimboetes vallen ook onder art. 6 EVRM
Of ook verzuimboetes die zijn gesteld op geringe fiscale overtredingen voldoende afschrikwekkend (en niet disciplinair) zijn om als ‘criminal’ te kunnen worden gekwalificeerd, was lange tijd onduidelijk. Uit de belastingzaak Jussila volgt dat ook lichte(re) boetes onder het regime van art. 6 vallen. De daarin vastgelegde of belichaamde verdedigingsrechten gelden echter niet zonder meer in volle omvang voor de fiscale boeteprocedure. Hoe het recht tegen gedwongen zelfbelasting hierin moet worden ingepast, volgt niet uit het arrest.4